Bible Study: FrontPage




 

, Chapter 3

Bible Study -  3 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
24. bewogen zich vrij te midden van de vlammen en eerden en prezen God de Heer.
  
25. Azarja opende zijn mond en rechtop staande midden in het vuur zei hij dit gebed:
  
26. `Geloofd bent U, Heer, God van onze voorvaderen; geprezen en verheerlijkt is uw naam voor altijd!
  
27. Want U bent rechtvaardig geweest in alles wat U met ons hebt gedaan, in al uw werken was U eerlijk, al uw werken waren goed, al uw oordelen juist.
  
28. Al de vonnissen die U over ons en over Jeruzalem, de heilige stad van onze voorvaderen, geveld hebt, waren rechtvaardig; naar recht en redelijkheid hebt U ons behandeld, want wij hebben gezondigd.
  
29. Wij hebben gezondigd en goddeloos gehandeld door U af te vallen; op allerlei manieren hebben wij kwaad gedaan.
  
30. Naar uw geboden hebben we niet willen luisteren, we hebben ze niet onderhouden en ze niet ten uitvoer gebracht, zoals U ons dat had bevolen, zodat het ons goed zou gaan.
  
31. Alles wat U ons gaf en alles wat U met ons gedaan hebt, hebt U naar recht en redelijkheid gedaan.
  
32. U hebt ons uitgeleverd aan de macht van goddeloze vijanden, aan de meest verbeten afvalligen en aan de onrechtvaardigste en slechtste koning die er op aarde te vinden is.
  
33. Wij mogen zelfs onze mond niet opendoen; diegenen die U vereren worden vernederd en bespot.
  
34. Omwille van uw naam: verstoot ons niet voorgoed en verbreek uw verbond niet;
  
35. trek uw barmhartigheid niet van ons terug, omwille van Abraham, uw vriend, omwille van Isaak, uw dienaar, en van Israël, uw heilige.
  
36. Aan hen hebt U beloofd hun nakomelingen even talrijk te maken als de sterren aan de hemel en de zandkorrels op het strand van de zee.
  
37. Maar nu zijn wij, Heer, het kleinste volk geworden van alle volken op aarde en nergens op de wereld hebben wij nog iets te betekenen vanwege onze zonden.
  
38. Wij hebben nu geen koning meer, geen profeet, geen leider, geen brand- en slachtoffers, geen spijsoffers en reukwerk, zelfs geen heilige plaats waar wij aan U kunnen offeren om zo uw barmhartigheid te kunnen ervaren.
  
39. Maar sluit ons niet buiten, vanwege ons gebroken hart en onze nederige geest.
  
40. Vandaag zal ons offer bestaan in volmaakte aanhankelijkheid aan U, en zal het U evenzeer behagen als brandoffers van rammen en stieren en tienduizenden vette lammeren, want diegenen die U vertrouwen treft geen vernedering.
  
41. Nu volgen we U met heel ons hart; wij eerbiedigen U en zoeken U.
  
42. Laat ons toch niet te schande worden, maar handel met ons naar uw goedheid en naar uw grote barmhartigheid.
  
43. Red ons op uw wonderbare wijze en verheerlijk, Heer, uw naam.
  
44. Maar laat allen die uw dienaren kwaad berokkenen te schande worden, laat ze schandelijk beroofd worden van hun heerschappij en laat hun kracht gebroken worden,
  
45. zodat zij erkennen dat U alleen God de Heer bent, en dat uw kracht uitstraalt over heel de wereld.'
  
46. De dienaren van de koning bleven de oven waarin zij de mannen hadden geworpen met aardolie, pek, vlasvezels en takkenbossen opstoken,
  
47. zodat de vlammen ongeveer negenenveertig el boven de oven oplaaiden,
  
48. naar alle kanten uitsloegen en de Chaldeeën die zich rond de oven bevonden verbrandden.
  
49. Maar een engel van de Heer was met Azarja en zijn vrienden in de oven neergedaald, joeg de vlammen naar buiten
  
50. en schiep binnen in de oven een klimaat alsof er een frisse wind doorheen waaide. Het vuur raakte de mannen helemaal niet en ze hadden er niets van te lijden.
  
51. Toen zongen de drie mannen tezamen een loflied en verheerlijkten en prezen God vanuit de oven met de woorden:
  
52. `Geroemd bent U, Heer, God van onze voorvaderen, geprezen en hooggeroemd in eeuwigheid. Geroemd is uw glorievolle en heilige naam, hooggeprezen en hooggeroemd in eeuwigheid.
  
53. Geroemd bent U in uw heilige en glorievolle tempel, hooggeprezen en hooggeroemd in eeuwigheid.
  
54. Geroemd bent U die op kerubs troont en de afgronden doorziet, geprezen en hooggeroemd in eeuwigheid.
  
55. Geroemd bent U op uw koninklijke troon, hooggeprezen en hooggeroemd in eeuwigheid.
  
56. Geroemd bent U in het firmament van de hemel, geprezen en geroemd in eeuwigheid.
  
57. Eer de Heer, al zijn werken, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
58. Hemelen, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
59. Engelen van de Heer, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
60. Al het water boven de hemel, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
61. Heel het hemelse, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
62. Zon en maan, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
63. Sterren aan de hemel, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
64. Regen en dauw, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
65. Alle winden, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
66. Vuur en hitte, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
67. Koude en vorst, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
68. Dauw en sneeuwjacht, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
69. !!IJs en koude, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
70. Rijp en sneeuw, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
71. Nachten en dagen, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
72. Licht en duisternis, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
73. Bliksems en wolken, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
74. Aarde, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
75. Bergen en heuvelen, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
76. Al wat op aarde groeit, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
77. Bronnen, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
78. Zeeën en stromen, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
79. Zeemonsters en al wat in het water leeft, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
80. Alle vogels in de lucht, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
81. Alle wilde en tamme dieren, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
82. Mensen, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
83. Israël, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
84. Priesters, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
85. Tempeldienaars, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
86. Rechtvaardigen, eer de Heer, met hart en ziel, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
87. Vromen en nederigen van hart, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid.
  
88. Chananja, Azarja, Misaël, eer de Heer, prijs en roem Hem zeer in eeuwigheid, want Hij heeft ons ontrukt aan de onderwereld en ons gered uit de greep van de dood; Hij heeft ons bevrijd uit de laaiende oven en verlost uit het vuur.
  
89. Dank de Heer, want Hij is goed, en zijn barmhartigheid duurt eeuwig.
  
90. Allen die de Heer vrezen, eer de God der goden, prijs en dank Hem, want zijn barmhartigheid duurt eeuwig.'


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES