|
|
Psalmen, Chapter 11
1. Voor de koorleider. Van David. Mijn veiligheid is bij de Heer. Hoe durft ge te zeggen tot mij: ‘vlied, vogeltje, naar uw bergnest!’
2. Zie, reeds spannen Gods haters de boog, staan gereed met de pijl op de pees argelozen in donker te treffen.
3. Waar de grondslagen om zijn gewoeld wat richt daar een rechtvaardige uit?
4. De Heer in zijn heilig paleis, de Heer in de hemel ten troon - zijn ogen, peilende, zien, zijn wimpers doorgronden de mens;
5. de Heer die de rechtvaardige kent, Hij die de verdorvene doorziet: wie geweld aanhangt haat Hij hartgrondig.
6. Zijn haters treft Hij met een regen van gloeiende kolen, van zwavel; hun lippen verschroeit de woestijnwind.
7. Rechtvaardig is Hij, de Heer, Hij heeft de gerechtigheid lief. Wie oprecht is zal Hem aanschouwen.
|
|
Text source: Willibrordvertaling 1978 Dutch version, public domain.
|
| |
| This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com |
|
|
|
SELECT VERSION
COMPARE WITH OTHER BIBLES
|
|