Bible Study: FrontPage




 

Psalmen, Chapter 73

Bible Study - Psalmen 73 - Dutch - Willibrord Vertaling 1978 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Een psalm van Asaf. Waarlijk, God is voor Israel goed, voor die rein zijn gebleven van hart.
  
2. Toch - met mij was het zo dat bijna mijn voeten verkeerd gegaan waren; niets had het gescheeld of mijn schreden zette ik op glibberige paden:
  
3. want afgunstig was ik op de pralers, steeds zag ik naar de voorspoed der bozen.
  
4. Immers - kwellingen kennen zij niet, sterk, weldoorvoed in hun lichaam;
  
5. moet de sterveling zwoegen - zij niet, elk mens treffen de slagen - hen nimmer.
  
6. Zo werd hoogmoed het snoer om hun hals, werd wreedheid de dracht die hen kleedt;
  
7. dikgegeten dat hun ogen puilen: de eigenwaan slaat van hen af!
  
8. Grijnslachend, kwaadaardig van taal, staan zij sterk genoeg om te dreigen;
  
9. hun mond komt de hemel te na, hun tong viert zich uit op de aarde.
  
10. En zo dwaalt zijn volk hiertoe af: zij bezatten zich aan wat Hem toekomt;
  
11. en zij zeggen: ‘hoe zou God dat merken? Heeft de Allerhoogste daar weet van?’
  
12. Ziedaar hoe zij, sluw als ze zijn, steeds verzekerder winnen aan macht.
  
13. Wat helpt het dat ik mijn hart rein hield, mijn handen in onschuld mocht wassen?
  
14. de hele dag word ik gekweld, iedere morgen voltrekt zich mijn tuchtiging.
  
15. Doch zei ik: ‘voortaan spreek ik hun taal’, zie! ik pleegde, verholen, verraad tegenover het volk van uw zonen.
  
16. Ik ging denken om het te verstaan: hoe ik staarde, het was mij te moeilijk.
  
17. Tot Gods heiligdom ik mocht ingaan, en het eind dat hen wachtte gewaar werd;
  
18. wel hebt Gij hen gesteld waar het afglijdt: verpletterend voltrekt Ge hun val.
  
19. Een oogwenk - en er blijft slechts iets naamloos. Voorbij! - gruwzaam zijn zij vergaan.
  
20. Als een droom, Heer, waaruit men ontwaakt, wist Gij, als Ge oprijst, hun beeld weg.
  
21. Toen mijn hart zo verbitterd was - want het sneed mij tot op het leven -
  
22. toen was ik een dwaas en een weetniet, een redeloos dier in uw bijzijn;
  
23. en toch - was ik niet altijd bij U? Gij hield mijn rechterhand vast,
  
24. Gij die mij leidt door uw raad, mij later in heerlijkheid wegneemt.
  
25. Zonder bijstand ben ik - doch bij U verlang ik niets meer op aarde;
  
26. zou mijn lichaam bezwijken, mijn hart, God is immer mijn rots: Hem behoud ik.
  
27. Zie, wie U ontwijkt vindt geen pad meer, wie U schandelijk verlaat delgt Gij uit.
  
28. Mijn geluk - dat is Gods nabijheid, mijn toevlucht weet ik bij de Heer. Moge ik zo heel uw handelen verhalen.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1978 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES