Bible Study: FrontPage




 

Jeremia, Chapter 38

Bible Study - Jeremia 38 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Sefatja, zoon van Mattan, Gedalja, zoon van Paschur, Jukal zoon van Selemja, en Paschur, zoon van Malkia, hoorden dat Jeremia aan iedereen bleef verkondigen:
  
2. `Zo spreekt de HEER: Wie in de stad blijft, gaat dood door het zwaard, de honger en de pest; wie overloopt naar de Chaldeeën blijft over; hij brengt het er levend af.
  
3. Zo spreekt de HEER: Deze stad wordt overgeleverd aan het leger van de koning van Babel; ze wordt door hem ingenomen.'
  
4. De edelen zeiden daarom tegen de koning: `Die man moet sterven. Door zo te spreken tast hij het moreel aan van de soldaten die nog in de stad zijn en van de hele bevolking. Die man zoekt niet het welzijn van het volk maar zijn ondergang.'
  
5. Koning Sedekia antwoordde: `Goed, hij is in uw macht; ik kan niet tegen u op.'
  
6. Toen grepen ze Jeremia en wierpen hem in de put van prins Malkia, in het kwartier van de wacht; aan touwen lieten ze hem neer. In de put stond geen water, maar Jeremia zakte weg in de modder.
  
7. De Kusiet Ebed-Melek, een ambtenaar aan het hof, hoorde dat Jeremia in de put was geworpen. Terwijl de koning zitting hield in de Benjaminpoort,
  
8. kwam hij uit het paleis naar hem toe en zei:
  
9. `Heer koning, die mannen hebben een misdaad begaan door de profeet Jeremia in de put te werpen; hij zal daar sterven van honger, want in de stad is al het brood op.'
  
10. Daarop gaf de koning de Kusiet Ebed-Melek de opdracht: `Neem drie mannen met u mee en haal de profeet Jeremia uit de put, voordat hij sterft.'
  
11. Ebed-Melek ging met drie mannen naar het koninklijk paleis, haalde uit het magazijn lappen versleten en gescheurde kleren en liet die met touwen neer in de put, tot bij Jeremia.
  
12. Hij zei tegen Jeremia: `Doe die lappen rond het touw onder uw oksels' en Jeremia deed dat.
  
13. Toen trokken ze hem aan de touwen uit de put omhoog. Jeremia verbleef nu weer in het kwartier van de wacht.
  
14. Koning Sedekia liet de profeet Jeremia bij zich brengen bij de derde ingang van het huis van de HEER en zei tegen hem: `Ik heb u iets te vragen, verberg niets voor mij.'
  
15. Maar Jeremia zei tegen Sedekia: `Als ik niets verberg, laat u mij doden en als ik u een raad geef, luistert u niet.'
  
16. Koning Sedekia verzekerde hem daarop in het diepste geheim: `Bij de HEER die ons het leven heeft gegeven, ik laat u niet doden; ik lever u niet uit aan uw vijanden.'
  
17. Daarop zei Jeremia tegen Sedekia: `Zo spreekt de HEER, de God van de machten, Israëls God: Als u zich overgeeft aan de bevelhebbers van de koning van Babel, blijft u leven en wordt de stad niet in as gelegd. U blijft leven met heel uw familie.
  
18. Maar als u zich niet overgeeft aan de bevelhebber van de koning van Babel, valt de stad in handen van de Chaldeeën. Die leggen haar in as en uzelf zult niet ontsnappen.'
  
19. Maar koning Sedekia zei tegen Jeremia: `Ik ben bang voor de Judeeërs die al naar de Chaldeeën zijn overgelopen. Als men mij aan hen uitlevert, zullen ze mij gruwelijk mishandelen.'
  
20. Jeremia antwoordde: `Dat zal niet gebeuren. Luister toch naar wat de HEER u door mij laat zeggen; dan zal het u goed gaan en blijft u in leven.
  
21. Maar als u zich niet overgeeft, dan gebeurt wat de HEER mij liet zien.
  
22. Alle vrouwen die nog in het paleis van de koning van Juda zijn, worden weggevoerd naar de bevelhebbers van de koning van Babel. Dan zullen ze zeggen: "Ze hebben u bedrogen en overweldigd, die goede vrienden van u. Nu uw voeten wegzakken in de modder, trekken zij zich terug."
  
23. Uw vrouwen en kinderen worden weggevoerd naar de Chaldeeën en ook uzelf zult niet ontkomen. U wordt gevangengenomen door de koning van Babel en deze stad wordt in as gelegd.'
  
24. Daarop zei Sedekia: `Als uw leven u lief is, laat dan niemand hier iets van te weten komen.
  
25. Als de edelen toch van ons onderhoud zouden horen en dan bij u komen en vragen: "Laat horen wat u tegen de koning gezegd hebt; als u ons niets verzwijgt, zullen wij u niet doden"; of als zij vragen: "Wat heeft de koning gezegd?",
  
26. dan moet u antwoorden: "Ik heb de koning gesmeekt om mij niet terug te sturen naar het huis van Jonatan om daar te sterven."'
  
27. Toen de edelen inderdaad bij Jeremia kwamen en hem trachtten uit te horen, zei hij hun precies wat de koning hem had opgedragen. Ze moesten hem toen wel met rust laten, want niemand had het gesprek gehoord.
  
28. Jeremia bleef in het kwartier van de wacht, totdat Jeruzalem werd ingenomen; bij de inname was hij daar nog.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES