Bible Study: FrontPage




 

Lukas, Chapter 16

Bible Study - Lukas 16 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Hij zei ook, nu tegen zijn leerlingen: `Een rijk man had een rentmeester, maar hij kreeg klachten dat die zijn bezit verkwistte.
  
2. Hij riep hem bij zich en zei: "Wat hoor ik daar over u? Ik wil dat u rekenschap aflegt, want zo kunt u geen rentmeester blijven."
  
3. De rentmeester zei bij zichzelf: "Wat moet ik doen? Mijn heer ontneemt mij het beheer. Spitten kan ik niet, en bedelen, daar schaam ik me voor.
  
4. Ik weet al wat ik moet doen om te zorgen dat ze me, na mijn ontslag als rentmeester, in hun huis ontvangen."
  
5. Een voor een liet hij de pachters van zijn heer bij zich komen. Tot de eerste zei hij: "Hoeveel ben je mijn heer schuldig?"
  
6. Die antwoordde: "Honderd vaatjes olijfolie." Hij zei: "Hier is het contract, ga zitten en maak er vlug vijftig van."
  
7. De volgende vroeg hij: "En jij, hoeveel ben jij hem schuldig?" Die antwoordde: "Honderd zakken tarwe." De rentmeester zei tegen hem: "Hier is je contract, maak er tachtig van."
  
8. De heer prees de gewiekste aanpak van de onrechtvaardige rentmeester. De kinderen van deze wereld gaan onderling immers handiger te werk dan de kinderen van het licht.
  
9. Ook Ik zeg jullie: maak je vrienden met behulp van de geldduivel; als die je dan ontvalt, zullen ze je ontvangen in de eeuwige tenten.
  
10. Wie betrouwbaar is, is betrouwbaar in het klein en in het groot, en wie in het klein onrecht doet, doet het ook in het groot.
  
11. Als jullie met de geldduivel onbetrouwbaar zijn geweest, wie zal jullie dan het ware goed toevertrouwen?
  
12. En als jullie niet te vertrouwen zijn geweest met andermans goed, wie zal jullie dan toevertrouwen wat jezelf toebehoort?
  
13. Geen knecht kan twee heren dienen, want hij zal of de een verfoeien en van de ander houden, of zich hechten aan de eerste en de ander verachten. Je kunt niet tegelijk God dienen en de geldduivel.'
  
14. De farizeeën, die op geld belust zijn, hoorden dit alles en lachten Hem uit.
  
15. Hij zei tegen hen: `U wilt bij de mensen voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart; wat de mensen hoogschatten, is een gruwel in Gods oog.
  
16. De Wet en de Profeten gaan tot Johannes; sindsdien wordt het koninkrijk van God verkondigd en iedereen staat te dringen om er binnen te komen.
  
17. Maar nog eerder vergaan hemel en aarde dan dat een letter van de wet vervalt.
  
18. Wie zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt echtbreuk, en ook wie trouwt met een vrouw die door haar man verstoten is, pleegt echtbreuk.
  
19. Er was een rijk man, die gekleed ging in purper en het fijnste linnen, en elke dag uitbundig feestvierde.
  
20. Aan zijn poort lag een zekere Lazarus; hij was arm en zat onder de zweren.
  
21. Hij had graag zijn honger gestild met wat er van de tafel van de rijke op de grond viel, maar nee, de honden kwamen en likten aan zijn zweren.
  
22. Toen kwam de arme te sterven; de engelen droegen hem in de schoot van Abraham. Ook de rijke stierf, en werd begraven.
  
23. In het dodenrijk sloeg hij gekweld door pijn zijn ogen op en zag van verre Abraham met Lazarus in zijn schoot.
  
24. "Vader Abraham," riep hij, "heb medelijden met me; stuur Lazarus om de toppen van zijn vingers nat te maken met water, en er mijn tong mee te verkoelen, want ik lijd hevig in dit vuur."
  
25. Maar Abraham zei: "Kind, vergeet niet dat jij het heel je leven goed hebt gehad en Lazarus altijd slecht; nu wordt hij hier getroost, en jij lijdt pijn.
  
26. Bovendien, er gaapt tussen ons en jullie een diepe kloof; al zou iemand van hier naar jullie willen oversteken, hij zou het niet kunnen; evenmin kan iemand van daar naar ons komen."
  
27. Maar de rijke zei: "Dan, vader, vraag ik u hem naar mijn ouderlijk huis te sturen,
  
28. want ik heb nog vijf broers. Laat hij hen gaan waarschuwen, zodat zij niet eveneens terechtkomen in dit oord van pijn."
  
29. Maar Abraham zei: "Ze hebben Mozes en de Profeten; daar moeten ze naar luisteren."
  
30. Maar hij zei: "Nee, vader Abraham, als iemand van de doden naar hen toe komt, dan zullen zij zich bekeren."
  
31. Maar Abraham antwoordde: "Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren, dan zullen ze zich ook niet laten overtuigen als iemand uit de doden opstaat."'


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES