Bible Study: FrontPage




 

2 Koningen, Chapter 25

Bible Study - 2 Koningen 25 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. In het negende regeringsjaar van Sedekia, in de tiende maand, op de tiende dag van de maand, trok Nebukadnessar, de koning van Babel, in eigen persoon met heel zijn krijgsmacht op tegen Jeruzalem; hij sloeg er zijn kamp op en wierp een wal op rondom de stad.
  
2. De belegering duurde tot aan het elfde regeringsjaar van Sedekia.
  
3. Op de negende dag van de maand, toen de hongersnood al zo nijpend was geworden dat er voor het volk van het land geen brood meer was,
  
4. werd er een bres in de stadsmuur geslagen. Ofschoon de Chaldeeën rondom de stad lagen, verlieten de krijgslieden 's nachts de stad door de poort tussen de beide muren bij de koninklijke tuin en vluchtten in de richting van de Araba.
  
5. Het leger van de Chaldeeën ging de koning achterna en haalde hem in op de vlakte van Jericho, nadat zijn leger uiteengevallen was.
  
6. Zij namen de koning gevangen en brachten hem naar de koning van Babel in Ribla. Deze sprak het vonnis over hem uit.
  
7. De zonen van Sedekia werden voor zijn ogen afgeslacht en vervolgens liet hij Sedekia de ogen uitsteken, hem met twee bronzen kettingen boeien en wegvoeren naar Babel.
  
8. In de vijfde maand, op de zevende dag van de maand, in het negentiende regeringsjaar van Nebukadnessar, de koning van Babel, trok Nebuzaradan, commandant van de lijfwacht en adjudant van de koning van Babel, Jeruzalem binnen.
  
9. Hij stak het huis van de HEER, het koninklijk paleis en alle huizen van Jeruzalem in brand; alle grote gebouwen liet hij in vlammen opgaan.
  
10. Het leger van de Chaldeeën dat onder bevel stond van de commandant van de lijfwacht, sloopte de muur van Jeruzalem.
  
11. Wat in de stad nog van het volk was overgebleven, evenals degenen die naar de koning van Babel waren overgelopen, de rest van de bevolking, werd door Nebuzaradan, de commandant van de lijfwacht, in ballingschap weggevoerd.
  
12. Alleen de armsten van het volk liet de commandant van de lijfwacht achter om te zorgen voor wijngaarden en akkers.
  
13. De bronzen zuilen van het huis van de HEER, de ketelwagens en de bronzen Zee in de tempel van de HEER, sloegen de Chaldeeën stuk en het brons brachten ze naar Babel.
  
14. Ook de potten, scheppen, messen, schalen en alle andere bronzen voorwerpen die voor de eredienst gebruikt werden, namen zij mee.
  
15. De vuurbekkens en offerschalen, alwat van goud of zilver was, nam de commandant van de lijfwacht mee.
  
16. Het brons van de twee zuilen, de Zee en de ketelwagens die Salomo voor het huis van de HEER had laten maken, was niet te wegen.
  
17. Elk van beide zuilen was achttien el hoog; erbovenop rustte een bronzen kapiteel dat drie el hoog was en rondom het kapiteel was een vlechtwerk aangebracht met granaatappels, alles van brons.
  
18. De commandant van de lijfwacht nam de hogepriester Seraja, zijn plaatsvervanger Sefanja en de drie poortwachters gevangen.
  
19. Bovendien nam hij in de stad een kamerheer gevangen die het bevel voerde over een legerafdeling, en vijf ambtenaren van het hof die zich nog in de stad bevonden, evenals de schrijver van de opperbevelhebber die het volk van het land onder de wapenen riep, en zestig man van het volk van het land die zich nog in de stad bevonden.
  
20. Nebuzaradan, de commandant van de lijfwacht, nam hen gevangen en hij voerde hen naar de koning van Babel.
  
21. En de koning van Babel liet hen in Ribla, in de streek van Hamat, doden. Zo werd Juda uit zijn land in ballingschap weggevoerd.
  
22. Over het volk dat Nebukadnessar, de koning van Babel, in het land Juda gelaten had, stelde hij Gedalja, de zoon van Achikam, de zoon van Safan, tot landvoogd aan.
  
23. Toen de legeraanvoerders hoorden dat de koning van Babel Gedalja tot landvoogd aangesteld had, begaf iedereen zich met zijn mannen naar Gedalja in Mispa; het waren Jismaël, de zoon van Netanja, Jochanan, de zoon van Kareach, Seraja, de zoon van Tanchumet uit Netofa, en Jaäzanja, de zoon van een Maäkatiet, met hun mannen.
  
24. Gedalja verzekerde hun en hun mannen onder ede: `U hebt niets te vrezen van de Chaldese bezetters; blijf in het land en dien de koning van Babel, dan zal het u goed gaan.'
  
25. Maar in de zevende maand pleegde Jismaël, de zoon van Netanja, de zoon van Elisama, en lid van de koninklijke familie, samen met tien man een overval en zij brachten Gedalja in Mispa ter dood, met de Judeeërs en de Chaldeeën die bij hem waren.
  
26. Toen vluchtte heel het volk, van groot tot klein, met de legeraanvoerders naar Egypte, want zij vreesden de wraak van de Chaldeeën.
  
27. In het zevenendertigste jaar van de ballingschap van Jojakin, de koning van Juda, in de twaalfde maand, op de zevenentwintigste dag van de maand, verleende Ewil-Merodak, de koning van Babel, in het jaar van zijn troonsbestijging, gratie aan koning Jojakin van Juda. Hij ontsloeg hem uit de gevangenis,
  
28. verzekerde hem van zijn welwillendheid en gaf hem een ereplaats onder de koningen die met hem in Babel waren.
  
29. Hij mocht zijn gevangeniskleding afleggen en at voortaan van de koninklijke tafel zolang hij leefde.
  
30. In opdracht van de koning van Babel werd dagelijks in zijn onderhoud voorzien zolang hij leefde.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES