Bible Study: FrontPage




 

Genesis, Chapter 26

Bible Study - Genesis 26 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Eens kwam er een hongersnood in het land !!- niet te verwarren met die uit de tijd van Abraham !!- en Isaak ging naar Abimelek, de koning van de Filistijnen, in Gerar.
  
2. Hier verscheen hem de HEER, die zei: `Ga niet naar Egypte, maar ga in het land wonen dat Ik u aanwijs.
  
3. Vestig u in dit land hier, Ik zal met u zijn en u zegenen. Want aan u en aan uw nakomelingen zal Ik heel dit gebied geven, en Ik zal de eed nakomen die Ik uw vader Abraham gezworen heb.
  
4. Ik zal uw nakomelingen talrijk maken als de sterren aan de hemel, en aan uw nageslacht zal Ik heel dit gebied schenken. Door uw nakomelingen zal zegen komen over alle volken van de aarde,
  
5. omdat Abraham geluisterd heeft naar mijn woord en zich heeft gehouden aan wat Ik hem voorhield: aan mijn geboden, verordeningen en wetten.'
  
6. Zo kwam het dat Isaak zich in Gerar vestigde.
  
7. Toen de burgers van die stad hem vragen stelden over zijn vrouw, zei hij: `Zij is mijn zus.' Hij durfde namelijk niet te zeggen dat ze zijn vrouw was, want hij dacht: `Anders vermoorden de burgers van die stad mij om Rebekka, want zij is een mooie vrouw.'
  
8. Toen hij daar al geruime tijd woonde, keek Abimelek, de koning van de Filistijnen, eens door het venster naar binnen en zag tot zijn verbazing dat Isaak zijn vrouw Rebekka aan het liefkozen was.
  
9. Daarop riep hij Isaak bij zich en zei tegen hem: `Wat zie ik? Zij is uw vrouw! Hoe hebt u dan kunnen zeggen dat ze uw zus is?' Isaak zei: `Ik was bang dat ik om haar mijn leven zou verliezen.'
  
10. Toen zei Abimelek: `Hoe hebt u ons dat kunnen aandoen? Iemand van het volk had gemakkelijk met uw vrouw gemeenschap kunnen hebben, en dan had u schuld over ons gebracht.'
  
11. En Abimelek gebood heel het volk: `Wie deze man of zijn vrouw te na komt, wordt onherroepelijk gedood.'
  
12. Isaak had in die streek gezaaid en hij oogstte dat jaar honderdvoudig, want de HEER zegende hem.
  
13. Hij werd steeds rijker en was tenslotte schatrijk.
  
14. Hij bezat kudden schapen en runderen, en zoveel knechten dat de Filistijnen jaloers op hem werden.
  
15. Daarom verstopten de Filistijnen al de putten die de knechten van zijn vader Abraham indertijd gegraven hadden, en gooiden ze dicht met zand.
  
16. En Abimelek zei tegen Isaak: `Ga bij ons weg, want u bent veel te machtig geworden.'
  
17. Toen trok Isaak daar weg. Hij sloeg zijn tent op in het dal van Gerar en bleef daar wonen.
  
18. Hij groef de waterputten weer open, die men in de tijd van zijn vader Abraham gegraven had, en die de Filistijnen na Abrahams dood hadden dichtgegooid. Hij gaf ze dezelfde namen die zijn vader ze gegeven had.
  
19. Terwijl nu Isaaks knechten in het dal van Gerar aan het graven waren, stootten ze daar op een put met stromend water.
  
20. Maar de herders van Gerar kregen ruzie met die van Isaak; zij zeiden: `Dat water is van ons.' Daarom noemde hij die put Esek, omdat ze daar ruzie gemaakt hadden.
  
21. Toen zij een andere put groeven, kregen zij ook daarover ruzie; om die reden noemde hij hem Sitna.
  
22. Daarop verliet hij die plaats en groef een andere put; daarover kregen ze geen ruzie meer. Die put gaf hij de naam Rechobot, want hij zei: `Nu heeft de HEER ons ruimte gegeven, zodat wij kunnen groeien in dit land.'
  
23. Vandaar ging hij naar Berseba.
  
24. Op een nacht verscheen hem de HEER en zei: `Ik ben de God van uw vader Abraham; vrees niet, want Ik sta u bij. Ik zal u zegenen en uw nakomelingen talrijk maken omwille van mijn dienaar Abraham.'
  
25. Isaak richtte op die plaats een altaar op en riep de naam van de HEER aan. Hij sloeg daar zijn tent op en zijn knechten groeven er een put.
  
26. Nu ging Abimelek vanuit Gerar naar hem toe, in gezelschap van zijn vertrouweling Achuzzat en zijn legeroverste Pikol.
  
27. Isaak vroeg hem: `Waarom komt u naar mij toe? U bent mij toch vijandig gezind en u hebt mij toch weggejaagd?'
  
28. Zij antwoordden: `Wij zien nu duidelijk dat de HEER met u is, en wij dachten: Laat er nu een eed zijn tussen ons. Laat ons een verbond sluiten,
  
29. dat u ons geen kwaad zult aandoen; wij hebben het u ook niet lastig gemaakt, maar u enkel goed gedaan en u ongedeerd laten gaan. En nu rust de zegen van de HEER op u.'
  
30. Hierop richtte Isaak voor hen een feestmaal aan en zij aten en dronken.
  
31. De volgende ochtend legden zij aan elkaar hun eed af. Toen deed Isaak hen uitgeleide en zij gingen in vrede van hem weg.
  
32. Diezelfde dag kwamen de knechten van Isaak met het bericht dat zij een put gegraven hadden en zeiden: `Wij hebben water gevonden.'
  
33. Hij noemde die plaats Seba; daarom heet die stad tot op de dag van vandaag Berseba.
  
34. Toen Esau veertig jaar was, huwde hij Jehudit, de dochter van de Hethiet Beëri, en Basemat, de dochter van de Hethiet Elon.
  
35. Deze vrouwen waren een ergernis voor Isaak en Rebekka.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES