1. Ook werd ik getroffen door al de onderdrukking die er heerst onder de zon. Onderdrukten zie je in tranen, maar niemand die hen troost. Ze gaan gebukt onder de macht van onderdrukkers, maar niemand die hen troost.
2. Daarom zeg ik: Wie dood en begraven is, is beter af dan iemand die nog leeft.
3. Maar het beste af is degene die nooit werd geboren; hij hoeft al dat ellendige gedoe onder de zon niet mee te maken.
4. Ook zag ik dat alles wat mensen tot stand brengen, op onderlinge afgunst berust. Ook dat is ijdel en grijpen naar wind.
5. Zeker: de dwaas zit met zijn handen over elkaar en ruïneert zo zichzelf.
6. Maar beter een handjevol rust dan handenvol zwoegen en grijpen naar wind.
7. Ik zag nog iets ijdels onder de zon.
8. Iemand staat alleen, hij heeft geen zoon of geen broer; niemand heeft hij naast zich. Toch zwoegt hij zonder ophouden en is nooit tevreden met zijn rijkdom. Voor wie beul ik me eigenlijk af en ontzeg ik mij zoveel goede dingen? Ook dat is ijdel, een zinloos gedoe.
9. Je kunt beter met tweeën zijn dan alleen; dan heb je iets aan je moeite.
10. Als de één valt helpt de ander hem op de been. Maar ongelukkig de alleenstaande die valt: hij heeft niemand om hem overeind te helpen.
11. En twee die bij elkaar slapen hebben het warm. Maar hoe moet iemand die alleen ligt het warm krijgen?
12. Iemand alleen kan overvallen worden, maar met z'n tweeën kun je een aanvaller de baas. Een driedubbel koord krijg je heel moeilijk stuk.
13. Beter een arme jonge man die wijs is dan een oude koning die dwaas is en geen enkele raad meer aanneemt.
14. Ik denk aan iemand die na zijn gevangenschap koning werd, en nog wel van het land waar hij arm was geboren.
15. Ik zag hele menigten, de levenden onder de zon, partij kiezen voor die jonge man die de plaats van de oude koning innam.
16. Het volk was niet te tellen, iedereen liep achter hem aan. Maar later waren ze ook over hem niet meer tevreden. Ook dat is ijdel en grijpen naar wind.
|