Bible Study: FrontPage




 

Job, Chapter 3

Bible Study - Job 3 - Dutch - Willibrord Vertaling 1978 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Hierna opende Job zijn mond en vervloekte zijn bestaan.
  
2. Zo begon hij:
  
3. Weg met de dag waarop ik werd geboren, weg met de nacht die mijn ontvangenis zag.
  
4. Die dag - duisternis had hij moeten blijven; God in den hoge mag hem vergeten, laat er geen licht over stralen;
  
5. stikkedonker mag hem hebben, wolken mogen hem omhullen, zonsverduistering hem slaan.
  
6. Die nacht - duisternis had hem vast moeten houden, uitgesloten van de dagen van het jaar, niet toegelaten tot de kring der maanden.
  
7. Was die nacht maar onvruchtbaar gebleven, geen kreet van vreugde had toen mogen klinken.
  
8. Vervloek hem, bezweerders van de zee, die zelfs bij machte zijt de Leviatan te ringeloren.
  
9. Dek de morgensterren af zodat die nacht vergeefs wacht op licht en het niet ziet dagen.
  
10. Hij hield immers de poort van de moederschoot niet gegrendeld en mijn ogen bleef geen leed bespaard.
  
11. Waarom in de schoot niet gestorven? Niet gestikt bij mijn geboorte?
  
12. Waarom hebben knieen mij ontvangen? Waarom borsten mij gezoogd?
  
13. Want o, neerliggen, rust hebben, slapen, ongestoord,
  
14. naast koningen en prinsen van deze wereld die vervallen paleizen in vroegere glorie herstelden;
  
15. naast vorsten die eens goud bezaten en huizen volgetast met zilver.
  
16. Of was ik maar in de grond gestopt als een misgeboorte, als een kind dat nooit het levenslicht zag.
  
17. Daar valt het bejag der boosdoeners stil, hun ongedurigheid komt er tot rust;
  
18. gevangenen zijn daar geen gevangenen meer, geen schreeuwende opzichters drijven hen voort;
  
19. iedereen is er gelijk, de slaaf vrij van zijn meester.
  
20. Waarom licht geschonken aan ongelukkigen, leven aan verbitterde mensen?
  
21. Zij zien uit naar de dood, en hij wil niet komen, zij begeren hem meer dan een verborgen schat.
  
22. Blij zouden zij zijn met hun einde, juichend belanden in het graf.
  
23. Waarom leven voor een mens die niet weet waar naartoe nu God hem de weg verspert?
  
24. Zuchten is dagelijks brood, lijkt het wel, klagen het water dat ik te drinken krijg.
  
25. Wat ik het meest vrees komt op mij af, wat mij angst aanjaagt heeft me getroffen;
  
26. ik ken geen geluk, geen rust, geen vrede, mij kwellen martelende vragen.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1978 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES