Bible Study: FrontPage




 

Exodus, Chapter 8

Bible Study - Exodus 8 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Toen sprak de HEER tot Mozes: `Ga naar de farao en zeg tegen hem: Zo spreekt de HEER: Laat mijn volk gaan om Mij te vereren.
  
2. Als u weigert om hen te laten gaan zal Ik heel uw grondgebied teisteren door kikkers te sturen.
  
3. De Nijl zal wemelen van kikkers; ze zullen eruit komen en binnendringen in uw paleis, in uw slaapvertrek en in uw bed; in de huizen van uw hovelingen en uw onderdanen, in de ovens en de bakkerstroggen.
  
4. Ze zullen uzelf, uw onderdanen en uw hovelingen lastig vallen.'
  
5. De HEER sprak tot Mozes: `Zeg tegen Aäron: Strek uw staf uit over de rivieren, stromen en moerassen en laat de kikkers over Egypte komen.'
  
6. Aäron strekte zijn hand uit over de wateren van Egypte, en er kwamen kikkers uit, die heel Egypte overstroomden.
  
7. Maar door hun toverkunsten deden de magiërs hetzelfde en ook zij lieten kikkers komen over Egypte.
  
8. De farao ontbood Mozes en Aäron en sprak: `Smeek de HEER toch dat Hij de kikkers weghaalt bij mij en mijn onderdanen; dan zal ik het volk laten gaan om offers op te dragen aan de HEER.'
  
9. Mozes antwoordde de farao: `Zegt u het maar; ik ga bidden voor u, uw hovelingen en uw onderdanen: wanneer moeten de kikkers uit uw omgeving en uit uw huizen verdwijnen zodat er alleen in de Nijl nog overblijven?'
  
10. `Morgen', antwoordde de farao. Mozes verzekerde hem: `Het zal gebeuren zoals u zegt. Daardoor zult u beseffen dat de HEER onze God zijn gelijke niet heeft.
  
11. De kikkers zullen verdwijnen uit uw omgeving en uit uw huizen, uit die van uw hovelingen en uw onderdanen, zodat er alleen in de Nijl nog overblijven.'
  
12. Mozes en Aäron gingen bij de farao weg en Mozes bad luid tot de HEER en vroeg Hem de kikkers weg te nemen, waarmee Hij de farao getroffen had.
  
13. En de HEER verhoorde het gebed van Mozes. De kikkers stierven in de huizen, op de binnenplaatsen en buiten op het land.
  
14. Men veegde ze bijeen, de ene hoop na de andere, zodat het land ervan stonk.
  
15. Maar toen de farao zag dat er een oplossing gekomen was, werd hij weer onwillig. Hij luisterde niet naar hen, zoals de HEER gezegd had.
  
16. De HEER sprak tot Mozes: `Zeg tegen Aäron: Neem uw staf in de hand en sla in het stof op de grond: het zal in heel Egypte in muggen veranderen.'
  
17. Dat deden zij; Aäron nam zijn staf in de hand en sloeg in het stof op de grond. Meteen kwamen mensen en dieren onder de muggen te zitten: al het stof van de grond in heel Egypte was in muggen veranderd.
  
18. Met hun toverkunsten probeerden ook de magiërs muggen tevoorschijn te brengen, maar zij slaagden er niet in. Mensen en dieren zaten onder de muggen.
  
19. Daarop zeiden de magiërs tegen de farao: `Dit is de vinger van God!' Maar de farao bleef halsstarrig, hij luisterde niet naar hen, zoals de HEER gezegd had.
  
20. En de HEER sprak tot Mozes: `Ga morgenvroeg naar de farao, wanneer hij naar de rivier gaat, en zeg tegen hem: Zo spreekt de HEER: laat mijn volk gaan om Mij te vereren.
  
21. Want als u mijn volk niet laat gaan, laat Ik steekvliegen komen over u, over uw hovelingen en uw onderdanen. Uw huizen, de huizen van alle Egyptenaren en de grond onder hun voeten zullen van de steekvliegen vergeven zijn.
  
22. Maar voor het land van Gosen, waar mijn volk woont, zal Ik op die dag een uitzondering maken; daar zullen geen steekvliegen zijn. Zo zult u weten dat Ik, de HEER, in uw land aanwezig ben,
  
23. want Ik zal onderscheid maken tussen mijn volk en uw volk. Morgen zal dit teken zich voordoen.'
  
24. En zo deed de HEER. Zwermen steekvliegen drongen het paleis van de farao binnen, de huizen van zijn hovelingen en heel Egypte. Het land was van de steekvliegen vergeven.
  
25. Weer ontbood de farao Mozes en Aäron en sprak: `Ga offers opdragen aan uw God; maar doe het hier in het land.'
  
26. Maar Mozes antwoordde: `Dat zou onmogelijk zijn. De offers die wij aan de HEER onze God opdragen zijn voor de Egyptenaren een aanstoot. Als wij onder de ogen van de Egyptenaren offers brengen die voor hen een aanstoot zijn, zullen zij ons zeker stenigen.
  
27. Dan kunnen we beter drie dagreizen de woestijn in gaan en daar aan de HEER onze God de offers brengen die Hij van ons vraagt!'
  
28. Toen sprak de farao: `Dan laat ik u gaan om in de woestijn offers op te dragen aan de HEER uw God; als u maar niet te ver weggaat. En bid ook voor mij.'
  
29. Mozes antwoordde: `Zodra ik van u weggegaan ben zal ik voor u bidden tot de HEER. Morgen zullen de steekvliegen weggaan bij de farao, bij zijn hovelingen en bij zijn volk. Maar dan moet de farao niet doorgaan met zijn bedrog, door het volk weer niet te laten gaan om offers te brengen aan de HEER.'
  
30. Mozes ging weg van de farao en bad voor hem tot de HEER.
  
31. En de HEER deed wat Mozes vroeg: de steekvliegen gingen weg van de farao, van zijn hovelingen en van zijn volk. Niet één bleef er over.
  
32. Maar ook deze keer werd de farao weer onwillig. Hij liet het volk niet gaan.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES