Bible Study: FrontPage




 

2 Corinthiër, Chapter 6

Bible Study - 2 Corinthiër 6 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Als zijn medewerkers sporen wij u aan: zorg dat u de genade van God niet tevergeefs hebt ontvangen.
  
2. Hij zegt immers: Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van het heil ben Ik u te hulp gekomen . Nú is het die gunstige tijd, nú is het de dag van het heil.
  
3. Wij geven absoluut niemand aanstoot, om het dienstwerk niet in diskrediet te brengen.
  
4. Integendeel, in alle omstandigheden proberen wij ons te gedragen als dienaren van God door het standvastig verduren van moeilijkheden, nood, ellende,
  
5. slagen, gevangenschap, oproer, zwaar werk, slaapgebrek, te weinig eten;
  
6. maar ook door zuiverheid, inzicht, geduld, goedheid, door een geest van heiligheid en oprechte liefde,
  
7. door het woord van de waarheid en de kracht van God. Wij vallen aan en verdedigen ons met de wapens van de gerechtigheid.
  
8. Eer en smaad, laster en lof zijn ons deel; wij zijn als bedriegers die de waarheid spreken,
  
9. als onbekenden die iedereen kent, als stervenden die blijven leven, als streng gestraften die niet worden gedood,
  
10. als treurenden die altijd verheugd zijn, als armen die velen rijk maken, als havelozen die toch alles hebben.
  
11. Wij spreken ronduit met u, Korintiërs, ons hart staat wijd voor u open.
  
12. Wij zijn niet bekrompen jegens u; zelf bent u niet ruimhartig genoeg.
  
13. Om mij wat kinderlijk uit te drukken: geef dan ook mij krediet en gedraag u niet bekrompen jegens mij...
  
14. Vorm geen ongelijk span met de ongelovigen. Wat heeft gerechtigheid te maken met wetteloosheid? Wat heeft licht uit te staan met duisternis?
  
15. Is er enige overeenstemming tussen Christus en Beliar? Wat heeft een gelovige gemeen met een ongelovige?
  
16. Is er enig verband tussen de tempel van God en de afgoden? Wij zijn de tempel van de levende God. God heeft zelf gezegd: Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
  
17. Daarom, ga weg uit hun midden en houd u ver van hen, zegt de Heer, en raak niets aan wat onrein is. Dan zal Ik u genadig aannemen.
  
18. Ik zal voor u een vader zijn en u zult voor mij zonen en dochters zijn, zegt de Heer, de Albeheerser.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES