Bible Study: FrontPage




 

Leviticus, Chapter 6

Bible Study - Leviticus 6 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. De HEER sprak tot Mozes:
  
2. `Wanneer iemand zondigt en een vergrijp begaat tegen de HEER !!- door te ontkennen dat een volksgenoot hem iets in bewaring heeft gegeven of ter hand gesteld heeft,
  
3. door met een valse eed te ontkennen dat hij een verloren voorwerp gevonden heeft, of door andere soortgelijke vergrijpen !!-
  
4. dan moet hij, omdat hij gezondigd heeft en schuld op zich geladen heeft, het geroofde, het door uitbuiting verkregene, het in bewaring gegevene of het gevonden voorwerp
  
5. of datgene waarover hij een valse eed heeft afgelegd, geheel vergoeden, vermeerderd met een vijfde van de waarde, en dat op de dag van zijn schuldoffer aan de eigenaar geven.
  
6. Hij moet de HEER ter genoegdoening uit zijn kudde een ram zonder gebrek, van een bepaalde waarde, als schuldoffer aanbieden.
  
7. Hij brengt het dier naar de priester en voor de HEER voltrekt deze voor hem de verzoeningsrite voor de overtreding waaraan hij zich schuldig heeft gemaakt.'
  
8. De HEER sprak tot Mozes:
  
9. `Geef Aäron en zijn zonen deze voorschriften. Dit is de wet op het brandoffer. Het brandoffer moet de hele nacht tot aan de ochtend op het vuur blijven liggen, dat op het altaar brandend wordt gehouden.
  
10. De priester, gekleed in een linnen gewaad en met een lendendoek om het lichaam, verzamelt de as van het brandoffer dat op het altaar verteerd is, en legt die ernaast.
  
11. Dan kleedt hij zich om en brengt hij de as buiten het kamp naar een reine plaats.
  
12. Het vuur op het altaar moet brandend worden gehouden; het mag niet uitgaan. Iedere ochtend moet de priester hout doen op het vuur waarop hij het brandoffer legt en waarop hij het vet van de slachtoffers in rook laat opgaan.
  
13. Het vuur op het altaar moet zonder onderbreking blijven branden; het mag nooit uitgaan.
  
14. Dit is de wet op het meeloffer. De zonen van Aäron offeren het voor de HEER bij het altaar.
  
15. Een priester neemt van het meeloffer een handvol bloem en wat olie en laat dat met de bijbehorende wierook, als teken van het geheel, op het altaar in rook opgaan, als een geur die de HEER behaagt.
  
16. Het overige mogen Aäron en zijn zonen gebruiken, maar het moet ongezuurd worden gegeten op een heilige plaats, binnen de voorhof van de tent van samenkomst.
  
17. Het mag niet met zuurdeeg worden gebakken. Het is het aandeel dat Ik hun van mijn offergaven schenk. Het is hoogheilig, zoals het zondeoffer en het schuldoffer.
  
18. Alle mannelijke nakomelingen van Aäron mogen ervan eten; dit aandeel in de offergaven van de HEER is een blijvend recht, door al uw generaties heen. Alles wat ermee in aanraking komt is gewijd.'
  
19. De HEER sprak tot Mozes:
  
20. `Dit is het offer dat Aäron en zijn zonen moeten brengen op de dag van Aärons zalving: een tiende efa bloem als dagelijks meeloffer, de ene helft 's ochtends, de andere helft 's avonds.
  
21. Het moet, met olie gekneed, op de bakplaat worden klaargemaakt. U moet het in stukken breken en opdragen als meeloffer, waarvan de geur de HEER behaagt.
  
22. De zoon die hem als gezalfde priester opvolgt, moet hetzelfde doen. Een eeuwige wet van de HEER is: het moet geheel in rook opgaan.
  
23. Dat geldt voor elk meeloffer van een priester: er mag niet van worden gegeten.'
  
24. De HEER sprak tot Mozes:
  
25. `Zeg tegen Aäron en zijn zonen: Dit is de wet op het zondeoffer. Het zondeoffer moet worden geslacht voor de HEER, op dezelfde plaats als het brandoffer. Het is hoogheilig.
  
26. De priester die het zondeoffer opdraagt, zal het ook eten, op een heilige plaats in de voorhof van de tent van samenkomst.
  
27. Ieder die het vlees ervan aanraakt is gewijd. Spat er bloed op iemands kleed, dan moet dat uitgewassen worden op een heilige plaats.
  
28. Het aarden vaatwerk waarin het gekookt is, moet stukgeslagen worden; als het in een bronzen vat gekookt is, dan moet dit geschuurd en uitgespoeld worden.
  
29. Alleen mannelijke leden van het priestergeslacht mogen het eten. Het is hoogheilig.
  
30. Het zondeoffer echter, waarvan het bloed naar de tent van samenkomst gebracht is om er in het heiligdom de verzoeningsrite mee te voltrekken, mag niet worden gegeten; het moet verbrand worden.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES