Bible Study: FrontPage




 

Exodus, Chapter 1

Bible Study - Exodus 1 - Dutch - Nederlands Bijbel Genootschap Vertaling - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Dit nu zijn de namen der zonen van Israël, die met Jakob naar Egypte gekomen zijn; zij kwamen er ieder met zijn gezin:
  
2. Ruben, Simeon, Levi en Juda;
  
3. Issakar, Zebulon en Benjamin;
  
4. Dan en Naftali, Gad en Aser.
  
5. De afstammelingen van Jakob waren zeventig zielen in het geheel. Jozef echter was reeds in Egypte.
  
6. En Jozef stierf, benevens al zijn broeders en dat gehele geslacht.
  
7. De Israëlieten nu waren vruchtbaar en breidden zich snel uit; zij vermenigvuldigden zich en werden uitermate talrijk, zodat het land met hen vervuld werd.
  
8. Toen kwam er een nieuwe koning over Egypte, die Jozef niet gekend had.
  
9. Deze nu zeide tot zijn volk: Zie, het volk der Israëlieten is groter en talrijker dan wij.
  
10. Welnu, laten wij met beleid tegen hen optreden, opdat zij zich niet vermenigvuldigen en zich - als wij in oorlog komen - bij onze tegenstanders aansluiten, tegen ons strijden en uit het land wegtrekken.
  
11. Daarom stelde men opzichters van herendiensten over hen aan om hen door de hun opgelegde dwangarbeid te onderdrukken: zij moesten voor Farao voorraadsteden bouwen, Pitom en Raämses.
  
12. Maar hoemeer men hen onderdrukte, des te meer vermenigvuldigden zij zich en breidden zij zich uit, zodat men bevreesd werd voor de Israëlieten.
  
13. Toen lieten de Egyptenaren de Israëlieten onder mishandeling werken;
  
14. ja, zij maakten hun het leven bitter door harde slavenarbeid met leem en tichelstenen en door allerlei arbeid op het veld - alle werk, waartoe zij hen onder mishandeling als slaven gebruikten.
  
15. Ook beval de koning van Egypte de vroedvrouwen der Hebreeuwse vrouwen, van wie de een Sifra heette en de ander Pua:
  
16. Wanneer gij de Hebreeuwse vrouwen bij de bevalling helpt, dan moet gij goed toezien bij de verlossing; indien het een zoon is, dan moet gij hem doden, maar indien het een dochter is, mag zij blijven leven.
  
17. De vroedvrouwen echter vreesden God en deden niet wat de koning van Egypte haar gezegd had, maar lieten de jongens in leven.
  
18. Toen ontbood de koning van Egypte de vroedvrouwen en zeide tot haar: Waarom hebt gij dit gedaan en de jongens laten leven?
  
19. En de vroedvrouwen zeiden tot Farao: De Hebreeuwse vrouwen zijn niet als de Egyptische; zij zijn sterk: voordat een vroedvrouw bij haar komt, hebben zij al gebaard.
  
20. En God deed de vroedvrouwen wèl; het volk vermenigvuldigde zich en werd zeer talrijk.
  
21. En daar de vroedvrouwen God vreesden, gaf Hij haar ieder een gezin.
  
22. Toen gebood Farao aan zijn gehele volk: Werpt alle jongens die geboren worden, in de Nijl, maar alle meisjes moogt gij laten leven.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: NBG - The Dutch Nederlands Bijbelgenootschap Vertaling. Copyright (c) 1951, Nederlands Bijbelgenootschap.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES