Bible Study: FrontPage




 

Mattheüs, Chapter 18

Bible Study - Mattheüs 18 - Dutch - Willibrord Vertaling 1978 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. In diezelfde tijd richtten de leerlingen tot Jezus de vraag: ‘Wie is nu wel de grootste in het Rijk der hemelen?’
  
2. Hij riep een klein kind, zette het in hun midden en zei:
  
3. ‘Voorwaar, Ik zeg u: als gij niet opnieuw wordt als de kleine kinderen, zult gij het Rijk der Hemelen zeker niet binnengaan.
  
4. Wie dus zichzelf gering acht zoals dit kind is de grootste in het Rijk der hemelen.
  
5. En wie in mijn Naam zulk een kind opneemt, neemt Mij op.
  
6. Maar als iemand een van deze kleinen die in Mij geloven aanstoot geeft, zou het beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals hing en hem liet verdrinken in het diepste van de zee.
  
7. Wee de wereld vanwege de ergernissen! Weliswaar is het onvermijdelijk dat er ergernis gegeven wordt, maar wee de mens door wiens toedoen dit geschiedt!
  
8. Geeft uw hand of voet u aanstoot, hak ze af en werp ze van u weg; het is beter voor u verminkt of kreupel het Leven binnen te gaan, dan in het bezit van twee handen of twee voeten in het eeuwige vuur te worden geworpen.
  
9. Geeft uw oog u aanstoot, ruk het uit en werp het van u weg; want het is beter voor u met een oog het Leven binnen te gaan, dan in het bezit van twee ogen geworpen te worden in het vuur van de hel.
  
10. Hoedt u er voor een van deze kleinen te minachten, want Ik zeg u: zij hebben engelen in de hemel en deze aanschouwen voortdurend het aangezicht van mijn Vader die in de hemel is.
  
11. (De Mensenzoon is gekomen om te redden, wat verloren was.)
  
12. Wat dunkt u? Wanneer een man honderd schapen heeft en een daarvan verdwaalt, zal hij dan niet de negenennegentig in de bergen alleen laten om op zoek te gaan naar het verdwaalde?
  
13. En gelukt het hem dat te vinden, voorwaar Ik zeg u, dan zal hij over dat ene meer verheugd zijn dan over de negenennegentig die niet verdwaald waren.
  
14. Zo ook wil uw hemelse Vader niet dan een van deze kleinen verloren gaat.
  
15. Wanneer uw broeder gezondigd heeft, wijs hem dan onder vier ogen terecht. Luistert hij naar u, dan hebt gij uw broeder gewonnen.
  
16. Maar luistert hij niet, haal er dan nog een of twee personen bij, opdat alles beruste op de verklaring van twee of drie getuigen.
  
17. Als hij naar hen niet wil luisteren, leg het dan voor aan de Kerk. Wil hij ook naar de Kerk niet luisteren, beschouw hem dan als een heiden of tollenaar.
  
18. Voorwaar, Ik zeg u: wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn.
  
19. Eveneens zeg ik u: wanneer twee van u eensgezind op aarde iets vragen - het moge zijn van het wil - zullen zij het verkrijgen van mijn Vader die in de hemel is.
  
20. Want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden.’
  
21. Toen kwam Petrus naar Hem toe en sprak: ‘Heer, als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven? Tot zevenmaal toe?’
  
22. Jezus antwoordde hem: ‘Neen, zeg Ik u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventigmaal zevenmaal.
  
23. Daarom gelijkt het Rijk der hemelen op een koning die rekening en verantwoording wilde vragen aan zijn dienaren.
  
24. Toen hij hiermee begon, bracht men iemand bij hem die tienduizend talenten schuldig was.
  
25. Daar hij niets had om te betalen gaf de heer het bevel hem te verkopen met vrouw en kinderen en al wat hij bezat om zo de schuld te vereffenen.
  
26. De dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte: Heer, heb geduld met mij en ik zal u alles betalen.
  
27. De heer kreeg medelijden met die dienaar, liet hem gaan en schold hem de geleende som kwijt.
  
28. Maar toen die dienaar buiten kwam, trof hij daar een andere dienaar die hem honderd denarien schuldig was; hij greep hem bij de keel en zei: Betaal wat je schuldig bent.
  
29. De andere dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte: Heb geduld met mij en ik zal u betalen.
  
30. Maar hij weigerde en liet hem zelfs in de gevangenis zetten, totdat hij zijn schuld zou hebben betaald.
  
31. Toen nu de overige dienaren zagen wat er gebeurd was, waren zij diep verontwaardigd en gingen hun heer alles vertellen.
  
32. Daarop liet de heer hem roepen en sprak: Jij lelijke knecht, heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je mij erom gesmeekt hebt.
  
33. Had jij dan ook geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik met jou medelijden heb gehad?
  
34. En in toorn ontstoken leverde zijn heer hem over aan de beulen, totdat hij zijn hele schuld betaald zou hebben.
  
35. Zo zal ook mijn hemelse Vader met ieder van u handelen, die niet zijn broeder van harte vergiffenis schenkt.’


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1978 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES