1. Wees niet jaloers op de vrouw van je hart en leer haar geen kwaad: het treft jezelf.
2. Geef je hart niet zó aan een vrouw dat zij je op je kop gaat zitten.
3. Kom niet in de buurt van een hoer: je zou in haar netten verstrikt kunnen raken.
4. Zoek niet het gezelschap op van een lichtzinnige vrouw: je zou voor haar verleidingen kunnen bezwijken.
5. Geef niet te veel aandacht aan een jong meisje: de prijs voor haar zou je kunnen ruïneren.
6. Verslinger je niet aan publieke vrouwen: je kunt er je erfdeel aan verspelen.
7. Kijk niet rond in de straten van de stad en dwaal er niet door de stille buurten.
8. Wend je blik af van een mooie vrouw en geef niet te veel aandacht aan schoonheid die van een ander is: door de schoonheid van een vrouw zijn velen op de verkeerde weg geraakt, want daardoor vat de liefde vlam, als een vuur.
9. Ga nooit bij een getrouwde vrouw zitten en wees niet haar tafelgenoot bij een drinkgelag: je zou je hart aan haar kunnen verliezen en bebloed de dood in tuimelen.
10. Laat een oude vriend niet in de steek, want een nieuwe evenaart hem niet, een nieuwe vriend is nieuwe wijn: pas als hij belegen is, drink je hem met genoegen.
11. Benijd het succes van een zondaar niet; want je weet niet hoe zijn einde zal zijn.
12. Overschat de welvaart van de goddeloze niet; denk eraan, zij worden niet gerechtvaardigd, tot aan de dood toe niet.
13. Blijf uit de buurt van een man die in staat is te doden; dan zul je zelfs niet vermoeden wat angst voor de dood is. Kom je in zijn nabijheid, doe dan niets verkeerds: hij zou je om het leven kunnen brengen. Besef dat je te midden van valstrikken loopt en dat je wandelt op de wallen van een stad.
14. Kijk uit, zo goed als je kunt, met wie je omgaat en zoek raad bij wijze mensen.
15. Praat met verstandige mensen en houd je in al je gesprekken aan de Wet van de Allerhoogste.
16. Zit met rechtvaardige mannen aan tafel en zoek je roem in de vrees voor de Heer.
17. Om de meesterhand van de makers wordt een werkstuk geprezen en de leider van een volk geldt als wijs vanwege zijn woord.
18. Een kletskous is de schrik van zijn stad en een flapuit wordt met de nek aangekeken.
|