|
|
Psalmen, Chapter 129
1. Een bedevaartslied. Hoe hebben ze mij van mijn jeugd af bekneld, - spreke het Israel uit -
2. hoe hebben ze mij van mijn jeugd af bekneld, maar ze hielden geen macht over mij.
3. Ploegers hebben mijn rug doorploegd, doorgetrokken hun voren.
4. Maar de Heer, de rechtvaardige, heeft gekapt de strengen der bozen.
5. Straks met schande trekken zij af, al deze haters van Sion.
6. Zij zullen zijn als het gras op het dak, dat, eer het aar maakt, verdort.
7. Niet voor de greep van de maaiershand, niet voor de arm van de binder. -
8. En geen die voorbij komt zegt het tot hen: ‘de zegen des Heren op u; wij zegenen u met de naam van de Heer.’
|
|
Text source: Willibrordvertaling 1978 Dutch version, public domain.
|
| |
| This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com |
|
|
|
SELECT VERSION
COMPARE WITH OTHER BIBLES
|
|