Bible Study: FrontPage




 

2 Kronieken, Chapter 36

Bible Study - 2 Kronieken 36 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. De stadsbevolking maakte nu Joachaz, de zoon van Josia, tot koning van Jeruzalem, als opvolger van zijn vader.
  
2. Joachaz was drieëntwintig jaar toen hij koning werd, en hij regeerde drie maanden in Jeruzalem.
  
3. De koning van Egypte zette hem af als koning van Jeruzalem en legde het land een belasting op van honderd talenten zilver en een talent goud.
  
4. De koning van Egypte stelde de broer van Joachaz, Eljakim, aan als koning van Juda en Jeruzalem, en veranderde zijn naam in Jojakim. Joachaz, zijn broer, werd door Neko weggevoerd naar Egypte.
  
5. Jojakim was vijfentwintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde elf jaar in Jeruzalem; hij deed wat de HEER zijn God mishaagde.
  
6. Nebukadnessar, de koning van Babel, trok tegen hem ten strijde. Hij sloeg Jojakim in bronzen boeien en voerde hem weg naar Babel.
  
7. Ook nam Nebukadnessar een deel van de huisvaten mee en liet deze in zijn paleis in Babel plaatsen.
  
8. Verdere bijzonderheden over Jojakim, over de gruweldaden die hij bedreef, en al het andere kwaad waaraan hij zich schuldig maakte, zijn te vinden in het boek van de koningen van Israël en Juda. Jojakin, zijn zoon, volgde hem op.
  
9. Jojakin was acht jaar oud toen hij koning werd; hij regeerde drie maanden en tien dagen in Jeruzalem en deed wat de HEER mishaagde.
  
10. In het volgende voorjaar zond koning Nebukadnessar opnieuw zijn leger. Hij bracht Jojakin met het kostbare vaatwerk van het huis van de HEER naar Babel over, en verhief Sedekia, Jojakins broer, tot koning over Juda en Jeruzalem.
  
11. Sedekia was eenentwintig jaar toen hij koning werd en hij regeerde elf jaar in Jeruzalem.
  
12. Hij deed wat de HEER zijn God mishaagde. Hij wilde zich niet vernederen voor Jeremia, de profeet, die namens de HEER tot hem sprak.
  
13. Bovendien kwam hij in opstand tegen Nebukadnessar, die hem bij God had laten zweren hem trouw te blijven. Hij bleef halsstarrig en verstokt, en weigerde zich te bekeren tot de HEER, de God van Israël.
  
14. Ook de voornaamste priesters en het volk zelf vielen in groten getale af; ze bedreven alle gruweldaden van de heidenen en ontwijdden het huis van de HEER, dat Hij geheiligd had in Jeruzalem.
  
15. De HEER, de God van hun vaderen, werd niet moe hun telkens weer gezanten te sturen, want Hij had medelijden met zijn volk en zijn woonplaats.
  
16. Maar ze overlaadden de gezanten van God met smaad, sloegen hun waarschuwingen in de wind, en spotten met de profeten, zodat de toorn van de HEER wel onverbiddelijk moest neerkomen op zijn volk.
  
17. De koning van de Chaldeeën trok tegen hem op; hij doodde in het huis van hun heiligdom alle jongemannen met het zwaard; geen jongeman of meisje, oude man of grijsaard spaarde hij, want de HEER had iedereen aan hem uitgeleverd.
  
18. Alle vaten van het huis van God, grote en kleine, de schatten van het huis van de HEER, van de koning en van alle prinsen liet hij naar Babel voeren.
  
19. Zij staken het huis van God in brand, braken de muur van Jeruzalem af, en alle grote gebouwen van de stad lieten zij in vlammen opgaan, zodat alle kostbaarheden verloren gingen.
  
20. Iedereen die aan het zwaard ontkomen was, liet hij naar Babel in ballingschap wegvoeren; ze moesten hem en zijn zonen als slaven dienen, totdat het Perzische rijk aan de macht kwam.
  
21. Zo ging het woord dat de HEER door Jeremia gesproken had in vervulling: `Het land zal zijn sabbatjaren vergoed krijgen!' Het land bleef al die tijd braak liggen en rustte uit, zeventig volle jaren lang.
  
22. In het eerste regeringsjaar van Kores, de koning van Perzië, liet de HEER de voorspelling die Hij door Jeremia gedaan had in vervulling gaan. Hij gaf Kores, de koning van Perzië, in, om in heel zijn koninkrijk, mondeling en per brief, een boodschap te doen uitgaan, met de volgende woorden:
  
23. `Zo spreekt Kores, de koning van Perzië: De HEER, de God van de hemel, heeft mij alle koninkrijken van de aarde geschonken. Hij heeft mij opgedragen om voor Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, in Juda. Laten al degenen onder u die tot zijn volk behoren, onder de hoede van de HEER hun God, terugkeren.'


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES