Bible Study: FrontPage




 

Jesaja, Chapter 47

Bible Study - Jesaja 47 - Dutch - Willibrord Vertaling 1978 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Daal af van uw troon en zet u neer, gij maagd, dochter Babel, zet u neer op de grond en niet op uw troon, dochter der Chaldeeen, want gij heet niet langer verwekelijkt en verwend.
  
2. Neem de molen ter hand en maal uw eigen meel, leg uw sluier af, schort uw rokken op, laat uw blote benen zien, en waad rivieren door;
  
3. uw schaamte zal worden ontbloot, en uw schande aanschouwd; zo neem Ik wraak op u en niemand brengt Mij ervan af.
  
4. Onze Verlosser is Hij, Jahwe van de machten is zijn naam, de Heilige van Israel.
  
5. Zet u zwijgend neer, trek u in het duister terug, dochter der Chaldeeen, want niet langer heet gij gebiedster van koninkrijken.
  
6. Ik was vertoornd op mijn volk, en heb mijn erfdeel geschonden; Ik heb hen aan u uitgeleverd, maar gij hebt hen geen deernis getoond. Met uw ondragelijke juk hebt gij zelfs de grijsaard nog belast.
  
7. U zei: ‘Eeuwig zal ik gebiedster zijn, voor altijd.’ Gij hebt dit alles niet ter harte genomen, en aan de afloop ervan hebt gij niet gedacht.
  
8. Hoor dit nu aan, wellustige, zo zelfbewust gezeten, die denkt bij uzelf: ‘Ik alleen en anders niets! Voor mij is er geen weduwschap en kinderloosheid blijft mij onbekend.’
  
9. Toch zullen beide u overkomen, ineens en op dezelfde dag. Kinderloosheid en weduwschap komen in volle omvang over u, ondanks uw talrijke toverspreuken, en uw bezweringen, zo krachtig als ze zijn.
  
10. Op uw kwaadaardigheid hebt gij vertrouwd en gezegd: ‘Niemand die mij ziet’; uw wijsheid en uw kennis hebben u misleid, en gij dacht bij u zelf: ‘Ik en anders niets’.
  
11. Maar eens zal een ramp u overkomen, die gij niet zult weten te bedwingen; een verderf zal u overvallen, dat gij niet zult kunnen keren; plotseling zal een ramp over u komen, waarvan gij geen vermoeden hadt.
  
12. Houdt u nu maar aan uw bezweringen en uw toverformules zonder tal, waarmee gij u hebt moegemaakt vanaf uw jeugd; misschien kunt gij u helpen, misschien schrikt de ramp ervan!
  
13. Het grote aantal van uw raadslieden heeft u uitgeput; laat ze optreden en u redden die hemelkenners en die sterrenkijkers, die u maand voor maand doen weten wat u overkomen zal.
  
14. Zie, zij zijn als kaf en worden door vuur verbrand, zij kunnen zichzelf niet redden uit de greep der vlammen. - Het is geen kolenvuur om zich te warmen, geen vuur om zich bij neer te zetten. -
  
15. Meer zijn zij niet voor u, die tovenaars met wie gij u hebt moegemaakt vanaf uw jeugd. Ieder loopt op zijn manier verloren. Niemand is er, die u redt.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1978 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES