Bible Study: FrontPage




 

Markus, Chapter 4

Bible Study - Markus 4 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Weer begon Hij aan het meer onderricht te geven. En er stroomde zo'n grote menigte bij Hem samen, dat Hij in een boot ging zitten op het water, terwijl al het volk langs het meer op de kant stond.
  
2. Hij gaf hun uitvoerig onderricht door middel van gelijkenissen. Hij zei:
  
3. `Luister! Een zaaier ging het land op om te zaaien.
  
4. Bij het zaaien viel er een deel op het pad, en de vogels kwamen het opeten.
  
5. Een ander deel viel op de rotsgrond, waar het niet veel aarde had, en het kwam meteen op, doordat het geen diepe grond had.
  
6. Toen de zon opkwam, verschroeide het, en doordat het geen wortel had, verdorde het.
  
7. Weer een ander deel viel tussen de distels, en de distels schoten op en verstikten het, en het leverde geen vrucht op.
  
8. De rest viel in goede aarde; het kwam op, groeide uit, en het leverde vrucht op; de opbrengst was dertig-, zestig-, ja honderdvoudig.'
  
9. Hij zei: `Wie oren heeft om te horen, moet horen.'
  
10. Toen Hij daarna met hen alleen was, stelden zijn metgezellen en de twaalf Hem vragen over zijn gelijkenissen.
  
11. Hij zei hun: `Jullie is het geheim van het koninkrijk van God toevertrouwd. Maar zij daarbuiten krijgen alles in gelijkenissen,
  
12. opdat ze met hun ogen kijken en niet zien, en met hun oren horen en niet verstaan; tenzij ze zich zullen bekeren en vergeving vinden .'
  
13. Hij zei hun: `Jullie begrijpen deze gelijkenis niet? Hoe zul je dan alle andere gelijkenissen vatten?
  
14. De zaaier zaait het woord.
  
15. Dit zijn de mensen op het pad waar het woord wordt gezaaid: als ze het horen, komt meteen de satan en pakt het woord weg dat in hen gezaaid was.
  
16. Dit zijn de mensen die op de rotsgrond worden gezaaid: als die het woord horen, nemen ze het meteen met vreugde aan;
  
17. ze zijn niet echt geworteld, maar mensen van het ogenblik. Zo gauw er dan vanwege het woord onderdrukking ontstaat of vervolging, komen ze meteen ten val.
  
18. Weer anderen zijn zij die tussen de distels gezaaid worden; dat zijn de mensen die het woord gehoord hebben,
  
19. maar dan komen de zorgen om het bestaan, de begoocheling van de rijkdom, en nog andere begeerten het woord verstikken; het blijft zonder vrucht.
  
20. En dit zijn de mensen die in goede aarde gezaaid zijn: zij horen het woord en nemen het op en dragen dertig-, zestig-, ja honderdvoudig vrucht.'
  
21. Ook zei Hij hun: `Breng je de lamp soms binnen om die onder de korenmaat te zetten of onder het bed? Toch zeker om hem op de standaard te zetten?
  
22. Want iets is alleen geheim om aan het licht gebracht te worden, en het werd alleen verborgen om aan het licht te komen.
  
23. Wie oren heeft om te horen, moet horen.'
  
24. Ook zei Hij hun: `Let goed op wat jullie nu horen! Met de maat waarmee jullie meten, zullen jullie gemeten worden, en meer dan dat.
  
25. Want aan degene die heeft, zal gegeven worden; en aan degene die niets heeft, zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft.'
  
26. Ook zei Hij: `Met het koninkrijk van God gaat het als met iemand die zaad op zijn land heeft gestrooid.
  
27. Hij slaapt en waakt, nacht na nacht en dag na dag, en het zaad ontkiemt en schiet op, zonder dat hij weet hoe.
  
28. Vanzelf draagt de aarde vrucht, eerst de groene spriet, dan de aar, dan het graan in de volle aar.
  
29. Wanneer de vrucht zover is, slaat hij er meteen de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.'
  
30. Ook zei Hij: `Waarmee zullen we het koninkrijk van God vergelijken, of met welke gelijkenis geven we het weer?
  
31. Het is als een mosterdzaadje dat in de aarde gezaaid wordt. Het is het kleinste van alle zaden op aarde,
  
32. maar als het gezaaid is, komt het op en wordt het groter dan alle andere struiken en het krijgt grote takken, zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen .'
  
33. Met veel van dergelijke gelijkenissen predikte Hij het woord, voorzover ze in staat waren het te horen.
  
34. Zonder gelijkenis sprak Hij niet tegen hen, maar als ze onder elkaar waren, legde Hij zijn leerlingen alles uit.
  
35. Tegen de avond van die dag zei Hij tegen hen: `Laten we naar de overkant gaan.'
  
36. Ze lieten de mensen achter en namen Hem mee met de boot waarin Hij zat; er waren nog andere boten bij.
  
37. En er stak een hevige storm op, en de golven sloegen over de boot, zodat die al volliep.
  
38. Maar Hij lag op het achterdek op een kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker en zeiden: `Meester, kan het U niet schelen dat wij vergaan?'
  
39. Hij stond op en bestrafte de wind en het water: `Zwijg, wees stil!' En de wind ging liggen en het werd volkomen stil.
  
40. Hij zei tegen hen: `Waarom zijn jullie bang? Hebben jullie nog geen vertrouwen?'
  
41. Ze werden door schrik bevangen, en zeiden tegen elkaar: `Wie is dat toch, dat zelfs de wind en het water naar Hem luisteren?'


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES