Bible Study: FrontPage




 

1 Kronieken, Chapter 4

Bible Study - 1 Kronieken 4 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. De zonen van Juda waren Peres, Chesron, Karmi, Chur en Sobal.
  
2. Reaja, de zoon van Sobal, verwekte Jachat; Jachat verwekte Achumai en Lahad. Dat zijn de geslachten van de Soratieten.
  
3. En dit waren de zonen van Chur, de vader van Etam: Jizreël, Jisma, Jidbas; hun zuster heette Hasselelponi;
  
4. verder Penuël, de vader van Gedor, en Ezer, de vader van Chusa. Dat waren de zonen van Chur de eerstgeborene van Efrat, de vader van Betlehem.
  
5. Aschur, de vader van Tekoa, had twee vrouwen: Chela en Naära.
  
6. Naära baarde hem Achuzzam en Chefer; van haar stammen ook de Temenieten af en de Achastari; dat waren de zonen van Naära.
  
7. De zonen van Chela waren Seret, Sochar en Etnan.
  
8. Kos verwekte Anub en Hassobeba; van hem stamden ook de geslachten van Acharchel af, de zoon van Harum.
  
9. Jabes was de voornaamste onder zijn broers. Zijn moeder had hem Jabes genoemd. `Want', zei ze, `met smart heb ik hem gebaard.'
  
10. Jabes riep derhalve de God van Israël aan en bad: `Zegen mij en vergroot mijn gebied; laat uw hand met mij zijn en houd het kwade ver van mij; dan treft mij geen smart.' En God verhoorde zijn gebed.
  
11. Kelub, de broer van Sucha, verwekte Mechir; hij was de vader van Eston.
  
12. Eston verwekte Bet-Rafa, Paseach en Techinna, de vader van de stad Nachas. Dat waren de Rekaieten.
  
13. De zonen van Kenaz waren Otniël en Seraja; de zonen van Otniël Chatat en Meonotai.
  
14. Meonotai verwekte Ofra; Seraja verwekte Joab, de vader van het Handwerkersdal: daar woonden namelijk handwerkslieden.
  
15. De zonen van Kaleb, de zoon van Jefunne, waren Iru, Elam en Naäm. De zoon van Ela was Kenaz.
  
16. De zonen van Jehallelel waren Zif en Zifa, Tireja en Asarel.
  
17. De zonen van Ezra waren Jeter, Mered, Efer en Jalon. Bitja, de dochter van de farao, die Mered tot vrouw genomen had, baarde Mirjam, Sammai en Jisbach, de vader van Estemoa.
  
18. Zijn Judese vrouw baarde Jered, de vader van Gedor, Cheber, de vader van Soko, en Jekutiël, de vader van Zanoach.
  
19. De zonen van de vrouw van Hodia, de zuster van Nacham, waren: de vader van Keïla, de Garmiet, en Estemoa, de Maäkatiet.
  
20. De zonen van Simon waren Ammon, Rinna, Ben-Chanan en Tilon; de zonen van Jisi waren Zochet en Ben-Zochet.
  
21. De zonen van Sela, de zoon van Juda, waren Er, de vader van Leka, en Lada, de vader van Maresa; van hem stamden ook de geslachten af van de linnenwevers van Bet-Asbea,
  
22. Jokim en de mannen van Kozeba, Joas en Saraf, die, na over Moab te hebben geregeerd, teruggekeerd zijn naar Betlehem. Dit is al lang geleden.
  
23. Zij waren pottenbakkers, inwoners van Netaïm en Gedera. Ze woonden daar bij de koning en stonden in zijn dienst.
  
24. De zonen van Simeon waren Nemuël, Jamin, Jarib, Zerach en Saul.
  
25. Diens zoon was Sallum; diens zoon Mibsam; diens zoon Misma.
  
26. De zonen van Misma waren zijn zoon Chammuël, diens zoon Zakkur en diens zoon Simi.
  
27. Simi had zestien zonen en zes dochters, maar zijn broers hadden niet veel zonen; daarom waren hun hele families niet zo talrijk als de nakomelingen van Juda.
  
28. Ze woonden in Berseba, Molada, Chasar-Sual,
  
29. Bilha, Esem, Tolad,
  
30. Betuël, Chorma, Siklag,
  
31. Bet-Hammarkabot, Chasar-Susim, Bet-Biri en Saäraïm. Dat waren hun steden, tot David koning werd.
  
32. Hun nederzettingen waren Etam, Aïn, Rimmon, Token en Asan, in het geheel vijf;
  
33. bovendien al de nederzettingen rondom de genoemde steden tot aan Baäl toe. Dat waren hun woonplaatsen en zo was hun stamverband.
  
34. Mesobab, Jamlek, Josa, de zoon van Amasa,
  
35. Joël, Jehu !!- de zoon van Josibja, de zoon van Seraja, de zoon van Asiël !!-
  
36. Eljoënai, Jaäkoba, Jesochaja, Asaja, Adiël, Jesimel, Benaja,
  
37. en Ziza !!- de zoon van Sifi, de zoon van Allon, de zoon van Jedaja, de zoon van Simri, de zoon van Semaja !!-
  
38. deze met name genoemde mannen waren de leiders van hun families. Omdat hun families zich sterk uitgebreid hadden,
  
39. trokken ze naar Gedor en verspreidden ze zich van de ingang van het dal tot de oostkant om weidegrond te zoeken voor hun schapen.
  
40. Ze vonden goede, malse weidegrond; het land, dat vroeger bewoond geweest was door Chamieten, was weids, vreedzaam en welvarend.
  
41. De bovenvermelde mannen kwamen daar in de tijd van Hizkia, de koning van Juda. Ze versloegen de Meünieten die daar woonden en verwoestten hun tenten; ze wijdden hen aan de vernietiging en vestigden zich in hun plaats; daar wonen ze nog; daar was namelijk weidegrond voor hun schapen.
  
42. Ook ging een deel van de Simeonieten, vijfhonderd man, naar het Seïrgebergte, onder leiding van Pelatja, Nearja, Refaja en Uzziël, zonen van Jisi.
  
43. Ze versloegen het laatste restant van Amalek dat ontkomen was, vestigden zich daar en wonen er nog.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES