Bible Study: FrontPage




 

Judita, Chapter 4

Bible Study - Judita 4 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. De Israëlieten in Judea hoorden hoe Holofernes, de opperbevelhebber van Nebukadnessar, de koning van Assur, tegen de volken was opgetreden en hoe hij al hun heiligdommen geplunderd had en aan vernietiging had overgeleverd.
  
2. Ze werden door een grote, een zeer grote angst voor hem bevangen en een hevige verontrusting over Jeruzalem en de tempel van de Heer hun God maakte zich van hen meester.
  
3. Nog niet lang teruggekeerd uit de ballingschap, had het Joodse volk zich ternauwernood weer in het land gevestigd; het tempelvaatwerk, het brandofferaltaar en de tempel waren pas sinds kort opnieuw gewijd.
  
4. Daarom stuurden ze boden naar het gebied van Samaria, Kona, Bet-Choron, Belmaïn en Jericho, evenals naar Choba, Esora en het dal van Salem.
  
5. Men liet de toppen van de hoge bergen bezetten, ommuurde de dorpen in het bergland en legde met het oog op de oorlog grote voedselvoorraden aan. De velden waren pas geoogst.
  
6. Jojakim, die op dat ogenblik in Jeruzalem hogepriester was, richtte een schrijven aan de inwoners van Betulia en Betomestaïm, dat aan de rand van de vlakte van Esdrelon ligt, tegenover de vlakte van Dotan.
  
7. Hij droeg hun op om de bergpassen te bezetten, omdat die de toegang tot Judea vormden; het was betrekkelijk gemakkelijk de vijand de doorgang te beletten, omdat de pas zo nauw was dat er ten hoogste twee man tegelijk door konden.
  
8. De Israëlieten gaven gehoor aan de bevelen van de hogepriester Jojakim en van de raad der oudsten van heel het volk Israël, die in Jeruzalem zetelde.
  
9. Alle Israëlieten baden met grote vurigheid tot God en zij vernederden zich met grote volharding.
  
10. Zijzelf, hun vrouwen en hun kleine kinderen, hun vee en al de vreemdelingen, huurlingen en slaven gordden het boetekleed om hun lendenen.
  
11. En alle mannen, vrouwen en kinderen van Israël die in Jeruzalem woonden, wierpen zich neer voor de tempel, strooiden as op hun hoofd en spreidden hun boetekleed uit voor het aangezicht van de Heer.
  
12. Het altaar omhulden ze met een boetekleed. Als uit één mond riepen ze onvermoeid de God van Israël aan: dat Hij zou voorkomen dat hun kleine kinderen werden geroofd, hun vrouwen werden buitgemaakt, hun erfsteden verwoest en het heiligdom zou worden uitgeleverd aan de ontwijding en de spot en hoon van de volken.
  
13. De Heer luisterde naar hun gebed en zag hun nood. In heel Judea vastte het volk dagenlang, evenals in Jeruzalem, voor het heiligdom van de almachtige Heer.
  
14. De hogepriester Jojakim, alle priesters die dienst deden in de tempel en al degenen die belast waren met de zorg voor de eredienst, hadden hun lendenen met een boetekleed omgord en droegen het dagelijks brandoffer op, evenals de gelofteoffers en de vrijwillige gaven van het volk.
  
15. Zij hadden hun hoofddeksel met as bestrooid en riepen uit alle macht de Heer aan: dat Hij genadig op het hele huis van Israël zou neerzien.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES