|
|
Psalmen, Chapter 110
1. Van David. Een psalm. Zo zegt het Jahwe tot mijn heer: ‘wees gezeten aan mijn rechterhand: welhaast doe ik uw vijanden zijn een voetschabel voor uw voeten.’
2. Want Jahwe strekt uw heersersstaf vanuit Sion: gebieden zult gij tot diep in vijandelijk land.
3. U toegewijd is uw volk als de dag aanbreekt van uw heerban. Getooid als gold het een feest, uit de schoot van de dageraad zie! als schitterdauw uw jonge krijgers.
4. Jahwe zwoer het - Hij neemt het niet terug: ‘gij zult priester zijn, de eeuwen door, krachtens mijn uitspraak: Melchisedek.’
5. Mijn heer zetelt aan uw rechterhand: koningen slaat hij neer als hij toornt,
6. richt over de heidenen, velt hen ongeteld, verplettert hun sterkte zover de aarde reikt,
7. lest zijn dorst onderweg uit de beek. Hoog mag hij het hoofd heffen.
|
|
Text source: Willibrordvertaling 1978 Dutch version, public domain.
|
| |
| This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com |
|
|
|
SELECT VERSION
COMPARE WITH OTHER BIBLES
|
|