Bible Study: FrontPage




 

Jeremia, Chapter 31

Bible Study - Jeremia 31 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. `In die tijd !!- godsspraak van de HEER !!- zal Ik de God zijn van alle geslachten van Israël en zij zullen mijn volk zijn.'
  
2. Zo spreekt de HEER: `Het volk dat ontkwam aan het zwaard vond genade in de woestijn !!- Israël, op zoek naar rust.'
  
3. De HEER is van verre voor mij verschenen. Hij zei: `Mijn liefde voor u duurt eeuwig, Ik blijf u altijd gunstig gezind.
  
4. Israël, Ik richt u weer op. Uw jonge vrouwen slaan weer op de tamboerijn en gaan vrolijk dansen.
  
5. U legt weer wijngaarden aan op de bergen van Samaria; diegenen die ze planten, zullen er de vruchten van eten.
  
6. De dag breekt aan dat de wachters in het gebergte van Efraïm roepen: "Kom, wij trekken naar Sion, naar de HEER onze God."
  
7. Want', zo spreekt de HEER: `Jubel van vreugde om Jakob, juich om de heerser van de volken. Verkondig overal Gods lof met deze woorden: "De HEER heeft redding gebracht over zijn volk, over wat overbleef van Israël."
  
8. Ik haal ze terug uit het noorden, van het einde van de aarde breng Ik ze bijeen; ook de blinden en de lammen, de zwangere en barende vrouwen. In dichte drommen keren zij terug.
  
9. Bedroefd gingen zij heen, getroost leid Ik hen terug. Ik voer hen naar stromende beken, over gebaande wegen waarop ze niet struikelen. Ik ben immers Israëls vader en Efraïm is mijn eerstgeborene.'
  
10. Volken, luister naar het woord van de HEER, maak het op de verste eilanden bekend: `Hij die het volk van Israël verstrooid heeft, brengt het ook weer bijeen. Hij hoedt het zoals een herder zijn kudde.
  
11. De HEER heeft Jakob verlost en uit de hand van zijn overheersers vrijgekocht.
  
12. Zingend trekken zij naar de hoogten van Sion, stralend van vreugde om de goede gaven van de HEER, om het koren, de most en de olie, de schapen en de runderen. Ze voelen zich als een besproeide tuin die het nooit aan water ontbreekt.
  
13. Dan dansen de meisjes van vreugde; de mannen doen mee, jong en oud. Hun droefheid verander Ik in blijdschap, Ik troost hen en geef hun vreugde na verdriet.
  
14. Ik schenk de priesters veel vet van de offers en het volk overstelp Ik met mijn gaven !!- godsspraak van de HEER.'
  
15. Zo spreekt de HEER: `Luister naar het klagen in Rama, het droeve geween: Rachel jammert om haar kinderen en wil niet worden getroost, omdat ze er niet meer zijn.'
  
16. Zo spreekt de HEER: `Hou op met wenen, droog uw tranen. Er is een oplossing voor uw lijden !!- godsspraak van de HEER: zij keren terug uit het land van de vijand.
  
17. Er is hoop voor de toekomst: zij komen terug naar hun eigen land.
  
18. Ik hoor Efraïm steeds klagen: "U hebt mij geslagen om mij als een wilde stier te temmen. Breng mij nu terug, HEER, U bent toch mijn God.
  
19. Ik ben nu bekeerd en heb berouw; ik ben tot bezinning gekomen en sla mij op de borst. Ik sta diep beschaamd en ga gebukt onder de zonden van mijn jeugd."
  
20. Is mijn dierbare zoon Efraïm Mij dan zo lief en zo dierbaar, dat Ik na ieder hard woord toch aan hem blijf denken, en zo met hem meevoel, dat Ik mij weer over hem zal ontfermen? !!- godsspraak van de HEER.'
  
21. Zet bakens uit, richt mijlpalen op, let goed op de weg die u volgt. Keer terug, Israël, jonkvrouw, keer terug naar uw steden.
  
22. Waarom zoekt u steeds uw eigen weg, opstandige? De HEER schept iets nieuws op aarde: een vrouw zoekt een man.
  
23. Zo spreekt de HEER van de machten, de God van Israël: `Wanneer Ik hen in hun vroegere staat herstel, zullen ze in de steden van Juda weer zeggen: "De HEER zegene u, zetel van gerechtigheid, heilige berg."
  
24. Heel Juda woont daar weer samen: stedelingen, boeren en herders.
  
25. Degenen die uitgeput waren, verkwik Ik, Ik les de dorst van hen die versmachten.'
  
26. Daarop werd ik wakker, ik had een visioen en opnieuw overviel mij de slaap.
  
27. `De tijd komt !!- godsspraak van de HEER !!- dat Ik Israël en Juda weer met mensen en dieren bevolk.
  
28. Eerst had Ik er alles op gezet hen weg te rukken en af te breken, hen te verwoesten en te vernielen, met ramp op ramp, maar nu heb Ik er alles op gezet om hen op te bouwen en te planten !!- godsspraak van de HEER.
  
29. In die tijd zegt men niet meer: "De vaders eten onrijpe druiven, en de tanden van de kinderen zijn er stroef van."
  
30. Nee! Iedereen sterft door zijn eigen schuld. Iedereen die onrijpe druiven eet, krijgt zelf stroeve tanden.
  
31. Er komen dagen !!- godsspraak van de HEER !!- dat Ik met Israël en Juda een nieuw verbond sluit;
  
32. geen verbond zoals Ik met hun voorvaderen gesloten heb, toen Ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte te leiden. Want dit verbond hebben zij verbroken hoewel Ik hun meester was !!- godsspraak van de HEER.
  
33. Dit is het nieuwe verbond dat Ik in de toekomst met Israël sluit !!- godsspraak van de HEER: Ik schrijf mijn Wet in hun binnenste, Ik grif die in hun hart. Ik zal hun God zijn, en zij zullen mijn volk zijn.
  
34. Dan zal niemand meer zijn medeburger onderrichten, noch tegen zijn broeder zeggen: "Leer de HEER kennen." Want iedereen, groot en klein, kent Mij al !!- godsspraak van de HEER. Ik vergeef hun misstappen, Ik denk niet meer aan hun zonden.'
  
35. Zo spreekt de HEER, die de zon heeft gegeven als het licht voor de dag, de maan en de sterren als het licht in de nacht; die de zee opzweept zodat de golven bruisen, die de HEER van de machten heet:
  
36. `Als deze orde ophoudt te bestaan !!- godsspraak van de HEER !!- dan blijft ook Israël niet langer mijn volk.'
  
37. Zo spreekt de HEER: `Evenmin als iemand de hemel boven kan meten of de grondvesten van de aarde beneden kan peilen, evenmin verwerp Ik ooit de nakomelingen van Israël, ondanks alles wat het misdaan heeft !!- godsspraak van de HEER.'
  
38. `De tijd komt !!- godsspraak van de HEER !!- dat de stad van de HEER wordt herbouwd, van de toren van Chananel tot aan de Hoekpoort.
  
39. Nog verder loopt het meetlint, rechtdoor, tot de hoogte van Gareb, voordat het afbuigt naar Goa.
  
40. Heel het dal met de lijken en de as, heel het gebied langs de Kedron tot aan de hoek van de Paardenpoort in het oosten, wordt aan de HEER gewijd. Het wordt nooit meer vernield of verwoest.'


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES