Bible Study: FrontPage




 

Jozua, Chapter 6

Bible Study - Jozua 6 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Intussen had Jericho zijn poorten gesloten en zij bleven gesloten uit angst voor de Israëlieten. Niemand kon de stad in of uit.
  
2. Toen sprak de HEER tot Jozua: `Ik lever Jericho, zijn koning en zijn soldaten aan u uit.
  
3. U moet met alle weerbare mannen één keer om de stad trekken, zes dagen lang.
  
4. Daarbij moeten zeven priesters met zeven ramshoorns voor de ark uit gaan. Op de zevende dag moet u zeven keer om de stad trekken, terwijl de priesters op de hoorns blazen.
  
5. Als dan de ramshoorns geblazen worden en u het signaal hoort, moet het hele volk uit alle macht beginnen te schreeuwen. Dan stort de stadsmuur in en moet het volk naar boven klimmen, ieder recht voor zich uit.'
  
6. Toen riep Jozua, de zoon van Nun, de priesters en zei hun: `Neem de ark van het verbond op en laat zeven priesters met zeven ramshoorns voor de ark uit gaan.'
  
7. Tegen het volk zei hij: `Trek rond de stad, en de gewapende mannen moeten voor de ark van de HEER uit gaan.'
  
8. Zodra Jozua dit gezegd had, trokken zeven priesters voor de HEER uit en bliezen op zeven ramshoorns; de ark van het verbond van de HEER kwam achter hen aan.
  
9. De gewapende mannen liepen voor de priesters die de hoorns bliezen, de overigen liepen achter de ark. Tijdens de hele tocht werd er op de hoorns geblazen.
  
10. Jozua had het volk opgedragen: `U mag niet roepen en u niet laten horen; er mag geen geluid over uw lippen komen tot de dag waarop ik beveel om te schreeuwen. Dan moet u schreeuwen.'
  
11. Hij liet de ark van de HEER één keer rond de stad dragen. Daarna keerde men terug naar het kamp om er de nacht door te brengen.
  
12. In alle vroegte stond Jozua op. De priesters namen de ark van de HEER;
  
13. de zeven priesters met de zeven ramshoorns gingen voor de ark van de HEER uit, terwijl zij voortdurend op de hoorns bliezen. De gewapende mannen liepen voor hen uit, de overigen liepen achter de ark. En tijdens de hele tocht werd er op de hoorns geblazen.
  
14. Ook de tweede dag trokken zij één keer om de stad: daarna keerden zij terug in het kamp. Zo deden zij zes dagen achtereen.
  
15. In de ochtend van de zevende dag, bij het aanbreken van de dag, trokken zij op de voorgeschreven wijze zeven keer om de stad.
  
16. En toen de priesters de zevende keer op de ramshoorns bliezen, zei Jozua tegen het volk: `Nu schreeuwen! De HEER levert de stad aan u uit.
  
17. De stad met alles wat erin is moet voor de HEER aan de vernietiging gewijd worden; alleen de hoer Rachab en iedereen die bij haar in huis is mag in leven blijven, omdat zij de verkenners die wij gestuurd hadden heeft verborgen.
  
18. Blijf dus af van wat aan de vernietiging gewijd is, anders valt u zelf ook onder de vernietiging. Als u er iets van wegneemt, valt het kamp van Israël onder de vernietiging en stort u het in het ongeluk.
  
19. Het goud en het zilver en alle voorwerpen van brons of ijzer zijn voor de HEER bestemd; ze moeten bij de schat van de HEER gevoegd worden.'
  
20. Toen begon het volk te schreeuwen en werden de hoorns geblazen. Bij het schallen van de hoorns begon het volk uit alle macht te schreeuwen. De muur stortte in, het volk klom naar boven, ieder recht voor zich uit, en zij veroverden de stad.
  
21. Alles in de stad wijdden zij aan de vernietiging, mannen en vrouwen, kinderen en grijsaards, runderen, schapen en ezels, alles een prooi voor het zwaard.
  
22. Tegen de twee mannen die het land hadden verkend, had Jozua gezegd: `Ga naar het huis van Rachab en haal de vrouw met al haar familieleden eruit, zoals u haar onder ede beloofd hebt.'
  
23. De verkenners gingen daar dus heen en brachten Rachab, haar vader en moeder, haar broers en overige familieleden met al hun verwanten de stad uit; zij wezen hun een verblijfplaats aan buiten het kamp van Israël.
  
24. De stad met alles wat erin was staken zij in brand; al het goud en zilver en de voorwerpen van brons en ijzer voegden zij bij de schat van het huis van de HEER.
  
25. Rachab met heel haar ouderlijk huis, iedereen die bij haar hoorde, liet Jozua in leven. Zij wonen in Israël, tot op de dag van vandaag, omdat Rachab de mannen had verborgen die Jozua had uitgezonden om Jericho te verkennen.
  
26. Bij die gelegenheid heeft Jozua gezworen: `Vervloek bij de HEER de man die het waagt om deze stad !!- Jericho !!- te herbouwen. De fundamenten die hij legt kosten hem zijn oudste zoon, de poorten die hij opricht zijn jongste.'
  
27. En de HEER was met Jozua; zijn roem ging door het hele land.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES