|
|
Psalmen, Chapter 142
1. Een kunstig lied op naam van David, een smeekgebed; toen hij in de spelonk was. Ik roep de HEER aan met luide stem, hardop smeek ik de HEER om genade.
2. Ik stort mijn klacht voor zijn aanschijn uit, ik spreek voor zijn aanschijn van mijn nood.
3. Bijna verlies ik de moed: en U weet hoe en waarom. Wanneer ik mijn weg wil gaan vind ik valstrikken uitgezet.
4. Ik kijk naar rechts en ontdek hoe niemand bezorgd is om mij. Elke hulp is mij ontnomen, niemand die nog aan mijn leven hecht.
5. Ik roep U aan, HEER: ik zeg: `Mijn toevlucht bent U, mijn erfdeel in het land van de levenden.'
6. Luister naar mijn geween, ik ben aan het eind van mijn krachten; verlos mij van mijn achtervolgers, zij zijn te sterk voor mij.
7. Bevrijd mij uit mijn gevangenis, en ik zal uw naam prijzen. De rechtvaardigen zullen mij vol blijdschap omringen; want U hebt voor mij ingegrepen.
|
|
Text source: Willibrordvertaling 1995 Dutch version, public domain.
|
| |
| This project is based on delivering free-of-charge the Word of the Lord in all the world by using electronic means. If you want to contact us, you can do this by writing to the following e-mail: bible-study.xyz@hotmail.com |
|
|
|
SELECT VERSION
COMPARE WITH OTHER BIBLES
|
|