Bible Study: FrontPage




 

Job, Chapter 30

Bible Study - Job 30 - Dutch - Staten Bertaling 1637 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Maar nu lachen over mij minderen dan ik van dagen, welker vaderen ik versmaad zou hebben, om bij de honden mijner kudde te stellen.
  
2. Waartoe zou mij ook geweest zijn de krachten hunner handen ? Zij was [door] ouderdom in hen vergaan.
  
3. Die door gebrek en honger eenzaam waren, vliedende naar dorre plaatsen, [in] [het] donkere, woeste en verwoeste.
  
4. Die ziltige kruiden plukten bij de struiken, en welker spijze was de wortel der jeneveren.
  
5. Zij werden uit het midden uitgedreven; (men jouwde over hen, als [over] een dief),
  
6. Opdat zij wonen zouden in de kloven der dalen, de holen des stofs en der steenrotsen.
  
7. Zij schreeuwden tussen de struiken; onder de netelen vergaderden zij zich.
  
8. Zij waren kinderen der dwazen, en kinderen van geen naam; zij waren geslagen uit den lande.
  
9. Maar nu ben ik hun een snarenspel geworden, en ik ben hun tot een klapwoord.
  
10. Zij hebben een gruwel aan mij, zij maken zich verre van mij, ja, zij onthouden het speeksel niet van mijn aangezicht.
  
11. Want Hij heeft mijn zeel losgemaakt, en mij bedrukt; daarom hebben zij den breidel voor mijn aangezicht afgeworpen.
  
12. Ter rechterhand staat de jeugd op, stoten mijn voeten uit, en banen tegen mij hun verderfelijke wegen.
  
13. Zij breken mijn pad af, zij bevorderen mijn ellende; zij hebben geen helper [van] [doen].
  
14. Zij komen aan, als door een wijde breuk; onder de verwoesting rollen zij zich aan.
  
15. Men is [met] verschrikkingen tegen mij gekeerd; elk een vervolgt als een wind mijn edele [ziel], en mijn heil is als een wolk voorbijgegaan.
  
16. Daarom stort zich nu mijn ziel in mij uit; de dagen des druks grijpen mij aan.
  
17. Des nachts doorboort Hij mijn beenderen in mij, en mijn polsaderen rusten niet.
  
18. Door de veelheid der kracht is mijn kleed veranderd; Hij omgordt mij als de kraag mijns roks.
  
19. Hij heeft mij in het slijk geworpen, en ik ben gelijk geworden als stof en as.
  
20. Ik schrei tot U, maar Gij antwoordt mij niet; ik sta, maar Gij acht [niet] op mij.
  
21. Gij zijt veranderd in een wrede tegen mij; door de sterkte Uwer hand wederstaat Gij mij hatelijk.
  
22. Gij heft mij op in den wind; Gij doet mij [daarop] rijden, en Gij versmelt mij het wezen.
  
23. Want ik weet, dat Gij mij ter dood brengen zult, en tot het huis der samenkomst aller levenden.
  
24. Maar Hij zal tot den aardhoop de hand niet uitsteken; is er bij henlieden geschrei in zijn verdrukking ?
  
25. Weende ik niet over hem, die harde dagen had? Was mijn ziel niet beangst over den nooddruftige ?
  
26. [Nochtans] toen ik het goede verwachtte, zo kwam het kwade; toen ik hoopte naar het licht, zo kwam de donkerheid.
  
27. Mijn ingewand ziedt, en is niet stil; de dagen der verdrukking zijn mij voorgekomen.
  
28. Ik ga zwart daarheen, niet van de zon; opstaande schreeuw ik in de gemeente.
  
29. Ik ben den draken een broeder geworden, en een metgezel der jonge struisen.
  
30. Mijn huid is zwart geworden over mij, en mijn gebeente is ontstoken van dorrigheid.
  
31. Hierom is mijn harp tot een rouwklage geworden, en mijn orgel tot een stem der wenenden.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: The Dutch Statenvertaling 1637, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES