Bible Study: FrontPage




 

Ruth, Chapter 3

Bible Study - Ruth 3 - Dutch - Staten Bertaling 1637 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. En Naomi, haar schoonmoeder, zeide tot haar: Mijn dochter ! zoude ik u geen rust zoeken, dat het u welga ?
  
2. Nu dan, is niet Boaz, met wiens maagden gij geweest zijt, [van] onze bloedvriendschap ? Zie, hij zal dezen nacht gerst op den dorsvloer wannen.
  
3. Zo baad u, en zalf u, en doe uw klederen aan, en ga af naar den dorsvloer; [maar] maak u den man niet bekend, totdat hij geeindigd zal hebben te eten en te drinken.
  
4. En het zal geschieden, als hij nederligt, dat gij de plaats zult merken, waar hij zal nedergelegen zijn; ga dan in, en sla zijn voetdeksel op, en leg u; zo zal hij u te kennen geven, wat gij doen zult.
  
5. En zij zeide tot haar: Al wat gij [tot] [mij] zegt, zal ik doen.
  
6. Alzo ging zij af naar den dorsvloer, en deed naar alles, wat haar schoonmoeder haar geboden had.
  
7. Als nu Boaz gegeten en gedronken had, en zijn hart vrolijk was, zo kwam hij om neder te liggen aan het uiterste van een [koren] hoop. Daarna kwam zij stilletjes in, en sloeg zijn voetdeksel op, en leide zich.
  
8. En het geschiedde te middernacht, dat die man verschrikte, en om zich greep; en ziet, een vrouw lag aan zijn voetdeksel.
  
9. En hij zeide: Wie zijt gij ? En zij zeide: Ik ben Ruth, uw dienstmaagd, breid dan uw vleugel uit over uw dienstmaagd, want gij zijt de losser.
  
10. En hij zeide: Gezegend zijt gij den HEERE, mijn dochter ! Gij hebt deze uw laatste weldadigheid beter gemaakt dan de eerste, dewijl gij geen jonge gezellen zijt nagegaan, hetzij arm of rijk.
  
11. En nu, mijn dochter, vrees niet; al wat gij gezegd hebt, zal ik u doen; want de ganse stad mijns volks weet, dat gij een deugdelijke vrouw zijt.
  
12. Nu dan, wel is waar, dat ik een losser ben; maar er is nog een losser, nader dan ik.
  
13. Blijf dezen nacht over; voorts in den morgen zal het geschieden, indien hij u lost, goed, laat hem lossen; maar indien het hem niet lust u te lossen, zo zal ik u lossen, [zo] [waarachtig] [als] de HEERE leeft; leg u neder tot den morgen toe.
  
14. Alzo lag zij neder aan zijn voetdeksel tot den morgen toe; en zij stond op, eer dat de een den ander kennen kon; want hij zeide: Het worde niet bekend, dat een vrouw op den dorsvloer gekomen is.
  
15. Voorts zeide hij: Lang den sluier, die op u is, en houd dien; en zij hield hem; en hij mat zes [maten] gerst, en leide ze op haar; daarna ging hij in de stad.
  
16. Zij nu kwam tot haar schoonmoeder, dewelke zeide: Wie zijt gij, mijn dochter ? En zij verhaalde haar alles, wat die man haar gedaan had.
  
17. Ook zeide zij: Deze zes [maten] gerst heeft hij mij gegeven; want hij zeide [tot] [mij]: Kom niet ledig tot uw schoonmoeder.
  
18. Toen zeide zij: Zit [stil], mijn dochter, totdat gij weet, hoe de zaak zal vallen; want die man zal niet rusten, tenzij dat hij heden deze zaak voleind hebbe.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: The Dutch Statenvertaling 1637, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES