Bible Study: FrontPage




 

1 Kronieken, Chapter 6

Bible Study - 1 Kronieken 6 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. De zonen van Levi waren Gersom, Kehat en Merari.
  
2. De zonen van Kehat waren Amram, Jishar, Chebron en Uzziël.
  
3. De kinderen van Amram waren Aäron, Mozes en Mirjam. De zonen van Aäron waren Nadab, Abihu, Eleazar en Itamar.
  
4. Eleazar verwekte Pinechas; Pinechas verwekte Abisua;
  
5. Abisua verwekte Bukki; Bukki verwekte Uzzi;
  
6. Uzzi verwekte Zerachja; Zerachja verwekte Merajot;
  
7. Merajot verwekte Amarja; Amarja verwekte Achitub;
  
8. Achitub verwekte Sadok; Sadok verwekte Achimaäs;
  
9. Achimaäs verwekte Azarja; Azarja verwekte Jochanan;
  
10. Jochanan verwekte Azarja. Deze was priester in de tempel die Salomo in Jeruzalem gebouwd had.
  
11. Azarja verwekte Amarja; Amarja verwekte Achitub;
  
12. Achitub verwekte Sadok; Sadok verwekte Sallum;
  
13. Sallum verwekte Chilkia; Chilkia verwekte Azarja;
  
14. Azarja verwekte Seraja; Seraja verwekte Josadak;
  
15. en Josadak vertrok, toen de HEER Juda en Jeruzalem door Nebukadnessar in ballingschap liet wegvoeren.
  
16. De zonen van Levi waren Gersom, Kehat en Merari.
  
17. De namen van Gersoms zonen waren Libni en Simi.
  
18. De zonen van Kehat waren Amram, Jishar, Chebron en Uzziël.
  
19. De zonen van Merari waren Machli en Musi. Hier volgen lijsten van de generaties van de Levieten.
  
20. De zoon van Gersom was Libni, diens zoon was Jachat, en diens zoon Zimma;
  
21. diens zoon was Joach, diens zoon Iddo, diens zoon Zerach, en diens zoon Jeaterai.
  
22. De zoon van Kehat was Amminadab, diens zoon Korach en diens zoon Assir,
  
23. diens zoon was Elkana, diens zoon Ebjasaf, en diens zoon Assir;
  
24. diens zoon van Tachat, diens zoon Uriël, diens zoon Uzzia, en diens zoon Saul.
  
25. De zonen van Elkana waren Amasai en Achimot.
  
26. Diens zoon was Elkana, diens zoon Sofai, en diens zoon Nachat;
  
27. diens zoon was Eliab, diens zoon Jerocham, en diens zoon Elkana.
  
28. De zonen van Samuël waren Joël, de oudste, en Abia, de jongste.
  
29. De zoon van Merari was Machli, diens zoon was Libni, diens zoon Simi, en diens zoon Uzza;
  
30. diens zoon was Sima, diens zoon Chaggia, en diens zoon Asaja.
  
31. Hier volgen de namen van degenen die door David belast werden met de verzorging van de muziek in het huis van de HEER nadat de ark daar geplaatst was.
  
32. Ze deden dienst als zangers voor de verblijfplaats, de tent van samenkomst, totdat Salomo de tempel in Jeruzalem gebouwd had, en zij hun diensten ordelijk konden waarnemen.
  
33. Uit het geslacht van Kehat waren, met hun zonen, de volgende personen in dienst: Heman, de zanger, de zoon van Joël, de zoon van Samuël,
  
34. de zoon van Elkana, de zoon van Jerocham, de zoon van Eliël, de zoon van Toach,
  
35. de zoon van Sif, de zoon van Elkana, de zoon van Machat, de zoon van Amasai,
  
36. de zoon van Elkana, de zoon van Joël, de zoon van Azarja, de zoon van Sefanja,
  
37. de zoon van Tachat, de zoon van Assir, de zoon van Ebjasaf, de zoon van Korach,
  
38. de zoon van Jishar, de zoon van Kehat, de zoon van Levi, de zoon van Israël.
  
39. Vervolgens Asaf, zijn ambtsbroeder, die aan zijn rechterhand stond; Asaf was de zoon van Berekja, de zoon van Sima,
  
40. de zoon van Michaël, de zoon van Baäseja, de zoon van Malkia,
  
41. de zoon van Etni, de zoon van Zerach, de zoon van Adaja,
  
42. de zoon van Etan, de zoon van Zimma, de zoon van Simi,
  
43. de zoon van Jachat, de zoon van Gersom, de zoon van Levi.
  
44. Aan zijn linkerhand stond, uit het geslacht van Merari, Etan, de zoon van Kisi, de zoon van Abdi, de zoon van Malluk,
  
45. de zoon van Chasabja, de zoon van Amasja, de zoon van Chilkia,
  
46. de zoon van Amsi, de zoon van Bani, de zoon van Somer,
  
47. de zoon van Machli, de zoon van Musi, de zoon van Merari, de zoon van Levi.
  
48. Vervolgens hun ambtsbroeders, de Levieten die belast waren met de diensten in de verblijfplaats, het huis van God.
  
49. Maar Aäron en zijn zonen waren belast met de offerdienst op het brandofferaltaar, en met alle diensten in het heilige der heiligen, om voor Israël verzoening te verkrijgen, zoals dit door Mozes, de dienaar van God, was bepaald.
  
50. Dit waren de afstammelingen van Aäron: zijn zoon Eleazar, diens zoon Pinechas, diens zoon Abisua;
  
51. diens zoon Bukki, diens zoon Uzzi, diens zoon Zerachja;
  
52. diens zoon Merajot, diens zoon Amarja, diens zoon Achitub;
  
53. diens zoon Sadok, en diens zoon Achimaäs.
  
54. En dit waren de woonplaatsen en de kampementen op hun grondgebied. Allereerst die van het geslacht van Kehat, uit de stam van Aäron, want zij waren als eersten door het lot aangewezen:
  
55. aan hen werd Hebron in Juda gegeven, met de omliggende weidegronden.
  
56. Het akkerland van de stad en de onderhorige gebieden waren reeds toegewezen aan Kaleb, de zoon van Jefunne.
  
57. Aan de zonen van Aäron gaf men dus de vrijsteden Hebron en Libna met hun weidegronden, evenals Jattir en Estemoa met hun weidegronden;
  
58. bovendien Chilez met weidegronden en Debir met weidegronden:
  
59. en tenslotte Asan en Bet-Semes, beide ook met hun weidegronden;
  
60. uit de stam Benjamin tenslotte Geba, Alemet en Anatot, met hun weidegronden; in totaal waren het dertien steden voor hun geslachten.
  
61. De overige zonen van Kehat verkregen voor hun families door loting tien steden uit de stammen Efraïm en Dan, en de halve stam Manasse.
  
62. De zonen van Gersom verkregen voor hun families uit de stam Issakar en uit de stammen Aser, Naftali en het tot Manasse behorende Basan, dertien steden.
  
63. Aan de zonen van Merari wees het lot, voor hun families, twaalf steden toe uit de stammen Ruben, Gad en Zebulon.
  
64. De Israëlieten schonken al deze steden met hun weidegronden aan de Levieten.
  
65. Uit de stammen Juda, Simeon en Benjamin werden hun ook steden door loting toegewezen en daaraan gaven ze zelf namen.
  
66. De zonen van Kehat kregen ook enkele steden uit de stam Efraïm als grondgebied voor hun families toegewezen.
  
67. Als vrijsteden gaf men hun Sichem met de weidegronden op het Efraïmgebergte, evenals Gezer met weidegronden,
  
68. Jokmeam, Bet-Choron,
  
69. Ajjalon en Gat-Rimmon, met de weidegronden;
  
70. en uit de halve stam Manasse: Aner en Bileam, beide met weidegronden. Dit alles verkregen de overige zonen van Kehat voor hun families.
  
71. Aan de zonen van Gersom werden, voor hun families, uit de halve stam Manasse, Golan in Basan toegewezen, en Astarot met hun weidegronden;
  
72. uit de stam Issakar: Kedes en Daberat met hun weidegronden
  
73. en Ramot en Anem, beide ook met hun weidegronden;
  
74. uit de stam Aser Masal, Abdon
  
75. uit Chukok en Rechob, met hun weidegronden;
  
76. uit de stam Naftali: Kedes in Galil, Chammon en Kirjataïm, met hun weidegronden.
  
77. Aan de overige zonen van Merari werden uit de stam Zebulon Rimmono en Tabor met hun weidegronden toegewezen;
  
78. en aan de overzijde van de Jordaan, oostelijk daarvan, bij Jericho, uit de stam Ruben: Beser in de woestijn, en Jahas, beide met hun weidegronden;
  
79. bovendien Kedemot en Mefaät met hun weidegronden;
  
80. en uit de stam Gad: Ramot in Gilead en Machanaïm met hun weidegronden;
  
81. tenslotte Chesbon en Jazer, beide met hun weidegronden.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES