Bible Study: FrontPage




 

Mattheüs, Chapter 23

Bible Study - Mattheüs 23 - Dutch - Nederlands Bijbel Genootschap Vertaling - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Toen sprak Jezus tot de scharen en tot zijn discipelen,
  
2. zeggende: De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben zich gezet op de stoel van Mozes.
  
3. Alles dan, wat zij u ook zeggen, doet dat en onderhoudt dat, maar doet niet naar hun werken, want zij zeggen het wel, maar doen het niet.
  
4. Zij binden zware lasten bijeen en leggen die op de schouders der mensen, maar zelf willen zij ze met hun vinger niet verroeren.
  
5. Al hun werken doen zij om in het oog te lopen bij de mensen, want zij maken hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot,
  
6. zij houden van de eerste plaats bij de maaltijden en van de erezetels in de synagogen,
  
7. en van de begroetingen op de markten en om door de mensen rabbi genoemd te worden. Gij zult u niet rabbi laten noemen;
  
8. want één is uw Meester en gij zijt allen broeders.
  
9. En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want één is uw Vader, Hij, die in de hemelen is.
  
10. Laat u ook geen leidslieden noemen, want één is uw Leidsman, de Christus.
  
11. Maar wie de grootste onder u is, zal uw dienaar zijn.
  
12. Al wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden en al wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden.
  
13. Maar wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij sluit het Koninkrijk der hemelen toe voor de mensen. Immers, gij gaat er niet binnen en die trachten binnen te gaan, laat gij niet toe daarin te komen.
  
14. [Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij eet de huizen der weduwen op, terwijl gij voor de schijn lange gebeden uitspreekt. Daarom zult gij zwaarder oordeel ontvangen.]
  
15. Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij trekt zee en land rond, om één bekeerling te maken, en wanneer hij het wordt, maakt gij van hem een kind der hel, tweemaal zo erg als gij het zelf zijt.
  
16. Wee u, blinde wegwijzers, die zegt: Heeft iemand bij de tempel gezworen, dat betekent niets; maar heeft iemand bij het goud van de tempel gezworen, dan is hij gebonden.
  
17. Gij dwazen en blinden, wat toch is meer, het goud of de tempel, die het goud geheiligd heeft?
  
18. En heeft iemand bij het altaar gezworen, dat betekent niets; maar heeft iemand bij de gave, die daarop ligt, gezworen, dan is hij gebonden.
  
19. Gij blinden, immers, wat is meer, de gave of het altaar, dat de gave heiligt?
  
20. Wie dus gezworen heeft bij het altaar, zweert daarbij en bij alles, wat erop ligt.
  
21. En wie gezworen heeft bij de tempel, zweert daarbij en bij Hem, die erin woont.
  
22. En wie gezworen heeft bij de hemel, zweert bij de troon Gods en bij Hem, die daarop gezeten is.
  
23. Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij geeft tienden van de munt, de dille en de komijn en gij hebt het gewichtigste van de wet verwaarloosd: het oordeel en de barmhartigheid en de trouw.
  
24. Dit moest men doen en het andere niet nalaten. Gij blinde wegwijzers, die de mug uitzift, maar de kameel doorzwelgt.
  
25. Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij reinigt de buitenzijde van de beker en van de schotel, maar van binnen zijn zij vol roof en onmatigheid.
  
26. Gij blinde Farizeeër, reinig eerst de inhoud van de beker; dan zal hij ook van buiten rein worden.
  
27. Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij gelijkt op gewitte graven, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid.
  
28. Zo ook gij, van buiten schijnt gij de mensen wel rechtvaardig, doch van binnen zijt gij vol huichelarij en wetsverachting.
  
29. Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij bouwt de grafsteden der profeten en verfraait de gedenktekenen der rechtvaardigen,
  
30. en gij zegt: Indien wij geleefd hadden in de dagen onzer vaderen, zouden wij met hen geen gemene zaak gemaakt hebben ten opzichte van het bloed der profeten.
  
31. Gij getuigt dus van uzelf, dat gij zonen zijt van de moordenaars der profeten.
  
32. Maakt ook gij de maat uwer vaderen vol!
  
33. Slangen, adderengebroed, hoe zult gij ontkomen aan het oordeel der hel?
  
34. Daarom, zie, Ik zend tot u profeten en wijzen en schriftgeleerden. Van hen zult gij sommigen doden en kruisigen en van hen zult gij anderen geselen in uw synagogen en vervolgen van stad tot stad,
  
35. opdat over u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten werd op de aarde, van het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar.
  
36. Voorwaar, Ik zeg u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht.
  
37. Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild.
  
38. Zie, uw huis wordt aan u overgelaten.
  
39. Want Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien, totdat gij zegt: Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren!


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: NBG - The Dutch Nederlands Bijbelgenootschap Vertaling. Copyright (c) 1951, Nederlands Bijbelgenootschap.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES