Bible Study: FrontPage




 

Lukas, Chapter 6

Bible Study - Lukas 6 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Terwijl Hij op een sabbat door de korenvelden liep, plukten zijn leerlingen aren. Ze wreven die tussen hun handen en aten ervan.
  
2. Enkele farizeeën zeiden toen: `Waarom doen jullie iets dat op sabbat niet mag?'
  
3. Jezus antwoordde hun: `Hebt u dan niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger kregen.
  
4. Dat hij het huis van God binnenging en de offerbroden meenam, ervan at en ze ook aan zijn metgezellen gaf, hoewel alleen priesters die mogen eten?'
  
5. `De Mensenzoon is ook Heer van de sabbat', zei Hij.
  
6. Op een andere sabbat ging Hij naar de synagoge en gaf er onderricht. Daar was iemand wiens rechterhand verschrompeld was.
  
7. De schriftgeleerden en de farizeeën letten op Hem, om te zien of Hij op sabbat genezingen verrichtte; dan zouden ze Hem kunnen aanklagen.
  
8. Maar Hij wist wat ze dachten en zei tegen de man met de verschrompelde hand: `Sta op en kom naar voren.' En hij stond op en kwam.
  
9. Daarop zei Jezus tegen hen: `Ik vraag u of men op sabbat goed mag doen of kwaad, een leven mag redden of verloren laten gaan.'
  
10. Hij keek hen allemaal aan, en zei tegen hem: `Strek uw hand.' Hij deed het en zijn hand herstelde zich.
  
11. Maar zij werden razend en spraken er met elkaar over wat ze met Jezus zouden doen.
  
12. In die dagen ging Hij naar het gebergte om te bidden, en bracht er de hele nacht door in gebed tot God.
  
13. Toen het dag werd riep Hij zijn leerlingen, en uit hen koos Hij er twaalf, die Hij ook apostelen noemde:
  
14. Simon, die Hij ook Petrus noemde, diens broer Andreas, Jakobus, Johannes, Filippus, Bartolomeüs,
  
15. Matteüs, Tomas, Jakobus van Alfeüs, Simon de zeloot,
  
16. Judas van Jakobus, en Judas Iskariot, die de verrader is geworden.
  
17. Samen met hen daalde Hij af naar een vlak terrein. Daar waren zijn leerlingen, in groten getale, en een grote volksmenigte uit heel het Joodse land en Jeruzalem, en uit het kustgebied van Tyrus en Sidon.
  
18. Ze waren gekomen om Hem te horen en van hun ziekten te worden genezen. Ook zij die geplaagd werden door onreine geesten, werden genezen.
  
19. En al die mensen probeerden Hem aan te raken, omdat er een kracht van Hem uitging die iedereen genas.
  
20. Hij richtte het oog op zijn leerlingen en zei: `Gelukkig de armen, voor jullie is het koninkrijk van God.
  
21. Gelukkig die nu honger hebben, jullie zullen volop te eten hebben. Gelukkig die nu huilen, jullie zullen lachen.
  
22. Gelukkig zijn jullie als de mensen je haten, als ze je buitensluiten en beschimpen en je naam door het slijk halen omwille van de Mensenzoon;
  
23. dans die dag van blijdschap, want, vergeet niet, in de hemel wacht jullie een rijke beloning. Hetzelfde deden hun voorvaders immers met de profeten.
  
24. Maar wee jullie, rijken, je hebt je troost al binnen.
  
25. Wee jullie die nu voldaan zijn, je zult honger hebben. Wee die nu lachen, jullie zullen rouwen en huilen.
  
26. Wee als alle mensen lovend over je spreken. Hetzelfde deden hun voorvaders immers met de valse profeten.
  
27. Maar tegen jullie die luisteren, zeg Ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie je haten,
  
28. zegen hen die je vervloeken en bid voor degenen die je smaden.
  
29. Slaat iemand je op de wang, bied hem dan ook de andere, en pakt iemand je jas af, weiger hem ook je hemd niet.
  
30. Vraagt iemand je om iets, geef het, en pakt men iets van je af, vraag het dan niet terug.
  
31. Behandel de mensen zoals je wilt dat ze jullie behandelen.
  
32. Als jullie je vrienden liefhebben, is er dan reden tot dankbaarheid? Ook de zondaars hebben hun vrienden lief.
  
33. En als jullie je weldoeners weldoen, is er dan reden tot dankbaarheid? Ook de zondaars doen dat.
  
34. En als jullie lenen aan mensen van wie je iets terugverwacht, is er dan reden tot dankbaarheid? Ook zondaars lenen aan zondaars om op hun beurt hetzelfde te krijgen.
  
35. Nee, heb je vijanden lief, doe wel en leen uit, en verwacht daarvoor niets terug. Dan zal er een rijke beloning voor jullie zijn: je wordt kinderen van de Allerhoogste, want ook Hij is goed voor ondankbare en slechte mensen.
  
36. Wees barmhartig, zoals jullie Vader barmhartig is.
  
37. Werp je niet op als rechter, dan zullen jullie niet berecht worden. Veroordeel niet, dan zullen jullie niet veroordeeld worden. Spreek vrij, dan zullen jullie vrijgesproken worden.
  
38. Geef, dan zal jullie gegeven worden. Een mooie maat, stevig aangedrukt, goed geschud en overvol zal je in de schoot geworpen worden. Want met de maat waarmee jullie meten, zul je gemeten worden.'
  
39. Verder zei Hij tegen hen in beeldspraak: `Kan de ene blinde een gids zijn voor de andere? Dan vallen ze toch samen in een kuil?
  
40. Een leerling staat niet boven zijn leermeester; iemand die volleerd is zal als zijn leermeester zijn.
  
41. Wat kijk je naar de splinter in het oog van een ander terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt?
  
42. Hoe kun je tegen een ander zeggen: "Vriend, laat me de splinter weghalen die in je oog zit", terwijl je de balk in je eigen oog niet ziet? Schijnheilige, haal eerst de balk uit je eigen oog; pas dan zie je scherp genoeg om de splinter weg te halen die in het oog van de ander zit.
  
43. Er is geen mooie boom die zieke vrucht draagt, en evenmin een zieke boom die mooie vrucht draagt.
  
44. Want iedere boom is herkenbaar aan zijn eigen vrucht. Van een doornstruik plukt men geen vijgen en van een braamstruik oogst men geen druiven.
  
45. Een goed mens haalt uit de voorraad van zijn goede hart het goede tevoorschijn, en een slecht mens uit zijn slechte hart het slechte; want waar iemands hart vol van is, daarvan spreekt zijn mond.
  
46. Waarom roepen jullie Heer! Heer! tegen Mij en doen jullie niet wat Ik zeg?
  
47. Iedereen die bij Mij komt, Mij hoort en doet wat Ik zeg !!- Ik zal jullie laten zien op wie zo iemand lijkt.
  
48. Hij lijkt op iemand die bij het bouwen van zijn huis een diep gat groef en de fundering op de rots legde. Toen kwam er een overstroming en de rivier beukte tegen het huis, maar kon het niet aan het wankelen brengen, want het was goed gebouwd.
  
49. Maar wie hoort en niet doet, lijkt op iemand die een huis zomaar op de grond bouwde, zonder fundering: de rivier beukte ertegen en meteen stortte het in, en dat huis werd één grote ruïne.'


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES