Bible Study: FrontPage




 

1 Samuël, Chapter 10

Bible Study - 1 Samuël 10 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Toen nam Samuël een kruikje olie en goot dat uit over het hoofd van Saul. Hij kuste hem en zei: `U heeft de HEER gezalfd tot vorst over zijn eigen volk.
  
2. Als u zo meteen van mij bent weggegaan, zult u dicht bij het graf van Rachel, in het gebied van Benjamin, in Selsach, twee mannen ontmoeten. Zij zullen u zeggen: "De ezelinnen die u zoekt zijn terecht. Uw vader is nu niet meer bezorgd over de ezelinnen maar over u, en hij vraagt zich af wat hij voor zijn zoon moet doen."
  
3. Als u verder trekt en bij de eik van Tabor komt, zult u er drie mannen ontmoeten die op weg zijn naar God in Betel; de ene heeft drie bokjes bij zich, de andere drie ronde broden en de derde een zak wijn.
  
4. Zij zullen u groeten en u twee broden aanbieden, die u van hen moet aannemen.
  
5. Daarna komt u in Gibea van God, waar de Filistijnen een wachtpost hebben. Zodra u de stad ingaat, ziet u een groep profeten van de offerhoogte komen, in vervoering, met harpen, tamboerijnen, fluiten en citers voorop.
  
6. Dan zal de geest van de HEER u aangrijpen: ook u zult in vervoering raken en een ander mens worden.
  
7. Als deze tekenen uitkomen, doe dan verder wat voor de hand ligt, want God is met u.
  
8. U moet mij voorgaan naar Gilgal; ik kom daar bij u om brand- en slachtoffers op te dragen. Zeven dagen moet u wachten: dan kom ik bij u en laat ik u weten wat u moet doen.'
  
9. En inderdaad, nadat Saul zich had omgekeerd en van Samuël was weggegaan, gaf God hem een ander hart; dit gebeurde allemaal nog diezelfde dag.
  
10. Toen zij in Gibea kwamen, kwam hem een groep profeten tegemoet. De geest van God greep Saul aan; hij raakte in vervoering en sloot zich bij hen aan.
  
11. En iedereen die hem sinds jaar en dag kende, zag hem daar met de profeten in vervoering. En de mensen zeiden tegen elkaar: `Wat is er met de zoon van Kis gebeurd? Is Saul ook al bij de profeten?'
  
12. Iemand van daar zei nog: `Wie is dan hun vader?' Zo is het spotwoord ontstaan: `Is Saul ook al bij de profeten?'
  
13. Toen zijn vervoering voorbij was, ging Saul naar de offerhoogte.
  
14. En de oom van Saul zei tegen hem en zijn knecht: `Waar zijn jullie geweest?' Hij antwoordde: `Wij waren op zoek naar de ezelinnen en toen wij ze nergens konden vinden, zijn we naar Samuël gegaan.'
  
15. Daarop zei de oom van Saul: `Vertel me eens: Wat heeft Samuël tegen je gezegd?'
  
16. Saul antwoordde: `Hij heeft ons verteld dat de ezelinnen terecht waren.' Dat Samuël over het koningschap gesproken had, vertelde hij hem niet.
  
17. Daarna riep Samuël het volk op om naar de HEER in Mispa te komen,
  
18. en hij zei tegen de Israëlieten: `Zo spreekt de HEER, de God van Israël: Ik ben degene die de Israëlieten uit Egypte heeft geleid en die u bevrijd heeft uit de macht van Egypte en uit de macht van alle koninkrijken die u onderdrukken.
  
19. Maar nu verwerpt u uw God, degene die u uit al uw rampen en noden gered heeft; nu zegt u: "Nee, stel een koning over ons aan!" Welnu, stel u op voor het aangezicht van de HEER, volgens stam en familie.'
  
20. Samuël liet vervolgens alle stammen van Israël aantreden en de stam Benjamin werd aangewezen.
  
21. Toen liet hij de geslachten van de stam Benjamin aantreden en het geslacht Matri werd aangewezen. Ten slotte werd Saul, de zoon van Kis, aangewezen. Maar hoe men ook zocht, hij was niet te vinden.
  
22. Daarop stelde men de HEER nogmaals een vraag: `Is er nog iemand anders gekomen?' En de HEER antwoordde: `Hij is hier, verscholen tussen de bagage.'
  
23. Zij renden erheen en haalden hem tevoorschijn. Toen hij tussen het volk stond, stak hij er met kop en schouders bovenuit.
  
24. Daarop zei Samuël tegen het volk: `Het zal u wel duidelijk zijn wie de HEER uitverkoren heeft. Onder het hele volk is er geen tweede zoals hij.' En heel het volk juichte en riep: `Leve de koning!'
  
25. Daarna kondigde Samuël voor het volk het koninklijke recht af; hij tekende dit op in een oorkonde en legde die voor het aangezicht van de HEER. Toen liet Samuël het volk vertrekken en iedereen ging naar huis.
  
26. Ook Saul ging huiswaarts, naar Gibea, en met hem gingen de dapperen die daartoe door God waren aangezet.
  
27. Maar er was ook gespuis, dat zei: `Zou hij ons redden?' Zo toonden zij hun minachting voor hem en ze brachten hem ook geen geschenk. Maar hij deed alsof hij het niet merkte.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES