Bible Study: FrontPage




 

1 Kronieken, Chapter 16

Bible Study - 1 Kronieken 16 - Dutch - Willibrord Vertaling 1978 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Nadat ze de ark van God de stad binnengebracht hadden, zetten ze haar in de tent die David voor haar had opgeslagen en brachten ze brand - en slachtoffers ter ere van God.
  
2. Toen David de laatste brand - en slachtoffers had opgedragen, zegende hij het volk in de naam van Jahwe
  
3. en hield hij voor alle Israelieten, mannen en vrouwen, een uitdeling: ze kregen ieder een plat brood, een stuk vlees en een druivenkoek.
  
4. Daarna stelde hij enige levieten aan die de dienst moesten waarnemen bij de ark van Jahwe; ze moesten Jahwe, de God van Israel, roemen, Hem loven en prijzen.
  
5. Het waren Asaf, het hoofd, en Zekarja, de tweede in rang, Jeiel, Semiramot, Jechiel, Mattitja, Eliab, Benaja, Obed-edom en Jeiel. Dezen moesten spelen op citers en harpen, en Asaf moest de cimbalen slaan,
  
6. terwijl de priesters Benaja en Jachaziel voortdurend op de trompetten moesten blazen voor de ark van het verbond met God.
  
7. Die dag liet David voor de eerste maal door Asaf en zijn broeders het ‘Loof Jahwe’ zingen:
  
8. Loof Jahwe, roep zijn naam aan, maak bij de volken zijn daden bekend!
  
9. Zing voor Hem; hef een lied voor Hem aan, en spreek over zijn wonderdaden.
  
10. Roem op zijn heilige naam; verheugd zij het hart dat Jahwe zoekt.
  
11. Richt u op Jahwe en zijn macht; zoek voortdurend zijn aanschijn.
  
12. Gedenk de wonderen die Hij deed, zijn tekenen, het woord uit zijn mond,
  
13. gij kroost van Israel, zijn dienaar, gij zonen van Jakob, zijn uitverkorene.
  
14. Hij is Jahwe, onze God; over heel de aarde gelden zijn wetten.
  
15. Denk altijd aan zijn verbond, het gebod dat Hij gaf voor duizend geslachten,
  
16. het verbond dat Hij sloot met Abraham en de eed die Hij Isaak zwoer.
  
17. Hij heeft die voor Jakob tot wet verheven, voor Israel tot een eeuwig verbond,
  
18. toen Hij zei: u zal Ik Kanaan geven. Ik wijs het u toe als bezit.
  
19. Toen ge nog weinig talrijk waart, een kleine groep in een vreemd land,
  
20. toen ge zwierf van volk naar volk, van het ene rijk naar het andere,
  
21. duldde Hij niet dat iemand u verdrukte en tuchtigde koningen om uwentwil:
  
22. Raak niet aan mijn gezalfden, doe mijn profeten geen kwaad!
  
23. Heel de aarde, zing Jahwe ter ere, boodschap zijn heil van dag tot dag;
  
24. verkondig zijn heerlijkheid onder de volken, onder alle volken zijn wonderdaden.
  
25. Groot is Jahwe en hoog te prijzen, geducht is Hij boven alle goden;
  
26. want alle goden der volken zijn afgoden, maar Jahwe heeft de hemel gemaakt!
  
27. Glans en glorie staan voor zijn aanschijn; van vreugde en macht is zijn woonplaats vervuld.
  
28. Geef aan Jahwe, geslachten der volken, geef aan Jahwe eer en macht.
  
29. Geef aan Jahwe de eer die Hem toekomt, treed met geschenken voor zijn aanschijn, buig u neer voor Jahwe in heilig gewaad,
  
30. sidder voor Hem, heel de aarde. Vast staat de wereld en ze wankelt niet:
  
31. Laat de hemelen zich verheugen, de aarde juichen, laat ze de volken verkondigen: Jahwe is koning!
  
32. Laat bulderen de zee met al wat erin is, laat jubelen het veld met al wat er leeft.
  
33. Laat ook de bomen in het woud zich verblijden om Jahwe, want Hij komt om de aarde te regeren!
  
34. Loof Jahwe, want Hij is goed, ja eeuwig duurt zijn goedheid.
  
35. Zeg tot Hem: Red ons, God van ons heil. bevrijd ons uit de greep van de volken, en breng ons bijeen om uw heilige naam te loven en uw lof te verkondigen.
  
36. Gezegend zij Jahwe, de God van Israel, van eeuwigheid tot eeuwigheid! En heel het volk riep: Amen! Loof Jahwe!
  
37. David stelde Asaf en zijn broeders aan om onafgebroken dagelijks de dienst waar te nemen bij de ark van het verbond.
  
38. Verder stelde hij Obed-edom met zijn broeders, achtenzestig man, en nog een andere Obededom, de zoon van Jedutum, en Chosa aan als poortwachters.
  
39. Maar de priester Sadok met zijn broeders, de priesters, liet hij bij de woning van Jahwe op de offerhoogte van Gibeon,
  
40. om voortdurend ‘s morgens en ‘s avonds op het altaar brandoffers op te dragen voor Jahwe, juist zoals voorgeschreven is in de wet die Jahwe Israel heeft opgelegd.
  
41. Bij hem bevonden zich Heman en Jedutun en de overigen die uitgekozen en met name aangewezen waren om ter ere van Jahwe het ‘Loof Jahwe, want eeuwig duurt zijn goedheid’ te zingen.
  
42. Heman en Jedutun hadden onder hun hoede de trompetten, cimbalen en andere instrumenten voor de gewijde muziek. En de zonen van Jedutun waren aan de poort.
  
43. Daarop ging het volk naar huis en David keerde terug om zijn gezin te begroeten.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1978 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES