Bible Study: FrontPage




 

Leviticus, Chapter 20

Bible Study - Leviticus 20 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. De HEER sprak tot Mozes:
  
2. `Zeg tegen de Israëlieten: Iedere Israëliet of vreemdeling in Israël die een van zijn kinderen ter beschikking stelt van de Moloch, moet sterven. Het volk van het land moet hem stenigen.
  
3. Ik treed persoonlijk op tegen zo iemand en verwijder hem uit zijn volk. Door een van zijn kinderen ter beschikking te stellen van de Moloch heeft hij mijn heiligdom verontreinigd en mijn heilige naam ontwijd.
  
4. Mocht het volk van het land zijn ogen sluiten voor het feit dat die man een van zijn kinderen ter beschikking heeft gesteld van de Moloch en mocht het hem niet ter dood brengen,
  
5. dan keer Ik mij tegen hem en tegen zijn geslacht. Ik zal hem, en alle anderen die ontuchtig de Moloch nalopen, uit hun volk verwijderen.
  
6. Tegen degene die contact zoekt met geesten en die orakels raadpleegt en deze ontuchtig achterna loopt, treed Ik persoonlijk op en verwijder hem uit zijn volk.
  
7. Zorg dat u heilig bent; wees heilig, want Ik ben de HEER uw God.
  
8. Onderhoud mijn wetten. Ik ben de HEER, degene die u heiligt.
  
9. Ieder die zijn vader en zijn moeder vervloekt, moet ter dood worden gebracht. Hij heeft zijn vader en zijn moeder vervloekt; hij heeft zijn dood aan zichzelf te wijten.
  
10. Hij die overspel pleegt met de vrouw van een ander, met de vrouw van zijn naaste, moet ter dood worden gebracht: hijzelf en de vrouw met wie hij overspel heeft gepleegd.
  
11. Als een man gemeenschap heeft met een vrouw van zijn vader, ontbloot hij de schaamte van zijn vader. Beiden moeten ter dood worden gebracht; zij hebben hun dood aan zichzelf te wijten.
  
12. Als een man gemeenschap heeft met zijn schoondochter, moeten beiden ter dood gebracht worden. Zij hebben een schanddaad begaan; zij hebben hun dood aan zichzelf te wijten.
  
13. Als een man met een andere man omgang heeft zoals met een vrouw, begaan beiden een afschuwelijke daad. Zij moeten ter dood worden gebracht; zij hebben hun dood aan zichzelf te wijten.
  
14. Als een man met een vrouw trouwt en tegelijk met haar moeder, dan is dat een schande. Zowel de man als de beide vrouwen moeten worden verbrand; zoiets schandaligs mag bij u niet voorkomen.
  
15. Een man die geslachtsgemeenschap heeft met een dier, moet gedood worden; het dier moet afgemaakt worden.
  
16. Als een vrouw zich inlaat met een dier, moet men zowel de vrouw als het dier doden. Zij moeten ter dood gebracht worden; zij hebben hun dood aan zichzelf te wijten.
  
17. Als een man trouwt met zijn zuster, een dochter van zijn vader of zijn moeder, en zij zien elkaars schaamte, dan is dit een schande. Voor de ogen van hun volksgenoten moeten zij verwijderd worden. Hij heeft de schaamte van zijn zuster ontbloot; hij moet voor zijn misdaad boeten.
  
18. Als een man gemeenschap heeft met een vrouw tijdens de menstruatie en haar schaamte, de bron van haar bloeding, ontbloot, en zij stemt daarmee in, dan moeten beiden uit hun volk worden verwijderd.
  
19. De schaamte van een zuster van uw vader of uw moeder mag u niet ontbloten. Wie zoiets, doet heeft zijn eigen bloedverwant ontbloot; hij moet voor zijn misdaad boeten.
  
20. Een man die gemeenschap heeft met zijn tante, ontbloot de schaamte van zijn oom. Zij moeten voor hun zonde boeten en zullen kinderloos sterven.
  
21. Als een man met de vrouw van zijn broer trouwt, is dat een schande. Hij heeft de schaamte van zijn broer ontbloot; zij zullen kinderloos blijven.
  
22. Onderhoud en volbreng al mijn wetten en voorschriften; dan zal het land waar Ik u heenbreng om er te wonen, u niet uitspuwen.
  
23. Leef niet naar de gebruiken van de volken die Ik voor u verjaag. Omdat zij dergelijke dingen deden, walgde Ik van hen.
  
24. Toen sprak Ik tot u: "U zult hun land in bezit nemen. Ik geef het u in bezit; een land dat overvloeit van melk en honing. Ik ben de HEER uw God. Ik heb u van de andere volken onderscheiden.
  
25. Maak dan onderscheid tussen reine en onreine landdieren, tussen reine en onreine vogels. Besmet u niet met die landdieren, vogels en kruipende dieren, die Ik onrein heb verklaard en als zodanig heb aangewezen.
  
26. Wees heilig voor Mij, want Ik, de HEER, ben heilig. Ik heb u van de andere volken onderscheiden om Mij toe te behoren.
  
27. Mannen of vrouwen in wie de geest van een dode is of die aan waarzeggerij doen, moeten ter dood worden gebracht. Zij moeten worden gestenigd; zij hebben hun dood aan zichzelf te wijten.'


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES