Bible Study: FrontPage




 

2 Makabejcima, Chapter 13

Bible Study - 2 Makabejcima 13 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. In het jaar honderdnegenenveertig vernamen Judas en zijn mannen dat Antiochus Eupator met een groot leger tegen Judea optrok.
  
2. Zijn voogd Lysias, die met het bestuur van het rijk belast was, vergezelde hem. Zij beschikten over een Grieks leger van honderdtienduizend man voetvolk, drieënvijftighonderd ruiters, tweeëntwintig olifanten en driehonderd wagens met zeisen aan de wielen.
  
3. Menelaüs had zich bij hen aangesloten en liet Antiochus op sluwe wijze in zijn voornemen volharden. Want hij bekommerde zich niet om het welzijn van zijn vaderland, maar hoopte zo in zijn waardigheid te worden hersteld.
  
4. Maar door de beschikking van de koning der koningen werd de woede van Antiochus tegen de schurk aangewakkerd: toen Lysias aantoonde dat hij de oorzaak was van alle ellende, gaf Antiochus het bevel om hem naar Berea te voeren om hem daar volgens plaatselijk gebruik terecht te stellen.
  
5. In Berea staat namelijk een vijftig el hoge toren, die gevuld is met as en voorzien is van een trechtervormige bovenbouw die steil in de as uitkomt.
  
6. Tempelrovers en andere grote misdadigers worden naar boven gebracht en in de trechter gestort; zo komen ze aan hun einde.
  
7. Op die wijze stierf ook de goddeloze Menelaüs. Hij werd niet in de aarde begraven.
  
8. En terecht! Want hij had veel misdaden bedreven tegen het altaar, waarvan het vuur en de as heilig zijn. Daarom vond ook hij de dood in de as.
  
9. Met barbaarse bedoelingen rukte de koning op naar Judea, vastbesloten om de Judeeërs heel wat erger te behandelen dan zijn vader het gedaan had.
  
10. Judas hoorde dat en hij spoorde het volk aan om dag en nacht de Heer te smeken dat Hij hun nu weer, evenals vorige keren, zijn bijstand zou verlenen, omdat zij gevaar liepen beroofd te worden van de leer, hun vaderland en de tempel;
  
11. dat Hij niet zou toelaten dat het volk dat sinds kort weer op adem begon te komen, in handen van de goddeloze naties zou vallen.
  
12. Iedereen deed dat eensgezind; op de grond liggend richtten ze onder wenen en vasten drie dagen lang onafgebroken hun smeekbeden tot de barmhartige Heer. Daarop sprak Judas hun moed in en beval hun om zich voor de strijd gereed te houden.
  
13. In een afzonderlijk overleg met de oudsten besloot hij met de hulp van de Heer uit te rukken en de strijd te beslissen, nog voordat het leger van de koning Judea was binnengevallen om zich van de stad meester te maken.
  
14. De uitslag van de strijd liet hij over aan de schepper van de wereld en hij spoorde degenen die bij hem waren aan om dapper op leven of dood te strijden voor de leer, de tempel, de stad en hun vaderland met al zijn instellingen. In de omgeving van Modeïn sloeg Judas zijn legerkamp op.
  
15. Na de zijnen de wapenkreet `God overwint' te hebben gegeven, voerde hij samen met de dapperste jongemannen een nachtelijke overval uit op de tent van de koning. In het kamp doodden ze niet minder dan tweeduizend man en ze velden de grootste olifant en zijn drijver.
  
16. Nadat ze schrik en verwarring in het legerkamp hadden gezaaid, bliezen ze ten slotte
  
17. bij het aanbreken van de ochtend zegevierend de aftocht. De overval was geslaagd dankzij de bescherming die de Heer hem verleende.
  
18. Nu de koning een voorproef had gekregen van hun dapperheid, trachtte hij met list de vestingsteden in handen te krijgen.
  
19. Hij trok op naar Bet-Sur, een sterke Joodse vesting, maar werd teruggeslagen; hij deed een nieuwe aanval, die eveneens mislukte.
  
20. Intussen wist Judas de belegerden van al het nodige te voorzien.
  
21. Maar een Joodse soldaat, Rodokus geheten, verried het geheim aan de vijand. Hij werd betrapt, gegrepen en gevangen gezet.
  
22. Toen de koning voor de tweede maal onderhandelingen aanknoopte met de bewoners van Bet-Sur en hun de hand reikte, namen zij die aan. Hij blies de aftocht en viel het leger van Judas aan, maar werd verslagen.
  
23. Toen de koning vernam dat Filippus, aan wie hij de behartiging van de aangelegenheden van het rijk in Antiochië had toevertrouwd, hem ontrouw was geworden, nodigde hij in zijn verbijstering de Judeeërs uit om vrede te sluiten. Hij aanvaardde hun rechtmatige eisen en bevestigde onder ede om zich eraan te houden. De verzoening werd bekrachtigd door een offer dat hij liet opdragen in de tempel, waarvoor hij zijn eerbied betuigde. Hij toonde zijn welwillendheid tegenover de heilige plaats en
  
24. ontving zelfs de Makkabeeër. Hegemonides liet hij achter als stadhouder over het gebied dat zich uitstrekt van Ptolemaïs tot Gerar.
  
25. Toen de koning in Ptolemaïs kwam, toonden de inwoners van de stad zich hevig verontwaardigd over het verdrag met de Judeeërs en ze wilden dat het ongedaan gemaakt zou worden.
  
26. Lysias beklom het spreekgestoelte en verdedigde de overeenkomst zo goed als hij kon. Hij slaagde erin het volk te kalmeren, te overtuigen en milder te stemmen. Daarna keerde hij naar Antiochië terug. Zo verliepen de opmars en de aftocht van de koning.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES