Bible Study: FrontPage




 

Jeremia, Chapter 50

Bible Study - Jeremia 50 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Dit woord heeft de profeet Jeremia gesproken over Babel en het land van de Chaldeeën:
  
2. `Maak het de volken bekend, laat het horen, verkondig overal: Babel is veroverd, Bel is vernederd, Merodak verslagen. Ook de andere goden zijn vernederd, de idolen zijn verpletterd.
  
3. Een volk is opgerukt uit het noorden en heeft het land tot een wildernis gemaakt waar niemand meer woont; mens en dier zijn gevlucht.
  
4. In die tijd, in die dagen !!- godsspraak van de HEER !!- gaan Israëlieten en Judeeërs weer samen op weg; onder tranen zoeken zij de HEER hun God.
  
5. Zij zullen de weg naar Sion vragen, hun gezichten daarheen gericht: "Kom, wij verbinden ons met de HEER in een eeuwig verbond dat nooit wordt vergeten."
  
6. Mijn volk was een verloren kudde schapen, door zijn herders misleid. Het zwierf rond in de bergen, het raakte verdwaald en vergat haar kooi.
  
7. Ze was voor iedereen een gemakkelijke prooi. Haar vijanden zeiden: "Ons treft geen schuld, want ze heeft gezondigd tegen de HEER, tegen de zetel van de gerechtigheid, de hoop van haar vaderen."
  
8. Vlucht uit Babel, het land van de Chaldeeën; ga weg, als bokken die voor de kudde uit lopen.
  
9. Machtige volken uit het noorden laat Ik gezamenlijk tegen Babel oprukken; zij belegeren het en nemen het in. Ze schieten als geoefende soldaten en missen hun doel niet.
  
10. Kasdim wordt leeggeroofd, de plunderaars doen zich tegoed !!- godsspraak van de HEER.
  
11. Wees maar vrolijk en blij, plunderaars van mijn bezit, spring als kalveren in de wei en bries als hengsten.
  
12. Schande en diepe vernedering komt over uw moeder. Babel wordt het uitschot van de volken, een dorre en droge woestijn;
  
13. de woede van de HEER maakt het onbewoond, één grote ruïne. Iedereen die er voorbij komt, staat verbijsterd en houdt de adem in bij het zien van die rampen.
  
14. Boogschutters, omsingel Babel, beschiet het, spaar uw pijlen niet, want het heeft tegen de HEER gezondigd.
  
15. Hef rondom de stad de zegekreet aan: "Ze geeft zich over, de torens storten in, de muren vallen om." Dat is de wraak van de HEER. Wreek u dus op haar, handel met haar, zoals ze zelf heeft gehandeld.
  
16. Vernietig de zaaiers en maaiers van Babel in de tijd van de oogst. Voor het moordende zwaard slaat iedereen op de vlucht en keert naar zijn land terug.
  
17. Israël is een uit elkaar gedreven kudde, door leeuwen opgejaagd. Eerst is het door de koning van Assur verslonden, daarna heeft koning Nebukadnessar van Babel de botten afgekloven.
  
18. Daarom', zo spreekt de HEER van de machten, de God van Israël, `ga Ik de koning van Babel en zijn land straffen, zoals Ik de koning van Assur gestraft heb.
  
19. Dan breng Ik Israël terug naar zijn weide; het zal weer grazen op de Karmel en in Basan, zich te goed doen in het bergland van Efraïm en Gilead.
  
20. In die tijd, in die dagen !!- godsspraak van de HEER !!- zoekt men tevergeefs naar de schuld van Israël, de zonden van Juda zijn onvindbaar, want Ik schenk vergeving aan hen die Ik spaar.
  
21. Trek op tegen Merataïm en de inwoners van Pekod. Steek hen neer, vernietig hen !!- godsspraak van de HEER !!- doe wat Ik u beveel.
  
22. Krijgsrumoer heerst in het land, alles kraakt in zijn voegen.
  
23. De hamer van heel de aarde is gebroken: Babel is een schrikbeeld voor de volken geworden.
  
24. Voordat u het wist, Babel, zat u gevangen in de strik die u zelf hebt gezet. U zit erin vast, omdat u zich tegen de HEER hebt verzet.
  
25. De HEER heeft zijn arsenaal geopend en in zijn woede de wapens tevoorschijn gehaald. Wat in het land van de Chaldeeën gebeurt is het werk van de Heer, de GOD van de machten.
  
26. Trek tegen haar op van alle kanten, gooi haar graanschuren open. Werp alles op een hoop en vernietig het tot er niets meer van over is.
  
27. Maak alle stieren af, voer ze naar de slachtbank. Wee hen, want hun dag, de tijd van hun straf is gekomen.
  
28. Hoor de vluchtelingen die uit Babel ontkwamen; ze vertellen in Sion over de wraak van de HEER onze God, de wraak over zijn tempel.
  
29. Roep de schutters op tegen Babel, allen die de boog hanteren. Sluit het van alle kanten in, zodat er niemand ontsnapt. Straf het zoals het verdient, handel ermee zoals het zelf heeft gehandeld. Want het heeft zich onbeschaamd tegen de HEER, de Heilige van Israël, verzet.
  
30. Op die dag sneuvelen de jongemannen in de straten, de soldaten komen om !!- godsspraak van de HEER.
  
31. Ja, Ik kom er aan, onbeschaamde, !!- godsspraak van de Heer, de GOD van de machten; uw dag, de tijd van uw straf is gekomen.
  
32. De onbeschaamde struikelt en valt en niemand helpt hem. Ik steek zijn steden in brand, het vuur verslindt heel de omgeving.'
  
33. Zo spreekt de HEER van de machten: `Israëlieten en Judeeërs worden onderdrukt; de vijand die hen wegvoerde, houdt hen vast en wil hen niet laten gaan.
  
34. Maar hun verlosser is sterk: zijn naam is de HEER van de machten. Hij neemt het zelf voor hen op. Hij herstelt de rust op de aarde, maar over de inwoners van Babel brengt Hij onrust.
  
35. Het zwaard treft de Chaldeeën !!- godsspraak van de HEER !!- de inwoners van Babel, zijn edelen en wijzen.
  
36. Het zwaard treft zijn waarzeggers; ze raaskallen. Het zwaard treft zijn soldaten: ze verstijven van schrik.
  
37. Het zwaard treft zijn paarden en wagens, zijn huurlingen worden als vrouwen.
  
38. Het zwaard treft zijn rivieren: ze drogen uit. Want het was een land van idolen, door hun afgoden zijn ze verblind.
  
39. Nu wonen er spoken en geesten, en leven er struisvogels. Het wordt nooit meer bewoond.
  
40. Het wordt als de streek van Sodom en Gomorra die door God is verwoest !!- godsspraak van de HEER. Niemand woont er, geen mens verblijft er.
  
41. Daar komt een volk uit het noorden, een grote natie met machtige koningen van het einde van de aarde;
  
42. zij omklemmen sabel en boog; meedogenloos is dit volk, zonder medelijden. Als het geraas van de onstuimige zee is de hoefslag van hun aanstormende paarden. Ze staan in slagorde opgesteld voor de strijd tegen u, dochter Babel.
  
43. De koning van Babel ontving dit bericht, en zijn handen verslapten. Angst greep hem aan, zoals pijn een vrouw in haar weeën.
  
44. Zoals een leeuw uit de bossen bij de Jordaan de kudden overvalt, zo jaag Ik hen in een oogwenk uiteen en roof de vetste bokken. Want wie is Mij waardig, wie kan Mij ter verantwoording roepen, welke herder kan tegen Mij op?
  
45. Luister daarom naar het besluit van de HEER over Babel, luister naar zijn plannen met het land van de Chaldeeën. Ook de jongste dieren worden weggesleept zodat zelfs de weiden in verwarring zijn.
  
46. Toen werd gemeld: "Babel is gevallen," beefde de aarde, het gejammer drong door tot alle volken.'


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES