Bible Study: FrontPage




 

Jozua, Chapter 5

Bible Study - Jozua 5 - Dutch - Willibrord Vertaling 1978 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Toen de koningen van de Amorieten ten westen van de Jordaan en de koningen van de Kanaanieten in de kuststreek hoorden, dat Jahwe de Jordaan voor de Israelieten had drooggelegd totdat zij naar de overkant getrokken waren, sloeg hun de schrik om het hart; zij hadden geen moed meer om nog tegen de Israelieten te strijden.
  
2. In die tijd sprak Jahwe tot Jozua: ‘Ge moet stenen messen maken om de Israelieten opnieuw, voor de tweede keer, te besnijden.’
  
3. Jozua liet dus stenen messen maken en besneed de Israelieten bij de Voorhuidenheuvel.
  
4. De reden waarom Jozua hen besneed was deze: Alle strijdbare mannen, die uit Egypte waren getrokken, waren tijdens de tocht uit Egypte onderweg in de woestijn gestorven.
  
5. Bij het vertrek uit Egypte was heel het volk wel besneden, maar allen die onderweg in de woestijn waren geboren, waren niet besneden.
  
6. Veertig jaar lang immers hadden de Israelieten in de woestijn gezworven, totdat niemand meer in leven was van al de strijdbare mannen, die uit Egypte waren getrokken en die niet naar de stem van Jahwe hadden geluisterd. Jahwe had gezworen, dat deze mannen niet het land van melk en honing zouden zien, dat Hij aan hun vaderen onder ede beloofd had.
  
7. Jahwe had hun zonen in hun plaats gesteld en deze zonen liet Jozua nu besnijden; zij waren nog onbesneden, omdat men ze onderweg niet besneden had.
  
8. Nadat alle mannen besneden waren, bleven zij in het kamp tot zij waren genezen.
  
9. En Jahwe sprak tot Jozua: ‘Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld.’ Daarom heet die plaats Gilgal, tot op de huidige dag.
  
10. Terwijl de Israelieten in Gilgal gelegerd waren, vierden zij het paasfeest op de veertiende dag van de maand, in de avond, in de vlakte van Jericho.
  
11. En daags na pasen, juist op die dag, aten zij ongezuurd brood en geroosterd graan dat uit het land zelf afkomstig was.
  
12. De volgende dag hield het manna op; ze konden nu eten wat het land opbracht. Voortaan kregen de Israelieten geen manna meer: gedurende dat jaar aten zij datgene wat Kanaan opbracht.
  
13. Toen Jozua zich in de omgeving van Jericho bevond, zag hij plotseling een man voor zich staan, met een getrokken zwaard in zijn hand. Hij ging op hem af en vroeg: ‘Bent u een van ons of en van de vijand?’
  
14. De man antwoordde: ‘Geen van beide; ik ben de aanvoerder van het leger van Jahwe. Daarom ben ik gekomen.’ Toen wierp Jozua zich vol eerbied ter aarde en vroeg: ‘Wat komt mijn heer zijn dienaar zeggen?’
  
15. De aanvoerder van het leger van Jahwe antwoordde: Doe uw sandalen uit, want de plaats waar gij staat is heilig.’ En Jozua deed het.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1978 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES