13. `Ga de HEER raadplegen, voor mij en voor het volk, voor heel Juda, met betrekking tot wat er te lezen staat in het boek dat wij gevonden hebben. De HEER moet tegen ons wel in hevige toorn ontbrand zijn, aangezien onze vaderen niet geluisterd hebben naar de woorden van dit boek en niet hebben gehandeld naar alles wat daarin geschreven staat.'