Bible Study: FrontPage




 

Mattheüs, Chapter 26

Bible Study - Mattheüs 26 - Dutch - Willibrord Vertaling 1995 - Web
 
 
 
Comment!       Comment Disqus!
  
1. Toen Jezus al deze woorden beëindigd had, zei Hij tegen zijn leerlingen:
  
2. `Zoals jullie weten is het over twee dagen Pasen, en dan wordt de Mensenzoon overgeleverd om gekruisigd te worden.'
  
3. Toen kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk bij elkaar in het paleis van de hogepriester, die Kajafas heette.
  
4. Ze maakten plannen om Jezus met een list in handen te krijgen en ter dood te brengen.
  
5. Ze zeiden: `Niet op het feest, er moet onder het volk geen opschudding ontstaan.'
  
6. Toen Jezus in Betanië was, in het huis van Simon de melaatse,
  
7. kwam een vrouw naar Hem toe met een albasten flesje kostbare balsem, en goot dat over zijn hoofd leeg, terwijl Hij aan tafel was.
  
8. Toen zijn leerlingen dat zagen, zeiden ze verontwaardigd: `Waar is die verspilling goed voor?
  
9. Want dat had voor veel geld verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden.'
  
10. Jezus merkte het en zei: `Wat maken jullie het die vrouw lastig? Ze heeft namelijk een goed werk gedaan aan Mij.
  
11. Want de armen heb je altijd bij je, maar Mij hebben jullie niet altijd.
  
12. Want toen ze die balsem over mijn lichaam goot, deed ze dat met het oog op mijn begrafenis.
  
13. Ik verzeker jullie, waar ook ter wereld deze goede boodschap verkondigd wordt, daar zal ook ter herinnering aan haar verteld worden wat zij gedaan heeft.'
  
14. Toen ging een van de twaalf, die Judas Iskariot heette, naar de hogepriesters
  
15. en zei: `Wat wilt u me geven, als ik Hem aan u overlever?' Ze telden dertig zilverstukken voor hem uit.
  
16. Vanaf toen zocht hij een gunstig moment om Hem over te leveren.
  
17. Op de eerste dag van het feest van de ongedesemde broden kwamen de leerlingen Jezus vragen: `Waar wilt U dat wij het paasmaal voor U voorbereiden?'
  
18. Hij zei: `Ga naar de stad, naar die en die, en zeg hem: "De meester laat weten: Mijn tijd is nabij. Bij u wil Ik met mijn leerlingen het paasmaal houden."'
  
19. De leerlingen deden wat Jezus hun opgedragen had, en ze maakten het paasmaal klaar.
  
20. Toen de avond gevallen was, was Hij met de twaalf aan tafel.
  
21. Tijdens de maaltijd zei Hij: `Ik verzeker jullie, een van jullie zal Mij overleveren.'
  
22. Buitengewoon bedroefd als ze waren, begonnen ze Hem één voor één te vragen: `Ik ben het toch niet, Heer?'
  
23. Hij gaf hun ten antwoord: `Wie met Mij zijn hand in de schaal doopt, die zal Mij overleveren.
  
24. De Mensenzoon gaat wel heen zoals over Hem geschreven staat, maar wee die mens door wie de Mensenzoon overgeleverd wordt. Het zou beter zijn voor die mens, als hij niet geboren was.'
  
25. Judas, die Hem wilde overleveren, reageerde: `Ik ben het toch niet, rabbi?' Hij zei tegen hem: `Jij hebt het gezegd.'
  
26. Tijdens de maaltijd nam Jezus een brood, sprak de zegenbede uit, brak het, gaf het aan zijn leerlingen en zei: `Neem en eet, dit is mijn lichaam.'
  
27. Ook nam Hij een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun die met de woorden: `Drink er allen uit,
  
28. want dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden.
  
29. Ik zeg jullie: vanaf nu zal Ik niet meer drinken van deze vrucht van de wijnstok, tot de dag waarop Ik met jullie de nieuwe oogst zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.'
  
30. Na het zingen van de psalmen gingen ze de stad uit, naar de Olijfberg.
  
31. Toen zei Jezus tegen hen: `Deze nacht nog zullen jullie allemaal ten val komen vanwege Mij, want er staat geschreven: Ik zal de herder treffen, en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden .
  
32. Maar na mijn opwekking zal Ik jullie voorgaan naar Galilea.'
  
33. Petrus reageerde daarop en zei: `Al komen ze allemaal ten val vanwege U, ik zal nooit ten val komen.'
  
34. Jezus zei Hem: `Ik verzeker je, in deze nacht, nog voordat de haan kraait, zul je Me drie keer verloochenen.'
  
35. Petrus zei Hem: `Ook al moet ik samen met U sterven, ik zal U niet verloochenen.' In deze trant spraken alle leerlingen.
  
36. Toen ging Jezus met hen naar een plek die Getsemane genoemd wordt, en Hij zei tegen zijn leerlingen: `Ga hier zitten, terwijl Ik daar ga bidden.'
  
37. Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee en begon bedrukt en onrustig te worden.
  
38. Toen zei Hij tegen hen: `Ik ben dodelijk bedroefd. Blijf hier, en blijf wakker met Mij.'
  
39. Hij ging een eindje verder, wierp zich voorover en bad: `Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.'
  
40. Hij ging terug naar de leerlingen en vond hen in slaap, en Hij zei tegen Petrus: `Konden jullie dan niet één uur wakker blijven met Mij?
  
41. Blijf wakker en bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken. De geest is wel van goede wil, maar het vlees is zwak.'
  
42. En weer, voor de tweede maal, ging Hij bidden: `Mijn Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker voorbijgaat zonder dat Ik hem drink, laat uw wil dan geschieden.'
  
43. Toen Hij terugkwam, vond Hij hen wederom in slaap, want hun ogen waren zwaar.
  
44. Hij liet hen achter en ging opnieuw bidden, voor de derde keer, met weer dezelfde woorden.
  
45. Toen kwam Hij naar de leerlingen en zei tegen hen: `Slaap nu maar rustig verder. Nu is het uur nabij dat de Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen van zondaars.
  
46. Sta op, laten we gaan. Kijk, hij die Mij overlevert, komt eraan.'
  
47. Hij was nog niet uitgesproken of Judas kwam eraan, een van de twaalf, en hij had een grote bende bij zich met zwaarden en knuppels, gestuurd door de hogepriesters en oudsten van het volk.
  
48. Hij die Hem overleverde, had een teken met hen afgesproken: `Degene die ik zal kussen, die is het. Grijp Hem.'
  
49. Hij ging recht op Jezus af en zei: `Gegroet, rabbi!', en kuste Hem.
  
50. Jezus zei tegen hem: `Vriend, ben je daarvoor hier!' Toen kwamen ze dichterbij, grepen Jezus en overmeesterden Hem.
  
51. En kijk, een van de volgelingen van Jezus greep naar zijn zwaard, trok het, sloeg in op de knecht van de hogepriester en hakte hem zijn oor af.
  
52. Toen zei Jezus tegen hem: `Steek je zwaard weer op zijn plaats. Want allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen.
  
53. Of denk je dat Ik mijn Vader niet te hulp kan roepen? Dan zal Hij Me dadelijk bijstaan met meer dan twaalf legioenen engelen.
  
54. Hoe zullen dan de Schriften vervuld worden, die zeggen dat het zo moet gebeuren?'
  
55. Op dat ogenblik zei Jezus tegen de bende: `Alsof Ik een bandiet ben, zo bent u met zwaarden en stokken op Mij afgekomen om Mij in handen te krijgen. Dag in dag uit zat Ik in de tempel onderricht te geven en u hebt Mij niet opgepakt.
  
56. Maar dit alles is gebeurd, opdat de geschriften van de profeten vervuld zouden worden.' Toen lieten de leerlingen Hem allemaal in de steek en vluchtten weg.
  
57. Maar zij die Jezus gegrepen hadden, brachten Hem naar de hogepriester Kajafas, waar de schriftgeleerden en de oudsten bij elkaar gekomen waren.
  
58. Petrus volgde Hem op een afstand tot de binnenplaats van het paleis van de hogepriester, en eenmaal binnen ging hij bij de knechten zitten om te zien hoe het zou aflopen.
  
59. De hogepriesters en heel het Sanhedrin zochten valse getuigenissen tegen Jezus om Hem ter dood te kunnen brengen.
  
60. Maar ze vonden niets, hoewel er veel valse getuigen naar voren traden. Ten slotte kwamen er twee naar voren
  
61. die verklaarden: `Die man heeft gezegd: "Ik kan de tempel van God afbreken en in drie dagen opbouwen."'
  
62. De hogepriester ging staan en zei tegen Hem: `U antwoordt niets? Wat brengen ze wel niet tegen U in?'
  
63. Maar Jezus bleef zwijgen. De hogepriester zei tegen Hem: `Ik bezweer U bij de levende God dat U ons zegt of U de Messias bent, de Zoon van God.'
  
64. Jezus zei tegen Hem: `U hebt het gezegd. Maar Ik zeg u: vanaf nu zult u de Mensenzoon zien, gezeten aan de rechterhand van de Macht en komend op de wolken van de hemel .'
  
65. Toen scheurde de hogepriester zijn kleren en zei: `Hij heeft God gelasterd. Waarvoor hebben we nog getuigen nodig? U hebt nu toch de godslastering gehoord.
  
66. Wat vindt u?' Ze gaven ten antwoord: `Hij verdient de doodstraf.'
  
67. Toen spuwden ze Hem in het gezicht en sloegen Hem.
  
68. Anderen sloegen Hem met een stok en zeiden: `Profeteer nu eens voor ons, Messias. Wie was het die je heeft geslagen?'
  
69. Petrus zat buiten op de binnenplaats. Er kwam een slavin naar hem toe, die zei: `Jij was ook bij die Jezus van Galilea.'
  
70. Maar hij ontkende het waar iedereen bij was: `Ik weet niet waar je het over hebt.'
  
71. Hij ging naar het portaal en een andere slavin zag hem daar en ze zei tegen wie daar stonden: `Die man daar was bij Jezus de Nazoreeër.'
  
72. Opnieuw ontkende hij onder ede: `Ik ken die man niet.'
  
73. Na een tijdje kwamen de omstanders dichterbij en zeiden tegen Petrus: `Inderdaad, jij hoort ook bij hen; trouwens, jouw spraak verraadt je.'
  
74. Toen begon hij te vloeken en te zweren: `Ik ken die man niet.' En meteen kraaide er een haan.
  
75. Petrus herinnerde zich wat Jezus gezegd had: `Voordat de haan kraait, zul je Me drie keer verloochenen.' Hij ging naar buiten en huilde bittere tranen.


Search in:
Terms:

Vote and Comment on Facebook:Recommend This Page:
Post on Facebook Add to your del.icio.us Digg this story StumbleUpon Twitter Google Plus Post on Tumblr Add to Reddit Pin this story Linkedin Google Bookmark Blogger
Insert Your Personal Insight:

Please do not make mean comments and follow the biblical and spiritual character of this forum. If, however unpleasant situations arise, we request to flag it to us in order to evaluate the situation.

Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.

This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com


SELECT VERSION

COMPARE WITH OTHER BIBLES