13. Haman vertelde zijn vrouw Zeres en al zijn vrienden alles wat hem overkomen was, waarop zijn raadgevers en zijn vrouw Zeres tegen hem zeiden: `Als die Mordekai, tegen wie je het nu de eerste keer hebt afgelegd, tot de stam van de Judeeƫrs behoort, zul je niet tegen hem op kunnen, maar onherroepelijk onder zijn ogen ten val komen.'