Bible Study: FrontPage




 

Micha, Chapter 1

Bible Study - Micha 1 - Dutch - Staten Bertaling 1637 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Het woord des HEEREN, dat geschied is tot Micha, den Morastiet, in de dagen van Jotham, Achaz [en] Jehizkia, koningen van Juda; dat hij gezien heeft over Samaria en Jeruzalem.
  
2. Hoort, gij volken altemaal ! merk op, gij aarde, mitsgaders derzelver volheid ! de Heere HEERE nu zal tot een getuige zijn tegen ulieden, de Heere uit den tempel Zijner heiligheid.
  
3. Want ziet, de HEERE gaat uit van Zijn plaats, en Hij zal nederdalen en treden op de hoogten der aarde.
  
4. En de bergen zullen onder Hem versmelten, en de dalen gekloofd worden, gelijk was voor het vuur, gelijk wateren, die uitgestort worden in de laagte.
  
5. Dit alles, om de overtreding van Jakob, en om de zonden van het huis Israels; wie is [het] [begin] [van] de overtreding van Jakob ? Is het niet Samaria ? En wie [van] de hoogten van Juda ? Is het niet Jeruzalem ?
  
6. Daarom zal Ik Samaria stellen tot een steenhoop des velds, tot plantingen eens wijngaards; en Ik zal haar stenen in de vallei storten, en haar fondamenten ontdekken.
  
7. En al haar gesneden beelden zullen vermorzeld worden, en al haar hoerenbeloningen zullen met vuur verbrand worden, en al haar afgoden zal Ik stellen tot een woestheid; want zij heeft ze van hoerenloon vergaderd, en zij zullen tot hoerenloon wederkeren.
  
8. Hierom zal ik misbaar bedrijven en huilen; ik zal beroofd en naakt gaan; ik zal misbaar maken als de draken, en treuren als de jonge struisen.
  
9. Want haar plagen zijn dodelijk; want zij zijn gekomen tot aan Juda; hij is geraakt tot aan de poort mijns volks, tot aan Jeruzalem.
  
10. Verkondigt [het] niet te Gath, weent zo jammerlijk niet; wentelt u in het stof in het huis van Afra.
  
11. Ga door, gij inwoneres van Safir ! met blote schaamte; de inwoneres van Zaanan gaat niet uit; rouwklage is [te] Beth-haezel; hij zal zijn stand van ulieden nemen.
  
12. Want de inwoneres van Maroth is krank om des goeds wil; want een kwaad is van den HEERE afgedaald, tot aan de poort van Jeruzalem.
  
13. Span de snelle dieren aan den wagen, gij inwoners van Lachis ! (deze is der dochter Sions het beginsel der zonde) want in u zijn Israels overtredingen gevonden.
  
14. Daarom geef geschenken aan Morescheth-gaths; de huizen van Achzib zullen den koningen van Israel tot een leugen zijn.
  
15. Ik zal u nog een erfgenaam toebrengen, gij inwoneres van Maresa ! Hij zal komen tot aan Adullam, [tot] [aan] de heerlijkheid Israels.
  
16. Maak u kaal en scheer u, om uw troetelkinderen; verwijd uw kaalheid, als de arend, omdat zij gevankelijk van u zijn weggevoerd.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: The Dutch Statenvertaling 1637, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES