|
|
Jona, Chapter 2
1. En in de buik van de vis bad Jona tot de HEER, zijn God.
2. Hij zei: `In mijn nood roep ik de HEER aan, en Hij heeft mij geantwoord. Uit de schoot van de onderwereld schreeuw ik: luister naar mijn stem!
3. U hebt mij in de afgrond geworpen, in het hart van de zee; stromen water omgeven mij; al uw brekers, al uw golven slaan over mij heen.
4. Ik zei het al: ik ben verworpen, uit uw ogen verbannen. Hoe zal ik ooit nog uw heilige tempel aanschouwen?
5. Het water staat tot mijn lippen, de oceaan omringt mij, mijn hoofd is met wier omwonden.
6. Tot aan het grondvlak van de bergen ben ik in de onderwereld afgedaald; haar grendels zijn achter mij dichtgegaan, voor eeuwig. Trek mij levend omhoog uit de grafkuil, HEER, mijn God!
7. Nu mijn levensadem het begeeft, gaan mijn gedachten naar de HEER. Laat mijn gebed tot U komen, in uw heilige tempel.
8. Degenen die waanbeelden dienen geven hun genade prijs.
9. Maar ik, ik wil onder lofgezang offers aan U brengen, ik wil mij houden aan mijn gelofte. Bij de HEER is redding.'
10. Toen sprak de HEER tot de vis en de vis spuwde Jona op het droge.
|
|
Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.
|
| |
| This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com |
|
|
|
SELECT VERSION
COMPARE WITH OTHER BIBLES
|
|