Bible Study: FrontPage




 

Genesis, Chapter 12

Bible Study - Genesis 12 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. De HEER zei tegen Abram: `Trek weg uit uw land, uw stam en ouderlijk huis, naar het land dat Ik u zal aanwijzen.
  
2. Ik zal een groot volk van u maken. Ik zal u zegenen en uw naam groot maken, zodat u een zegen zult zijn.
  
3. Ik zal degenen zegenen die u zegenen, maar degene die u verwenst zal Ik vervloeken. Om u zullen alle geslachten op aarde zich gezegend noemen.'
  
4. Toen ging Abram weg, zoals de HEER hem had opgedragen, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar toen hij Haran verliet.
  
5. Met zijn vrouw Sarai en met Lot, de zoon van zijn broer, met al hun bezittingen en met degenen die zij in Haran in dienst hadden genomen, ging Abram op weg naar Kanaän. In Kanaän aangekomen,
  
6. trok Abram het land in, tot bij de heilige plaats van Sichem, de Eik van More. Toentertijd waren de Kanaänieten nog in het land.
  
7. Daar verscheen de HEER aan Abram en zei: `Aan uw nakomelingen zal Ik dit land in bezit geven.' Toen richtte hij daar een altaar op voor de HEER, die hem verschenen was.
  
8. Vandaar trok hij verder naar het gebergte ten oosten van Betel, sloeg zijn tent op tussen Betel in het westen en Ai in het oosten, richtte een altaar op voor de HEER en riep de naam van de HEER aan.
  
9. Daarna trok Abram verder naar de Negeb toe.
  
10. Toen er eens hongersnood in het land kwam, ging Abram naar Egypte om daar een tijdlang te blijven, want de hongersnood drukte zwaar op het land.
  
11. Voor hij Egypte binnentrok, zei hij tegen zijn vrouw Sarai: `Luister eens; ik weet dat je een mooie vrouw bent.
  
12. Als de Egyptenaren je zien, en denken dat je mijn vrouw bent, zullen ze mij vermoorden en jou in leven laten.
  
13. Zeg liever dat je mijn zuster bent; dan zal ik het er goed afbrengen en om jou in leven blijven.'
  
14. Zodra Abram in Egypte kwam, zagen de Egyptenaren hoe uitzonderlijk mooi zijn vrouw was.
  
15. De hovelingen van de farao die haar gezien hadden gaven tegenover de farao hoog van haar op. Toen liet de farao haar in zijn huis brengen.
  
16. Omwille van haar behandelde hij ook Abram goed en schonk hem schapen, runderen en ezels, slaven en slavinnen, ezelinnen en kamelen.
  
17. Maar de HEER bracht de farao en zijn hovelingen zware slagen toe om wat er gebeurd was met Sarai, de vrouw van Abram.
  
18. Toen ontbood de farao Abram en zei: `Wat hebt u mij aangedaan!
  
19. Waarom hebt u mij niet verteld dat zij uw vrouw is? Waarom hebt u gezegd dat ze uw zuster is, zodat ik haar als vrouw heb genomen? Hier is uw vrouw, neem haar mee en ga heen!'
  
20. In opdracht van de farao brachten enkele van zijn mannen Abram en zijn vrouw met al zijn bezittingen de grens over.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES