Bible Study: FrontPage




 

1 Kronieken, Chapter 16

Bible Study - 1 Kronieken 16 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Nadat ze de ark van God de stad binnengebracht hadden, zetten ze haar in de tent die David voor haar had opgeslagen, en brachten ze brand- en slachtoffers ter ere van God.
  
2. Toen David de laatste brand- en slachtoffers had opgedragen, zegende hij het volk in de naam van de HEER
  
3. en deelde hij uit aan alle Israëlieten, mannen en vrouwen: ze kregen ieder een plat brood, een stuk vlees en een druivenkoek.
  
4. Daarna stelde hij enkele Levieten aan die de dienst moesten waarnemen bij de ark van de HEER; ze moesten de HEER, de God van Israël, roemen, Hem loven en prijzen.
  
5. Het waren Asaf, het hoofd, en Zekarja, de tweede in rang, Jeïel, Semiramot, Jechiël, Mattitja, Eliab, Benaja, Obed-Edom en Jeïel. Zij moesten op citers en harpen spelen, en Asaf moest de cimbalen slaan,
  
6. terwijl de priesters Benaja en Jachaziël voortdurend op de trompetten moesten blazen voor de ark van het verbond met God.
  
7. Die dag liet David voor de eerste maal door Asaf en zijn broeders het `Loof de HEER' zingen:
  
8. Loof de HEER, roep zijn naam aan, maak bij de volken zijn daden bekend!
  
9. Zing voor Hem, hef een lied voor Hem aan, en spreek over zijn wonderdaden.
  
10. Roem zijn heilige naam; verheugd zal het hart zijn dat de HEER zoekt.
  
11. Richt u op de HEER en zijn macht; zoek voortdurend zijn aanschijn.
  
12. Gedenk de wonderen die Hij deed, zijn tekenen en de rechtspraak uit zijn mond,
  
13. u, kroost van Israël, zijn dienaar, u, zonen van Jakob, zijn uitverkorene.
  
14. Hij is de HEER, onze God; over heel de aarde gelden zijn wetten.
  
15. Denk altijd aan zijn verbond, het gebod dat Hij gaf voor duizend generaties,
  
16. het verbond dat Hij sloot met Abraham, en de eed die Hij Isaak zwoer.
  
17. Hij heeft die voor Jakob tot wet verheven, voor Israël tot een eeuwig verbond,
  
18. toen Hij zei: `Ik zal u Kanaän geven. Ik wijs het u toe als bezit.'
  
19. Toen u nog weinig talrijk was, een kleine groep in een vreemd land,
  
20. toen u van volk tot volk zwierf, van het ene rijk naar het andere,
  
21. duldde Hij niet dat iemand u verdrukte en Hij tuchtigde koningen om uwentwil:
  
22. `Raak mijn gezalfden niet aan, doe mijn profeten geen kwaad!'
  
23. Heel de aarde, zing ter ere van de HEER, verkondig zijn heil van dag tot dag;
  
24. verkondig zijn verhevenheid onder de volken, zijn wonderdaden onder alle volken.
  
25. Groot is de HEER en hoog te prijzen, geducht is Hij boven alle goden;
  
26. want alle goden van de volken zijn afgoden, maar de HEER heeft de hemel gemaakt!
  
27. Glans en glorie staan voor zijn aanschijn; van vreugde en macht is zijn woonplaats vervuld.
  
28. Geef de HEER, geslachten van de volken, geef de HEER eer en macht.
  
29. Geef de HEER de eer die Hem toekomt, treed met geschenken voor zijn aangezicht, buig u neer voor de HEER in heilig gewaad,
  
30. sidder voor Hem, heel de aarde. De wereld staat vast en ze wankelt niet.
  
31. Laat de hemelen zich verheugen en de aarde juichen, laat de volken verkondigen: `De HEER is koning!'
  
32. Laat de zee met al wat erin is bulderen, laat het veld jubelen met al wat er leeft.
  
33. Laat ook de bomen in het woud zich verblijden om de HEER, want Hij komt om over de aarde te oordelen!
  
34. Loof de HEER, want Hij is goed, eeuwig duurt zijn goedheid.
  
35. Zeg tegen Hem: `Red ons, God van ons heil, bevrijd ons uit de greep van de volken, en breng ons bijeen om uw heilige naam te loven en uw lof te verkondigen.'
  
36. Gezegend is de HEER, de God van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid! En heel het volk riep: `Amen! Loof de HEER!'
  
37. David stelde Asaf en zijn broeders aan om onafgebroken dagelijks de dienst waar te nemen bij de ark van het verbond.
  
38. Verder stelde hij Obed-Edom met zijn broeders, achtenzestig man, en nog een andere Obed-Edom, de zoon van Jeditun, en Chosa aan als poortwachters.
  
39. Maar de priester Sadok met zijn broeders, de priesters, liet hij bij de verblijfplaats van de HEER op de offerhoogte van Gibeon achter,
  
40. om voortdurend 's ochtends en 's avonds op het altaar brandoffers op te dragen voor de HEER, zoals voorgeschreven is in de wet die de HEER Israël heeft opgelegd.
  
41. Bij hem bevonden zich Heman en Jedutun en de overigen die uitgekozen en met name aangewezen waren, om ter ere van de HEER het `Loof de HEER, want eeuwig duurt zijn goedheid' te zingen.
  
42. Heman en Jedutun hadden de trompetten en cimbalen onder hun hoede en andere instrumenten voor de gewijde muziek. En de zonen van Jedutun waren bij de poort.
  
43. Daarop ging het volk naar huis en David keerde terug om zijn familie te begroeten.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES