Bible Study: FrontPage




 

Leviticus, Chapter 27

Bible Study - Leviticus 27 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. De HEER sprak tot Mozes:
  
2. `Zeg tegen de Israëlieten: Als iemand een mensenleven belooft, omgerekend in geldswaarde,
  
3. dan geldt bij de omrekening het volgende tarief: voor een mannelijk persoon tussen twintig en zestig jaar vijftig sikkel zilver, in heilige munt,
  
4. voor een vrouwelijk persoon dertig sikkel;
  
5. voor een mannelijk persoon van vijf tot twintig jaar twintig sikkel, voor een vrouwelijk persoon van dezelfde leeftijd tien sikkel;
  
6. voor een mannelijk persoon tussen een maand en vijf jaar vijf sikkel zilver, voor een vrouwelijk persoon drie sikkel zilver;
  
7. voor een mannelijk persoon boven de zestig jaar vijftien sikkel en voor een vrouwelijk persoon tien sikkel.
  
8. Is iemand niet in staat het vastgestelde bedrag te betalen, dan moet men hem bij de priester brengen. Hij stelt een bedrag vast dat degene die de belofte doet, wel betalen kan.
  
9. Betreft de belofte een stuk vee dat de HEER als gave kan worden aangeboden, dan worden de dieren die men de HEER belooft, heilig.
  
10. Men mag een goed dier niet vervangen door een slecht dier en een slecht dier niet omruilen voor een goed. Vervangt men een dier door een ander, dan zijn beide heilig.
  
11. Heeft iemand een stuk vee beloofd dat onrein is en de HEER niet als gave kan worden aangeboden, dan moet hij het bij de priester brengen.
  
12. Hij stelt vast hoeveel het dier waard is, veel of weinig. Het bedrag dat hij vaststelt is bindend.
  
13. Wil men het dier vrijkopen, dan moet men het vastgestelde bedrag betalen, vermeerderd met een vijfde.
  
14. Als iemand zijn huis aan de HEER wijdt, dan stelt de priester vast hoeveel het waard is, veel of weinig. Het bedrag dat hij vaststelt is bindend.
  
15. Wil degene die zijn huis aan de HEER wijdt, het weer vrijkopen, dan moet hij het vastgestelde bedrag betalen, vermeerderd met een vijfde; dan is het weer van hem.
  
16. Wil iemand een stuk land aan de HEER wijden, dan moet de waarde ervan worden afgemeten naar het benodigde zaaigoed: per ezelslast zaaigerst vijftig sikkel zilver.
  
17. Wijdt hij zijn land in het jobeljaar aan de HEER, dan geldt hetzelfde bedrag.
  
18. Doet hij dat buiten het jobeljaar, dan moet de priester het aantal jaren tot het volgend jobeljaar in mindering brengen op het vastgestelde bedrag.
  
19. Wil iemand het stuk land dat hij aan de HEER gewijd heeft, vrijkopen, dan moet hij het vastgestelde bedrag betalen, vermeerderd met een vijfde; dan is het land weer van hem.
  
20. Koopt hij het stuk land niet vrij en wordt het aan iemand anders verkocht, dan vervalt het recht om het vrij te kopen.
  
21. Als het stuk land in het jobeljaar vrijkomt, dan wordt het heilige grond, zoals een stuk land dat onvoorwaardelijk aan de HEER gewijd is: het wordt eigendom van de priester.
  
22. Wijdt iemand aan de HEER een stuk land dat hij gekocht heeft, en dat dus geen familiebezit was,
  
23. dan moet de priester bij het vaststellen van het bedrag rekening houden met het aantal jaren tot het volgende jobeljaar. Dezelfde dag nog moet het vastgestelde bedrag betaald worden. Het is heilig en behoort aan de HEER.
  
24. In het jobeljaar wordt het land weer eigendom van de verkoper, tot wiens familiebezit het behoord heeft.
  
25. Alle bedragen moeten worden vastgesteld volgens de sikkel van het heiligdom, twintig gera de sikkel.
  
26. De eerstgeborenen van het vee, van runderen of schapen, behoren aan de HEER; men kan ze dus niet aan hem wijden. Dat rund of dat schaap behoort reeds aan Hem.
  
27. Is het dier een onrein dier, dan kan men het vrijkopen voor het vastgestelde bedrag, vermeerderd met een vijfde. Wordt het niet vrijgekocht, dan moet het voor het vastgestelde bedrag verkocht worden.
  
28. Wijdt iemand iets van zijn bezit onvoorwaardelijk aan de HEER, mensen, vee of land, dan mag dat niet worden verkocht of vrijgekocht. Alles wat onvoorwaardelijk is gewijd, is hoogheilig en behoort aan de HEER;
  
29. een mens die onvoorwaardelijk is gewijd, kan niet worden vrijgekocht; hij moet ter dood worden gebracht.
  
30. De tienden van wat het land aan koren of boomvruchten opbrengt, behoren aan de HEER; ze zijn aan Hem gewijd.
  
31. Wil iemand iets van zijn tienden terugkopen, dan wordt de prijs met een vijfde verhoogd.
  
32. Elk tiende dier van runderen of kleinvee dat onder de herdersstaf doorgaat, is aan de HEER gewijd.
  
33. Daarbij wordt niet gelet op betere of mindere kwaliteit. Ook mag men de dieren niet omwisselen. Doet men dat toch, dan zijn beide dieren gewijd; ze kunnen niet worden teruggekocht.'
  
34. Dit zijn de geboden die de HEER op de Sinai aan Mozes heeft gegeven voor de Israëlieten.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES