Bible Study: FrontPage




 

Jeremia, Chapter 5

Bible Study - Jeremia 5 - Dutch - Nederlands Bijbel Genootschap Vertaling - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Zwerft rond in de straten van Jeruzalem, ziet toch en speurt na, zoekt op zijn pleinen, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die oprechtheid betracht, dan zal Ik haar vergeven.
  
2. Al zeggen zij ook: Zo waar de HERE leeft, toch zweren zij vals.
  
3. HERE, zien uw ogen niet naar oprechtheid? Gij hebt hen geslagen, zij voelden geen pijn; Gij hebt hen vernield, zij hebben geweigerd tuchtiging aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een rots, zij hebben geweigerd zich te bekeren.
  
4. Maar, zeide ik, dit zijn slechts geringen, zij zijn onwetend, omdat zij de weg des HEREN, het recht van hun God, niet kennen;
  
5. ik wil gaan naar de groten en met hen spreken, want die kennen de weg des HEREN, het recht van hun God. Die echter hadden altezamen het juk verbroken, de banden verscheurd.
  
6. Daarom slaat hen een leeuw uit het woud terneer, een steppewolf vernielt hen, een panter ligt op de loer bij hun steden, ieder die daaruit gaat, wordt verscheurd. Want vele zijn hun zonden, geweldig hun afdwalingen.
  
7. Waarom zou Ik u vergeven? Uw kinderen verlaten Mij en zweren bij niet-goden. Toen Ik hen verzadigd had, pleegden zij echtbreuk, ja, in het hoerenhuis zijn zij thuis.
  
8. Geile, rondzwervende hengsten zijn het, zij hinniken ieder naar de vrouw van zijn naaste.
  
9. Zou Ik hierover geen bezoeking doen, luidt het woord des HEREN, of zou Ik aan een volk als dit Mij niet wreken?
  
10. Beklimt zijn wijnbergen en richt verwoesting aan, doch rekent niet voorgoed af; verwijdert zijn ranken, want zij behoren de HERE niet toe.
  
11. Want volslagen trouweloos handelen tegen Mij het huis van Israël en het huis van Juda, luidt het woord des HEREN;
  
12. zij verloochenen de HERE en zeggen: Hij niet! en: Geen onheil zal ons overkomen; zwaard noch honger zullen wij zien.
  
13. De profeten zullen tot wind worden; geen is er, die door hen spreekt; zó verga het hun!
  
14. Daarom, zo zegt de HERE, de God der heerscharen, omdat gij dit woord spreekt: zie, Ik maak mijn woorden in uw mond tot vuur en dit volk tot hout en het zal hen verteren.
  
15. Zie, Ik breng over u een volk van verre, o huis Israëls, luidt het woord des HEREN; een volk van eeuwen is het, een overoud volk, een volk, waarvan gij de taal niet kent en de spraak niet kunt verstaan;
  
16. zijn pijlkoker is als een geopend graf, allen zijn het helden.
  
17. Verslinden zal het uw oogst en uw brood, verslinden zal het uw zonen en uw dochters, verslinden zal het uw schapen en uw runderen, verslinden zal het uw wijnstok en uw vijgeboom; vergruizelen zal het uw versterkte steden, waarop gij uw vertrouwen stelt, door het zwaard.
  
18. Doch, ook in die dagen, luidt het woord des HEREN, zal Ik niet voorgoed met u afrekenen.
  
19. En het zal geschieden, wanneer gij zegt: Waarvoor heeft de HERE, onze God, ons dit alles aangedaan? zeg dan tot hen: Gelijk gij Mij hebt verlaten om vreemde goden te dienen in uw land, zo zult gij vreemden dienen in een land dat het uwe niet is.
  
20. Boodschapt dit onder het huis van Jakob en laat het horen in Juda:
  
21. Hoort dit toch, gij dwaas en verstandeloos volk, dat ogen heeft zonder te zien en oren zonder te horen:
  
22. Wilt gij Mij niet vrezen, luidt het woord des HEREN, of voor Mij niet beven, die het zand gesteld heb tot grens voor de zee, een altoosdurende beperking, die zij niet zal overschrijden; al rollen haar golven, zij vermogen niets; al bruisen zij, zij overschrijden haar niet.
  
23. Maar dit volk heeft een weerbarstig en weerspannig hart, zij zijn afgeweken en heengegaan,
  
24. zij hebben niet bij zichzelf gezegd: Laat ons toch de HERE, onze God, vrezen, die regen geeft, de vroege en late regen, op zijn tijd, die de vaste oogstweken ons bewaart.
  
25. Uw ongerechtigheden weren deze dingen en uw zonden houden het goede van u terug.
  
26. Want er worden onder mijn volk goddelozen gevonden; men loert, zoals vogelvangers bukken; zij zetten een strik - mensen vangen zij!
  
27. Als een korf vol gevogelte, zo zijn hun huizen vol bedrog; daarom zijn zij groot en rijk geworden, zij zijn vet en glanzend;
  
28. zelfs gaan zij alle boosheid te buiten. Het pleit voeren zij niet, het pleit van de wees, en zij hebben voorspoed; het recht der armen richten zij niet.
  
29. Zou Ik hierover geen bezoeking doen, luidt het woord des HEREN, of zou Ik aan een volk als dit Mij niet wreken?
  
30. Ontzettend en afschuwelijk is wat er voorvalt in het land;
  
31. de profeten profeteren vals en de priesters verschaffen zich gewin nevens hen, en mijn volk heeft het gaarne zo. Maar wat zult gij doen, als het op een einde loopt?


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: NBG - The Dutch Nederlands Bijbelgenootschap Vertaling. Copyright (c) 1951, Nederlands Bijbelgenootschap.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES