13. Toen de priesters het heiligdom verlieten en blazers en zangers tegelijk het loflied ter ere van de HEER inzetten, onder het geschetter van de trompetten, het gerinkel van de bekkens en de muziek van de andere instrumenten, en allen zongen: `Loof God, want Hij is goed, en zijn liefde kent geen grenzen', toen vulde een wolk het huis van de HEER.