Bible Study: FrontPage




 

2 Makabejcima, Chapter 8

Bible Study - 2 Makabejcima 8 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Judas de Makkabeeër en zijn getrouwen gingen in het geheim de dorpen af, deden een beroep op hun verwanten en op iedereen die het jodendom trouw was gebleven en brachten zo ongeveer zesduizend man bij elkaar.
  
2. Ze smeekten de Heer dat Hij zou neerzien op het volk dat van alle kanten in het nauw werd gebracht. Dat Hij zich zou ontfermen over de tempel die door de goddelozen was ontwijd en
  
3. dat Hij medelijden zou tonen met de stad, die haar ondergang tegemoet ging en gevaar liep om met de grond gelijk te worden gemaakt. Ze smeekten Hem ook om te luisteren naar het vergoten bloed, dat tot Hem om wraak riep,
  
4. om de gruwelijke dood te gedenken van onschuldige kinderen en om het lasteren van zijn naam te bestraffen.
  
5. De toorn van de Heer veranderde in medelijden, en de Makkabeeër werd met zijn leger een macht waar de naties niet tegenop konden.
  
6. Onverwachts overviel hij steden en dorpen en stak ze in brand, en door het innemen van gunstige stellingen slaagde hij erin tal van vijanden op de vlucht te jagen.
  
7. Voor zijn overvallen koos hij bij voorkeur de nacht. Overal praatte men over zijn dapperheid.
  
8. Toen Filippus zag dat de man in korte tijd een angstaanjagende tegenstander was geworden en, door het krijgsgeluk aangemoedigd, steeds fellere aanvallen ging doen, verzocht hij Ptolemeüs, de stadhouder van Cele-Syrië en Fenicië, schriftelijk om in het belang van de koning hulp te sturen.
  
9. Deze ontbood onmiddellijk Nikanor, de zoon van Patroklus en een van de voornaamste vrienden van de koning, en stuurde hem aan het hoofd van niet minder dan twintigduizend man, samengebracht uit verschillende naties, naar Judea om heel het Joodse volk uit te roeien. Bovendien stelde hij hem Gorgias terzijde, een veldheer met grote krijgservaring.
  
10. Nikanor rekende erop dat hij uit de verkoop van Joodse krijgsgevangenen de tweeduizend talenten zou kunnen voldoen die de koning als schatting aan de Romeinen verschuldigd was.
  
11. Hij nodigde daarom meteen de kuststeden uit om Joodse slaven te komen kopen en beloofde negentig stuks te zullen leveren voor één talent. Hij vermoedde echter niet, dat de straf van de Almachtige hem weldra zou treffen.
  
12. Het bericht dat Nikanor in aantocht was bereikte Judas. Toen hij zijn mannen in kennis stelde van de komst van het leger,
  
13. namen de angstigen en degenen die niet durfden te vertrouwen op Gods gerechtigheid de vlucht en zochten een veilige schuilplaats.
  
14. De overigen verkochten wat ze nog bezaten en smeekten de Heer hen te redden uit de handen van de goddeloze Nikanor, die hen al verkocht had voordat de strijd begonnen was.
  
15. Als zij het niet verdienden om gered te worden, laat God hen dan redden omwille van het verbond dat Hij met hun voorvaderen gesloten heeft, en omwille van zijn heilige en verheven naam, die over hen is uitgeroepen.
  
16. De Makkabeeër verzamelde zijn troepen, zesduizend in getal, en spoorde ze aan om niet bang te zijn voor de vijand, of angst te krijgen voor de zeer vele naties die zonder gerechtigde reden tegen hen oprukten. Judas spoorde ze aan om dapper te strijden;
  
17. ze moesten de schandelijke ontwijding van de heilige plaats door de heidenen voor ogen houden; de gruwelen die in de geteisterde stad gebeurd waren en de afschaffing van de voorvaderlijke gebruiken.
  
18. En hij vervolgde: `Zij steunen op hun wapens en hun dapperheid, maar wij vertrouwen op de almachtige God, die niet alleen deze aanvallers, maar heel de wereld in één wenk kan vernietigen.'
  
19. Daarbij herinnerde hij hen aan de hulp die hun voorvaderen hadden ondervonden: hoe onder Sanherib honderdvijfentachtigduizend man waren omgekomen,
  
20. hoe in de strijd tegen de Galaten in Babylonië een leger van slechts achtduizend man dankzij de hulp uit de hemel honderdtwintigduizend man versloeg, waardoor het vierduizend in het nauw gedreven Macedoniërs bevrijdde en een rijke buit behaalde.
  
21. Op deze wijze moedigde hij zijn mannen zozeer aan, dat ze bereid waren om voor de leer en het vaderland hun leven te geven. Daarna verdeelde hij zijn leger in vier afdelingen,
  
22. en stelde hij zijn broers Simon, Johannes en Jonatan als aanvoerders aan, ieder over een afdeling van vijftienhonderd man.
  
23. Vervolgens liet hij Eleazar een passage uit het heilige boek voorlezen en gaf als wapenkreet: `Met Gods hulp!' Zelf nam hij de leiding van de eerste afdeling en bond de strijd aan met Nikanor.
  
24. Omdat de Almachtige hun bondgenoot was, sloegen ze van de vijand meer dan negenduizend man neer, verwondden en verminkten ze het merendeel van Nikanors soldaten en joegen ze zijn leger op de vlucht.
  
25. Ze maakten het geld buit van de kooplui die gekomen waren om hen op te kopen. Ze achtervolgden hen geruime tijd, maar het gevorderde uur dwong hen terug te keren,
  
26. want het was de vooravond van de sabbat; daarom konden ze de achtervolging niet langer voortzetten.
  
27. Nadat ze de wapens en de bezittingen van de vijand hadden buitgemaakt, gingen ze de sabbat vieren. Uitbundig prezen en loofden ze de Heer, die hen die dag had gered en daarmee was begonnen om hun weer zijn barmhartigheid te tonen.
  
28. Na de sabbat gaven ze een deel van de buit aan degenen die hadden geleden door de vervolging, aan de weduwen en wezen; de rest verdeelden ze onder elkaar en onder hun kinderen.
  
29. Daarna baden ze gezamenlijk tot de barmhartige Heer en smeekten Hem om zich geheel met zijn dienaren te verzoenen.
  
30. Ze raakten ook slaags met de legers van Timoteüs en Bakchides, doodden meer dan twintigduizend man en maakten zich gemakkelijk meester van hoog ommuurde vestingen. Ze verdeelden de overvloedige buit in twee gelijke delen en bestemden het ene deel voor henzelf, het andere voor de slachtoffers van de vervolging, voor de wezen en weduwen en voor de bejaarden.
  
31. De buitgemaakte wapens brachten ze zorgvuldig op geschikte plaatsen bijeen. De rest van de buit namen ze mee naar Jeruzalem.
  
32. Ze doodden de bevelhebber van Timoteüs' leger, een schurk die de Judeeërs veel kwaad aangedaan had.
  
33. Gedurende de overwinningsfeesten in de hoofdstad verbrandden ze diegenen, die de poorten van de tempel in brand hadden gestoken en die met Kallistenes in hetzelfde huis gevlucht waren. Hij kreeg het verdiende loon voor zijn goddeloze daad.
  
34. De aartsbooswicht Nikanor, die duizend kooplui had laten komen om de Joden op te kopen,
  
35. werd met de hulp van de Heer juist door dat volk vernederd, dat hij als het onbeduidendste had beschouwd. Hij moest zijn prachtige uitrusting afleggen en eenzaam als een weggelopen slaaf vluchtte hij dwars door het land. Zo bereikte de man, wiens grootste succes bestond in de ondergang van zijn leger, Antiochië.
  
36. Hij had op zich genomen om uit de verkoop van de krijgsgevangenen uit Jeruzalem de schatting aan de Romeinen te betalen. Nu moest hij verkondigen, dat de Judeeërs iemand hadden die voor hen opkwam en dat ze onkwetsbaar waren, omdat ze gehoorzaamden aan de leer die Hij hun had opgelegd.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES