Bible Study: FrontPage




 

Jesaja, Chapter 65

Bible Study - Jesaja 65 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Ik ben gezocht, maar niet door hen die om Mij vragen, Ik ben gevonden, maar niet door hen die Mij zochten. `Hier ben Ik, hier ben Ik', zeg Ik tegen een volk dat mijn naam niet aanroept.
  
2. Heel de dag door heb Ik mijn handen uitgestrekt naar een opstandig volk dat slechte wegen gaat, achter zijn eigen gedachten aan;
  
3. een volk dat Mij recht in mijn gezicht tergt. Zij offeren voortdurend in tuinen, branden wierook op tegels.
  
4. Zij zitten in graven en overnachten op verborgen plaatsen; zij eten vlees van varkens, en uit hun schotels eten ze saus van onrein vlees;
  
5. zij zeggen: `Blijf waar U bent, raak mij niet aan, want ik ben te heilig voor U.' Dat alles is rook in mijn neus, en vuur dat voortdurend brandt.
  
6. Voor Mij staat geschreven: Ik zal niet rusten voor Ik het hun volledig betaald heb gezet
  
7. voor hun eigen misdaden en die van hun vaderen, zo spreekt de HEER; zij hebben wierook gebrand op de bergen, en mij op de heuvels gelasterd. Ik zet hun hun vroegere daden betaald.
  
8. Zo spreekt de HEER: `Zolang men nog sap in een druiventros vindt, zegt men: "Vernietig hem niet, want er zit nog een zegen in"; zo zal Ik het met mijn dienaren doen: Ik zal hen niet allen vernietigen.
  
9. Uit Jakob zal Ik kinderen laten voortkomen, uit Juda erfgenamen die mijn bergen zullen bezitten, mijn uitverkorenen zullen ze krijgen en mijn dienaren zullen er wonen.
  
10. De Saronvlakte wordt een weiland voor het kleinvee, en in het dal van Achor rusten de runderen van het volk dat Mij zoekt.
  
11. Maar u, die de HEER verloochent en mijn heilige berg vergeet, die de tafel dekt voor Gad en de beker vult voor Meni,
  
12. Ik bestem u voor het zwaard, u zult zich allemaal moeten buigen om u te laten slachten. Want toen Ik riep, hebt u niet geantwoord, toen Ik sprak, hebt u niet geluisterd, u hebt gedaan wat slecht is in mijn ogen, u hebt gekozen wat Mij niet bevalt.
  
13. Daarom', zo spreekt de Heer GOD: `zullen mijn dienstknechten eten, maar u zult honger hebben; mijn dienstknechten zullen drinken, maar u zult dorst lijden; mijn dienstknechten zullen zich verheugen, maar u zult beschaamd staan.
  
14. Mijn dienstknechten zullen juichen van vreugde, maar u zult schreien van harteleed en wenen van verdriet.
  
15. De naam die u zult achterlaten, zullen mijn uitverkorenen als vloek gebruiken. De Heer GOD brengt u ter dood, maar zijn dienstknechten geeft Hij een andere naam.
  
16. Iedereen die zich in het land gezegend beschouwt, zal zich gezegend beschouwen om de getrouwe God; iedereen in het land die wil zweren, zal zweren bij de getrouwe God. De vroegere noden zijn vergeten, onzichtbaar voor mijn ogen.
  
17. Zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, en aan wat vroeger geweest is wordt niet meer gedacht; het komt niet meer in de gedachten op.
  
18. Ik ga vreugde voor u scheppen en vrolijkheid voor altijd; Jeruzalem wordt door Mij herschapen in een stad vol vrolijkheid, met een bevolking vol blijdschap.
  
19. Dan zal Ik juichen om Jeruzalem en mij verblijden om mijn volk; geween en gekerm worden er niet meer gehoord.
  
20. Er is geen zuigeling meer met een kort leven, en geen grijsaard die zijn jaren niet vervult, want de jongste sterft op de leeftijd van honderd jaar, en wie de honderd jaar niet bereikt, wordt als vervloekt beschouwd.
  
21. Zelf zullen zij wonen in de huizen die zij hebben gebouwd, en eten zij de vruchten van de wijngaard die zij zelf hebben geplant.
  
22. Zij bouwen niet meer wat een ander zal bewonen en planten niets waarvan een ander eten zal. Want de levensdagen van mijn volk zullen even talrijk zijn als die van de bomen, en mijn uitverkorenen zullen zelf genieten van het werk van hun handen.
  
23. Zij zullen zich niet voor niets moe maken, en geen kinderen ter wereld brengen voor de verschrikking. Zij en hun nakomelingen met hen zullen een geslacht zijn dat gezegend is door de HEER.
  
24. Nog vóór zij roepen zal Ik hun antwoorden, terwijl ze nog spreken zal Ik hen verhoren.
  
25. Dan grazen de wolf en het lam eensgezind, de leeuw eet dan hooi zoals het rund, terwijl de slang zich voeden zal met stof. Niemand zal nog kwaad doen of onheil stichten op heel mijn heilige berg', zegt de HEER.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES