Bible Study: FrontPage




 

Leviticus, Chapter 15

Bible Study - Leviticus 15 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. De HEER sprak tot Mozes en Aäron:
  
2. `Zeg tegen de Israëlieten: Wanneer een man aan een druiper lijdt, is hij door die druiper onrein.
  
3. Deze onreinheid treedt op als zijn druiper vloeit en als deze onderbroken wordt.
  
4. Het bed waarop iemand die aan een druiper lijdt gelegen heeft, is onrein; alles waarop hij gezeten heeft, is eveneens onrein.
  
5. Als iemand zijn bed aanraakt, moet hij zijn kleren wassen en een bad nemen; hij is tot de avond onrein.
  
6. Iemand die gaat zitten op iets waar die persoon op gezeten heeft, moet zijn kleren wassen en een bad nemen; hij is tot de avond onrein.
  
7. Wie hemzelf aanraakt, moet zijn kleren wassen en een bad nemen; hij is tot de avond onrein.
  
8. Heeft de man gespuwd op iemand die rein was, dan moet deze zijn kleren wassen en een bad nemen; hij is tot de avond onrein.
  
9. Het zadel waar hij op gezeten heeft, is onrein.
  
10. Wie iets aanraakt waar hij op gezeten heeft, wordt onrein. Iemand die het optilt, moet zijn kleren wassen en een bad nemen; hij is tot de avond onrein.
  
11. Ieder die door de lijder wordt aangeraakt zonder dat deze zijn handen heeft afgespoeld, moet zijn kleren wassen en een bad nemen; hij is tot de avond onrein.
  
12. Het aarden vaatwerk dat hij heeft aangeraakt, moet men in stukken slaan. Houten gereedschap moet met water worden afgespoeld.
  
13. Is de lijder van de druiper genezen en wil hij gereinigd worden, dan moet hij zeven dagen wachten. Hij moet zijn kleren wassen en in stromend water een bad nemen; dan is hij weer rein.
  
14. Op de achtste dag verschijnt hij met twee tortels of duiven voor de HEER, bij de ingang van de tent van samenkomst, en overhandigt ze aan de priester.
  
15. Deze draagt er een op als zondeoffer en een als brandoffer. Zo voltrekt hij voor hem de verzoeningsrite voor de HEER, vanwege zijn druiper.
  
16. Wanneer een man een zaaduitstorting heeft gehad, moet hij zijn hele lichaam wassen; hij is tot de avond onrein.
  
17. De kleren en de leren voorwerpen die met het zaad in aanraking zijn gekomen, moeten worden gewassen: ze zijn tot de avond onrein.
  
18. De man en de vrouw die gemeenschap hebben gehad, moeten een bad nemen; zij zijn tot de avond onrein.
  
19. Wanneer een vrouw een vloeiing heeft en het is de bloeding van haar menstruatie, dan is zij zeven dagen onrein. Ieder die haar aanraakt, is tot de avond onrein.
  
20. Alles waarop zij tijdens haar onreinheid slaapt, wordt onrein; alles waarop zij zit, eveneens.
  
21. Ieder die haar bed aanraakt, moet zijn kleren wassen en een bad nemen; hij is tot de avond onrein.
  
22. Ieder die de plaats aanraakt waarop zij gezeten heeft, moet zijn kleren wassen en een bad nemen; hij is tot de avond onrein.
  
23. Ook iemand die datgene aanraakt wat zich bevindt op de slaapplaats, of op de plaats waar zij gezeten heeft, wordt onrein tot de avond.
  
24. Heeft iemand gemeenschap met zo'n vrouw, dan komt haar onreinheid ook op hem. Hij is zeven dagen onrein; ook het bed waarop hij ligt, wordt onrein.
  
25. Heeft een vrouw een langdurige bloeding buiten de tijd van de menstruatie of duurt de menstruatie bij haar langer dan normaal, dan is zij heel die tijd onrein, zoals tijdens de menstruatie.
  
26. Tijdens zo'n bloeding geldt voor het bed hetzelfde als tijdens de menstruatie. Ook voor alles waar zij op zit, geldt hetzelfde: het is onrein, net als tijdens de menstruatie.
  
27. Ieder die deze dingen aanraakt, wordt onrein. Hij moet zijn kleren wassen en een bad nemen; hij is tot de avond onrein.
  
28. Houdt haar bloeding op en wil zij gereinigd worden, dan moet zij zeven dagen wachten.
  
29. Op de achtste dag brengt zij twee tortels of duiven naar de priester, bij de ingang van de tent van samenkomst.
  
30. Deze draagt de ene op als zondeoffer en de andere als brandoffer. Zo voltrekt hij voor haar de verzoeningsrite voor de HEER, vanwege de onreinheid door de bloeding.
  
31. Waarschuw de Israëlieten voor de gevolgen van hun onreinheid. Deze zou hun dood worden, als zij in die toestand mijn verblijfplaats in hun midden betreden.
  
32. Dit is de wet op de man die aan een druiper lijdt, op de man die door zaaduitstorting onrein is geworden,
  
33. op de vrouw die menstrueert, op iedereen, man of vrouw, die aan een druiper lijdt en op de man die gemeenschap heeft met een vrouw die onrein is.'


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES