Bible Study: FrontPage




 

Markus, Chapter 11

Bible Study - Markus 11 - Dutch - Willibrord Vertaling 1978 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Toen zij Jeruzalem naderden in de richting van Betfage en Betanie op de Olijfberg, zond Hij twee van zijn leerlingen uit
  
2. met de opdracht: ‘Ga naar het dorp daar voor u, en bij uw binnenkomst is het eerste dat ge zult vinden een veulen dat vastgebonden staat en waarop nog nooit iemand gezeten heeft; maakt dat los en brengt het hier.
  
3. En als iemand u de aanmerking maakt: Wat doet ge daar? antwoordt dan: De Heer heeft het nodig, maar Hij stuurt het spoedig weer hier terug.’
  
4. Zij gingen weg en vonden een veulen vastgebonden aan een deur, buiten op straat. Ze maakten het los,
  
5. maar sommige mensen die daar in de buurt stonden riepen hun toe: ‘Wat doet ge daar, om zo maar dat veulen los te maken?’
  
6. Ze antwoordden zoals Jezus hun had gezegd en de mensen lieten hen ongemoeid.
  
7. Ze brachten het veulen bij Jezus, legden er hun mantels overheen en Hij ging er op zitten.
  
8. Velen spreidden hun mantels op de weg uit, anderen groene takken die ze in het veld gekapt hadden.
  
9. De mensen die Hem omstuwden, jubelden: ‘Hosanna; Gezegend de Komende in de naam des Heren;
  
10. Geprezen het komende koninkrijk van onze vader David! Hosanna in den hoge!’
  
11. Zo trok Hij Jeruzalem binnen, de tempel in. Nadat Hij er alles in ogenschouw had genomen, keerde Hij, omdat het al laat was, met de twaalf naar Betanie terug.
  
12. Toen zij de volgende dag Betanie verlaten hadden, kreeg Hij honger.
  
13. Hij zag in de verte een vijgeboom in blad staan en ging kijken of Hij er misschien iets aan kon vinden; maar bij de boom gekomen vond Hij niets dan blaren; het was trouwens niet de tijd van de vijgen.
  
14. Daarom richtte Hij zich tot de boom en zei: ‘Niemand zal in eeuwigheid nog vruchten van je eten!’Zijn leerlingen hoorden dat.
  
15. Toen ze in Jeruzalem kwamen, ging Hij naar de tempel en begon de kopers en verkopers het tempelplein af te jagen. Hij wierp de tafels van de geldwisselaars en de stoeltjes van de duiven verkopers omver
  
16. en ook duldde Hij niet dat nog iemand enig voorwerp over het tempelplein droeg.
  
17. En Hij gaf hun als verklaring: ‘Staat er niet geschreven: Mijn huis zal een huis van gebed worden genoemd voor alle volkeren? Maar gij hebt er een rovershol van gemaakt.’
  
18. De hogepriesters en schriftgeleerden die dat gehoord hadden, zochten een mogelijkheid om Hem ter dood te brengen. Ze vreesden Hem namelijk, omdat heel het volk verrukt was over zijn leer.
  
19. In de avond verlieten zij de stad weer.
  
20. ‘s Morgens kwamen zij langs de vijgeboom en zagen dat hij tot op de wortel verdord was.
  
21. Petrus dacht weer terug aan het gebeurde en zei: ‘Meester, kijk!’De vijgeboom die Gij vervloekt hebt, is verdord.’
  
22. Jezus antwoordde hun: ‘Hebt geloof in God.
  
23. Voorwaar, Ik zeg u: Als iemand tot deze berg zegt: Hef u op en stort u in de zee, en als hij in zijn hart niet twijfelt, maar gelooft dat gebeuren zal wat hij zegt, voor hem zal het werkelijkheid worden.
  
24. Daarom zeg Ik u: Alles wat ge in het gebed vraagt, gelooft dat ge het al verkregen hebt, en ge zult het verkrijgen.
  
25. Hebt ge iets tegen iemand, terwijl ge staat te bidden, vergeeft het dan, opdat ook uw Vader in de hemel u uw tekortkomingen moge vergeven.’
  
  
27. Zij kwamen wederom in Jeruzalem. Terwijl Hij rondwandelde op het tempelplein, traden de hogepriesters en oudsten op Hem toe
  
28. en vroegen Hem: ‘Welke bevoegdheid hebt Gij om dit alles te doen? En wie heeft U die bevoegdheid dan daartoe gegeven?’
  
29. Jezus antwoordde: ‘Ik zal u een enkele vraag stellen en als gij Mij daar antwoord op geeft, zal Ik u op mijn beurt zeggen krachtens welke bevoegdheid Ik dit alles doe.
  
30. Het doopsel van Johannes, kwam dat van de hemel of van de mensen? Geeft Mij daar een antwoord op.’
  
31. Zij beraadslaagden onder elkaar: Als wij zeggen: van de hemel, dan zal Hij antwoordden: Waarom hebt gij hem dan geen geloof geschonken?
  
32. Maar zeggen we: van de mensen?… Zij waren bang voor het volk, want iedereen hield Johannes voor een profeet.
  
33. Zij gaven Jezus dus ten antwoord: ‘Wij weten het niet.’Toen zei Jezus tot hen: ‘Dan zeg Ik u evenmin krachtens welke bevoegdheid Ik zo handel.’


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1978 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES